Bij een zo lumineuze en precieze weergave van personen en stoffen, interieurs en gebouwen, bij een zo verregaande roerloosheid van alle figuren, is het toch opvallend hoe de gezichten op de schilderijen van Jan van Eyck radicaal uiteenvallen in twee categorieën. Er zijn degenen die weg van de wereld lijken, de blik op oneindig. Enige menselijke emotie tonen ze niet, als voor altijd bevroren in een peilloos diep staren. We treffen ze in groten getale aan op de religieuze panelen, zoals de deelnemers aan de aanbidding van Het Lam Gods. De anderen vinden we voor het leeuwendeel terug in de portretten, klein van formaat. Ze houden hun hoofd eveneens stil, maar hun blik is gefocust, op ons of op iets wat buiten ons gezichtsv...

Bij een zo lumineuze en precieze weergave van personen en stoffen, interieurs en gebouwen, bij een zo verregaande roerloosheid van alle figuren, is het toch opvallend hoe de gezichten op de schilderijen van Jan van Eyck radicaal uiteenvallen in twee categorieën. Er zijn degenen die weg van de wereld lijken, de blik op oneindig. Enige menselijke emotie tonen ze niet, als voor altijd bevroren in een peilloos diep staren. We treffen ze in groten getale aan op de religieuze panelen, zoals de deelnemers aan de aanbidding van Het Lam Gods. De anderen vinden we voor het leeuwendeel terug in de portretten, klein van formaat. Ze houden hun hoofd eveneens stil, maar hun blik is gefocust, op ons of op iets wat buiten ons gezichtsveld blijft, en hun gelaatsuitdrukking verraadt iets van hun stemming en hun karakter. Van Eyck moet Filips de Goede, bij wie hij in dienst was, hebben geschilderd, en ook diens bruid Isabella van Portugal, maar hun portretten bleven niet bewaard. Pas navolger Petrus Christus, drie jaar na de dood van zijn grote voorbeeld snuisterend in diens atelier, geeft ons een idee hoe Van Eyck hen misschien zou hebben voorgesteld. Vijf van de portretten die ons bleven van de hand van Van Eyck zelf, vormen een adembenemend hoogtepunt op de expo in het Gentse MSK. Daarbij zit het intieme portret van Baudouin de Lannoy, kamerheer van Filips de Goede. De Gemäldegalerie van Berlijn deed er goed aan het te laten restaureren. Zo komt, vanonder de zware vilten ceremoniehoed, het tobberige, zo vermoeide gelaat van de kamerheer in zijn subtielste nuances tot zijn recht. Ook het Kunsthistorisches Museum van Wenen leverde het portret van edelsmid Jan de Leeuw in piekfijne staat af. Zelfs op de fraaiste reproductie zag ik de Brugse edelsmid mij nooit zo vrank en bijna boos aankijken. Hoe strak getrokken, de smalle streep van de lippen, alsof het elk moment tot een uitbarsting kan komen. De schrijver Bartolomeo Fazio zag het goed: 'Alleen hun stem ontbreekt.' Bij Margareta Van Eyck is dat minder zeker. Jan gaf zijn vrouw op het portret uit het Brugse Groeningemuseum de blik van een eeuwige, wijze zwijgster die ons recht in de ziel kijkt. De personages op de al gerestaureerde binnenluiken van Het Lam Gods - te zien op de expo De terugkeer van het Lam in de Sint-Baafskathedraal - verkeren in de ban van een vrome extase. Alleen het schenkersechtpaar op de gerestaureerde buitenluiken, getoond in het MSK, heeft kennelijk moeite om zo'n verheerlijkte staat te bereiken, al is het knielend afgebeeld en vouwt het nog zo beaat de handen. Grootgrondbezitter en schepen Judocus Vijd kijkt onderdanig uit zijn sluwe oogjes, in verwachting van de zegen van het Lam. Het doorgroefde voorhoofd, de harde trekken en de waakzame ogen van Elisabeth Borluut wijzen op een verwachting die al aardig op de proef is gesteld. Lees de portretten gerust helemaal anders, maar aan een persoonlijke interpretatie ontkom je niet, zo veel subtiele expressie is erin verwerkt. Er is alvast één personage met een gelaat dat boekdelen spreekt. Het verschijnt op het van helder licht doorzinderde Annunciatiepaneel, uitgeleend door de National Gallery in Washington. Enigszins verrassend voor een engel - is het een jonge man of een jonge vrouw, of geen van beide? - verkondigt Gabriel de boodschap aan Maria (dat ze Gods zoon zal dragen) met een gelukzalige lach. Die is doordrongen van een diepe menselijkheid en misschien van iets hogers dan dat, iets dat de bestemmeling én de beschouwer op slag vervult met een intense warmte.Tot 30 april.