De Romeinse bezetters brachten ons de zegeningen van de historische beschaving. Dat weten we omdat zij konden schrijven en al hun acties ook op papyrus zetten. Wij konden dat niet, want we leefden nog in de protohistorie. Wisten wij veel dat we Galliërs dan wel Kelten waren of dat de Romeinen in het jaar 10 na Christus onze eerste stad stichtten, Tongeren. Ze leerden ons gelukkig ook lezen en schrijven. Zo konden we stilaan akte nemen van onze eigen geschiedenis. We werden, willen of niet, goeddeels geromaniseerd. We slikten nieuwe politieke en juridische bestuursvormen, nieuwe goden, munten. We gingen anders eten, drinken en baden. Wie dat per se wilde, mocht zijn oude tradities en gewoonten behouden, daar werd niet ...

De Romeinse bezetters brachten ons de zegeningen van de historische beschaving. Dat weten we omdat zij konden schrijven en al hun acties ook op papyrus zetten. Wij konden dat niet, want we leefden nog in de protohistorie. Wisten wij veel dat we Galliërs dan wel Kelten waren of dat de Romeinen in het jaar 10 na Christus onze eerste stad stichtten, Tongeren. Ze leerden ons gelukkig ook lezen en schrijven. Zo konden we stilaan akte nemen van onze eigen geschiedenis. We werden, willen of niet, goeddeels geromaniseerd. We slikten nieuwe politieke en juridische bestuursvormen, nieuwe goden, munten. We gingen anders eten, drinken en baden. Wie dat per se wilde, mocht zijn oude tradities en gewoonten behouden, daar werd niet over gezeurd. De Romeinen bouwden manu militari een wereldrijk uit, waarin ze overal op dezelfde manier te werk gingen. Zo ook in Dacië, op het grondgebied van het huidige Roemenië, waar ze in 106 na Christus koning Decebalus, de plaatselijke Ambiorix, en zijn legers na onvoorstelbaar bloedige oorlogen aan hun gezag onderwierpen. De Daciërs raakten dermate gedecimeerd dat keizer Trajanus massaal eigen volk naar de regio moest exporteren om de nieuwe provincie Dacia behoorlijk te laten functioneren. Het kustgebied aan de Zwarte Zee hadden ze al eerder met iets minder moeite ingelijfd bij hun provincie Moesia Inferior. De daarmee verwante prille geschiedenis van Tongeren bracht Bart Demarsin en Stéphanie Derwael van het Gallo-Romeins Museum op ideeën, en Europalia gaf hun de kans om in het gastland Roemenië naar analoge verhalen te speuren uit de periode van 650 voor tot 271 na Christus. Uit het historisch museum in Boekarest en twintig regionale collecties plukten ze de aardigste archeologische vondsten om er de expo Dacia Felix mee te stofferen. De rest troffen ze elders aan, zoals de marmeren buste van keizer Trajanus en een marmeren kop van een Daciër in Vaticaanstad. Een kom in rood aardewerk met voorstellingen van de goden Pan en Apollo, in Tongeren opgegraven en daar in het museum bewaard, is niet het opvallendste stuk uit de expo. Maar net zoals enkele soortgelijke kommen uit Roemenië is hij vervaardigd in de ateliers van het Franse Lezoux, waaruit blijkt dat het Romeinse rijk al tekenen van een globale economie vertoonde. De 150 siervoorwerpen, sculpturen, wapens, munten, rituele objecten en voorwerpen voor dagelijks gebruik zijn netjes verdeeld over zes kapittels, evenveel als er in de bestudeerde periode volkeren bedrijvig waren op Roemeens grondgebied. Romeinse veroveraars, autochtone Daciërs en Geten, nomadische Scythen, Keltische immigranten en Griekse kolonisten vormden een lappendeken van culturen die elkaar even vaak bevochten als dat ze met elkaar handeldreven, zich even vaak met elkaar vermengden als dat ze koppig bij hun eigenheid bleven zweren. Eén gouden ding bevat de hele moraal van het verhaal Dacia Felix. Het is de in Corbu opgegraven en in Boekarest bewaarde zegelring van Skylès, koning van het ruige ruitervolk der Scythen dat zich meester had gemaakt over het kustgebied aan de Zwarte Zee waar de Griekse kolonisten gevestigd waren. De vader van de koning had zuiver Scythisch bloed in de aderen, maar zijn moeder was een Griekse. De historicus Herodotus vertelt dat zij haar zoon discreet de verfijnde hellenistische cultuur bijbracht. Toen Skylès zijn nieuw verworven identiteit wilde beleven, werd hij onthoofd door zijn broer Oktamasadès. De zegelring, waarin zijn naam in het Grieks gegrift staat, is helemaal intact bleven. Hij schittert en spreekt boekdelen.