In hun eerste kubistische experimenten verkozen Pablo Picasso en Georges Braque bescheiden alledaagse motieven en gedempte kleuren om zich beter te kunnen concentreren op datgene waar het hen echt om te doen was: de weergave van drie dimensies op een plat vlak zonder illusie van ruimtelijkheid, het openbreken en verveelvoudigen van het perspectief om alle facetten van een onderwerp tegelijk te kunnen weergeven, het herleiden van vormen tot geometrische figuren. Die baanbrekende fase in de moderne kunst verzandde gauw in een vrijblijvend spel met minder strikte regels, aantrekkelijker motieven en fellere kleuren.
...

In hun eerste kubistische experimenten verkozen Pablo Picasso en Georges Braque bescheiden alledaagse motieven en gedempte kleuren om zich beter te kunnen concentreren op datgene waar het hen echt om te doen was: de weergave van drie dimensies op een plat vlak zonder illusie van ruimtelijkheid, het openbreken en verveelvoudigen van het perspectief om alle facetten van een onderwerp tegelijk te kunnen weergeven, het herleiden van vormen tot geometrische figuren. Die baanbrekende fase in de moderne kunst verzandde gauw in een vrijblijvend spel met minder strikte regels, aantrekkelijker motieven en fellere kleuren. Maar de volgende generaties schilders hielden altijd wel iets over van de knepen van de pioniers. Ook de jonge Nel Aerts (32) heeft slechts een beperkt stel motieven nodig en amper diepte. Met een trefzekere compositie en een sterke kleurenwerking heeft ze een solide basis om haar kinky universum op het netvlies te branden. Een fijn gevoel voor mise-en-scène doet de rest: The Waddle Show; a Counteract is ingericht als de arena voor een slangenbezwering. Doen haar schilderijen niet meteen aan Picasso of Braque denken, op zijn minst zitten er soms mooie referenties in aan Jean Brusselmans, iets tussen postkubisme en Vlaams expressionisme in. De wolken en de golfjes van de zee, sjabloonachtig en zeer gestileerd, zag ze bij hem. En bij gelegenheid deelt ze zijn voorkeur voor het lineaire, het constructieve en het egale opbrengen van de verf binnen klaar gedefinieerde vlakken. Zelfs haar zwak voor huiselijke, decoratieve elementen zou Brusselmans welgevallig zijn geweest. Toch is het vooral René Magritte die postuum over haar schouder meekijkt, wanneer Nel Aerts weer eens met smoezige borstelstreken en ruitjespatronen de vreemde bedoening van dwaze figuren schildert. Het doet hem denken aan de pantoffelhelden uit zijn période vache, (1948) toen hij als gevierd surrealist zijn eigen imago de grond in boorde met schilderijen die uit de koker leken te komen van een wilde cartoonist, met snelle trekken vulgaire karikaturen makend om de goede burger te choqueren. Het duurde tot echtgenote Georgette hem tot de orde riep. Weinig kans dat Aerts' wederhelft, kunstenaar Vaast Colson, hetzelfde doet. Overigens werd de vache-stijl al eerder opgepikt, toen Walter Swennen hem een trapje hoger tilde door hem lichtjes te abstraheren en het penseel een stuk zorgvuldiger te voeren. Daar speelde de veredelde cartoonaanpak van de Amerikaanse schilder Philip Guston misschien wel een rol in. Nel Aerts raakt echt niet bedolven onder de ontleningen aan grote kunstenaars, ze maakt met verve haar eigen bitterzoete cocktail. Niet eens zozeer omdat haar beeldwereld wordt bevolkt door nieuw samengestelde, grappige wezentjes. Ze zijn buisachtig en kneedbaar, alleen of met z'n tweeën, niet zelden communicerende vaten. Ze bewegen zich, kijkend door een of twee ogen, onschuldig en verbaasd, soms ook ronduit angstig, op het thuisfront, op zee of in de bergen. Wat hen nog interessanter maakt, is de manier waarop ze door hun plaats in het schilderij, hun kleur en hun bouw, samenzweren om een spannend nieuw beeld te vormen. Daar zitten echte vondsten bij, meesterstukjes van camouflage: een blauw treinwezentje geblokkeerd op een steile rode wand ( Vol goede moed bergafwaarts), vanuit de hemel bedreigd door drie wraakgodinnen in de gedaante van tweekleurige wolken. Of de variant daarop: het steencreatuur met de kop van een vogel en de romp van een vliegtuigje, doodstil wachtend op de rand van de afgrond ( Into the Abyss). Eén nadeel: Aerts schildert zo snel dat zelfs haar 'oeuvrecatalogus' de tel is kwijtgeraakt.