Ze was in 2005 met de auto naar de westkust van Afrika gereisd en tot aan de baai van Nouadhibou geraakt, de op één na grootste stad van Mauretanië. Hier in de buurt zwalpten in 1816 op hun vlot de overlevenden van het gezonken fregat dat Théodore Géricault inspireerde tot zijn beroemde schilderij Le radeau de la Méduse.
...

Ze was in 2005 met de auto naar de westkust van Afrika gereisd en tot aan de baai van Nouadhibou geraakt, de op één na grootste stad van Mauretanië. Hier in de buurt zwalpten in 1816 op hun vlot de overlevenden van het gezonken fregat dat Théodore Géricault inspireerde tot zijn beroemde schilderij Le radeau de la Méduse. Wellicht ontsnapten de slavernij, het racisme, het radicale islamisme en de barakken van gestrande vluchtelingen in Nouadhibou niet helemaal aan de aandacht van Marie Cloquet (43), maar het beeld van het reusachtige scheepskerkhof dat zich voor haar ogen uitstrekte: dat was de overweldigende ervaring die haar het jaar daarop deed terugkeren - en later nog enkele malen. Begiftigd met de gevoeligheid van een kunstenaar deden de schots en scheef uit de zee stekende of op het strand gestapelde wrakken, de ruwe rotsen en de door striemende winden overal indringende zandkorrels bij haar de behoefte ontstaan om te tekenen. Zo zou ook pakweg William Turner (1775-1851) te werk zijn gegaan, gedreven door de drang om de schoonheid van ongerepte landschappen eerst vluchtig te schetsen, om er zich na de reis in het atelier door te laten inspireren tot lichtende schilderijen die de idee van het sublieme oproepen. Marie Cloquet trof de kust in Nouadhibou allesbehalve ongerept aan. Menselijk en materieel een gigantische puinhoop, maar beeldend net zo sterk als Turners besneeuwde bergtoppen en azuurblauwe meren in de Alpen. Na de reis, in het atelier, raapte zij haar schetsen van het verhakkelde landschap bijeen, filterde ze uit en liet ze transcenderen tot schilderijen van een lelijkheid zo adembenemend dat ze de schoonheid bijna naar de kroon steekt. Dat komt eerst en vooral omdat Cloquet, net als Turner, eigenlijk het licht al het werk laat doen. Er is licht in de hemel, maar ook in de hel. Het volstaat om het op de juiste manier te laten indringen, tot de dingen hun zwaarte verliezen en opgaan in een illusie. Overtuig uzelf ervan op de expo Travelling Light. Ze schetst noch schildert op de gewone manier. Schetsen betekent voor haar fotograferen in zwart-wit. In de donkere kamer worden de beelden heel groot op de muur geprojecteerd, zodat ze een korrelig aanschijn krijgen. Ze kiest er bepaalde zones uit en overplakt ze met papier, ingestreken met een fotografische emulsie, een lichtgevoelige laag. Die stukken worden gescheurd, belicht en ontwikkeld in verschillende baden. Dan komt de fase die Cloquet schilderen noemt: met de gekozen fragmenten stelt ze een monumentaal beeld samen dat ze op canvas aanbrengt en beschildert, deels om de contrasten tussen licht en donker aan te scherpen ( Travelling Light) of om een waterig kleurspoor te trekken. Zo zijn het hybride schilderijen geworden, herscheppingen van een onherbergzaam natuurlijk landschap die een getormenteerd innerlijk landschap weerspiegelen. Marie Cloquet heeft, na het zoveelste bezoek, uiteindelijk Nouadhibou losgelaten. De scheepswrakken hadden haar op den duur een verstikkend gevoel bezorgd. En wellicht was het ook tot haar doorgedrongen dat ze haar type landschap ook elders kon aantreffen. Ze deed haar werk in Normandië, Iran of Japan, en kwam terug met foto's van ruïneuze plaatsen en groezelige interieurs die ze verscheurde, aan een invretende lichtbehandeling onderwierp en hergroepeerde tot indringende beelden van verwering en verval. Als gegrepen door een barok gevoel voor drama - Remnants IV doet aan een Kruisafneming van Rubens denken - bracht ze almaar vaker witte doeken in plooien of gordijnen in rafels aan. Het zijn de enige sporen van een menselijke aanwezigheid die met geweld lijkt te zijn verdreven.