Charles Esche doorbreekt gewillig de koers van zijn vijf voorgangers aan het roer van het Van Abbemuseum. Het museum, in 1936 opgericht om de collectie van sigarenfabrikant Henri van Abbe publiek toegankelijk te maken, bleef de moderne en hedendaagse kunst toegewijd. Naar het verleden keek het nauwelijks om, en het wierp ook zelden een blik op de wereld buiten de kunst. Het Eindhovense museum, met zijn internationaal hoogwaardige verzameling, zat daarmee op dezelfde golflengte als de grote musea voor moderne kunst in Europa en de VS. Het voorbeeld van Alfred Barr, in 1929 oprichter van het MoMA, was lange tijd heilig.
...

Charles Esche doorbreekt gewillig de koers van zijn vijf voorgangers aan het roer van het Van Abbemuseum. Het museum, in 1936 opgericht om de collectie van sigarenfabrikant Henri van Abbe publiek toegankelijk te maken, bleef de moderne en hedendaagse kunst toegewijd. Naar het verleden keek het nauwelijks om, en het wierp ook zelden een blik op de wereld buiten de kunst. Het Eindhovense museum, met zijn internationaal hoogwaardige verzameling, zat daarmee op dezelfde golflengte als de grote musea voor moderne kunst in Europa en de VS. Het voorbeeld van Alfred Barr, in 1929 oprichter van het MoMA, was lange tijd heilig. Ergens onderweg raakte de moderne kunst echter 'verdwaald in haar eigen verhaal', zegt Esche. De geboren Brit zette daarom net zoals nogal wat van zijn collega's de poorten naar de wereld open en stuurde het tentoonstellings- en aankoopbeleid van het Van Abbe in die richting bij. Hij doet dat des te vanzelfsprekender in de wetenschap dat echt grote kunstenaars altijd al de brandende kwesties in de samenleving hebben opgepikt. Laat hen ook nog maar eens opdraven, zij aan zij met hedendaagse geestgenoten, moet Esche hebben gedacht. Daarmee schetst hij impliciet ook het profiel van het kunstmuseum van de toekomst. De nieuwe tentoonstelling Ooggetuigen van strijd is daar een demonstratie van. Twee reuzen uit het verleden illustreren zijn punt dat tumultueuze toestanden - oorlog, onderdrukking, ellende, sociale ongelijkheid, armoede - kunnen worden vertaald in krachtige beelden met een moraliserende strekking. Blijven de gruweltaferelen uit Los Desastres de la Guerra en Los Caprichos van Francisco Goya (1746-1828) universeel geldig, hun interpretatie roept vandaag soms pertinente vragen op. De beroemde inscriptie bij de prent van de boven zijn tafel ingedutte man, bezocht door enig gevleugeld ongedierte, wordt algemeen gelezen als een waarschuwing tegen het loslaten van de rede: El sueno de la razon produce monstruos doet Esche in deze tijd echter veeleer denken aan de ontsporing van de rede zelf. Rijzen er immers geen zware morele dilemma's door riskante wetenschappelijke experimenten? Nog voor Goya zijn tijdgenoten een ontluisterende spiegel voorhield, had Londenaar William Hogarth (1697-1764) het publiek al in vermakelijke spotprenten geconfronteerd met zijn kleine kanten. In een schitterende selectie, ontleend aan The Whitworth Art Gallery in Manchester, paradeert de sadistische beul van dieren en mensen naast ziekelijke gin-zuipers en blozende (!) bierdrinkers, ijdele rijken naast verwilderde armen, hongerende soldaten in oorlogstijd naast een vermeende Engelse spion in Frankrijk (Hogarth in eigen persoon). De Nederlandse kunstenaar Stijn Peeters (°1957) vond Hogarths voorbeeld aanstekelijk genoeg om van diens Southwark Fair een actuele pendant te maken. Op het populaire publieke forum hebben acrobaten, acteurs en marktkramers goeddeels plaatsgemaakt voor de volksverlakkers van Fox News, voor predikers en gefortuneerde steungevers bij het terugdringen van de rol van de overheid in zaken van gezondheid en milieu. Maar de voyeurs zijn gebleven. De misdaden tegen de mensheid veranderen niet, ( 'il mismo', noteerde Goya). De kleurrijke prenten van de Turkse Gülsün Karamustafa verbinden de staatsgreep van 1980 in haar land met de militaire dictatuur in Chili (1973), de naziterreur en het neerslaan van de Parijse Commune (1871). Thuis in Kosovo vond de jonge Albanees Erzen Shkololli lappen stof, waar hij in aandoenlijk kinderlijke beelden een genocide op vastlegde. Het rijtje Ooggetuigen van strijd is hiermee niet compleet. Helaas.