De uitvinders van de conceptuele kunst in de VS en Europa in de jaren 1960-1970 predikten het primaat van de idee in een willekeurige vorm. Zo wilden ze de institutionele kunst een hak zetten. Het werk van sommigen onder hen, zoals John Baldessari of Marcel Broodthaers, is niet gespeend van humor. De Mexicaan Mario Garcia Torres (49) pikte de conceptuele erfenis op. Als een ware archeoloog doorzoekt hij het hele geschiedenisveld, ontgraaft en hergebruikt wat hem past om er een nieuw verhaal mee te maken, bij voorkeur bestaande uit fragmenten van andere verhalen.
...

De uitvinders van de conceptuele kunst in de VS en Europa in de jaren 1960-1970 predikten het primaat van de idee in een willekeurige vorm. Zo wilden ze de institutionele kunst een hak zetten. Het werk van sommigen onder hen, zoals John Baldessari of Marcel Broodthaers, is niet gespeend van humor. De Mexicaan Mario Garcia Torres (49) pikte de conceptuele erfenis op. Als een ware archeoloog doorzoekt hij het hele geschiedenisveld, ontgraaft en hergebruikt wat hem past om er een nieuw verhaal mee te maken, bij voorkeur bestaande uit fragmenten van andere verhalen. In Brussel heeft Garcia Torres een kleine voorgeschiedenis, die hij in Wiels subtiel benut. De beelden van een langs de tramsporen vluchtende man, hijzelf - veroordeeld om door de camera gefusilleerd te worden - vormen de diavoorstelling Shot of Grace With Alighiero Boetti Haircut Style. Hij maakte het werk in 2004 in onze hoofdstad, terwijl hij in de ban was van de arte-poverakunstenaar Boetti. Die was de institutionele kunstscène ontvlucht en had de anonimiteit opgezocht in Kabul, waar hij een obscuur hotelletje opende, een eenzame daad van verzet. Jaren later ondernam Torres een zoektocht naar dat Hotel One en wijdde een film aan zijn queeste. De Brusselse diareeks verbergt een goed bewaard geheim. De Vooruitgangstraat, waar de opnames plaatsvonden, was tijdens WO II een schuiloord voor verzetsmensen, die bij de minste onraad via het nabije Noordstation konden ontsnappen. Een tweede Brusselse link is zo mogelijk nog discreter. Bij wijze van hommage aan het imaginaire Musée d'Art Moderne Département des Aigles (1968-1972) van Marcel Broodthaers liet Torres in 2009 middels een brief aan Belgacom het telefoonnummer +32 2 512 09 reactiveren van het niet publiek toegankelijke museum. De section téléphonique was praktisch de enige mogelijkheid waarlangs men zich kon informeren over dit conceptuele kunstwerk. Een stuk kloeker lijkt de gedenkwaardige diareeks met voice-overcommentaar, waarin Torres uit de doeken doet hoe hij op speurtocht ging naar een verdwenen conceptueel kunstwerk in de vorm van een geheim. Het werd een halve eeuw tevoren in opdracht van concept-grootmeester John Barry bedacht door een groepje kunststudenten aan het Nova Scotia College of Art in Canada: het werk zou zo lang bestaan als het geheim bewaard bleef ( What Happens in Halifax Stays in Halifax). Een reünie met de vroegere studenten schept geen duidelijkheid, maar leidt wel tot een nieuw verhaal. Sounds Like Isolation to me is een expo in de expo, door Garcia Torres met partituren, objecten en memorabilia ingericht als een hommage aan Conlon Nancarow, een Amerikaanse experimentele componist die tijdens de communistenjacht naar Mexico vluchtte en er zulke moeilijke stukken componeerde dat ze alleen door mechanische piano's kunnen worden uitgevoerd. Precies het onspeelbare van die muziek maakt dat het om 'een uiterst conceptueel kunstwerk' gaat, zei Torres. Op het dak van Wiels, met het panoramische gezicht op het spoorwegstation Brussel Zuid en de stad, is de kleine video Carta abierta a Dr.Atl (2005) te zien. Daarin ontvouwt zich het panorama van de Barranco de Oblatos, een ongerept berglandschap in Mexico. De beelden worden begeleid door een striemend pleidooi van Torres tegen de (afgevoerde) plannen van het Guggenheimconcern om er een museum als een toeristische trekpleister te bouwen. Hij leest voor uit zijn brief aan Dr.Atl, die het gebergte lang geleden talloze malen schilderde, wat Torres de bedenking ontlokt dat vandaag kunstenaars en musea elkaars rol lijken te hebben overgenomen: de exploitatie van de pure natuur.