Trouw aan zijn mondiale missie biedt Wiels als centrum voor hedendaagse kunst internationale kunstenaars een residentie van zes maanden aan. De Afrikaanse inbreng is te markant om toevallig te zijn. Er zijn hechte relaties opgebouwd die kunnen leiden tot tentoonstellingen zoals deze Multiple Transmissions onder leiding van Sandrine Colard, artistiek directeur van de Biënnale van Lubumbashi komende herfst. Vijf van de acht deelnemende kunstenaars hebben er een residentie in Wiels opzitten, de anderen deden soortgelijke ervaringen op in Italië, Duitsland, Canada of de Verenigde Staten. Ze behoren tot wat men tegenwoordig het afropolitische tijdperk wil noemen. Een zwart kosmopolitis...

Trouw aan zijn mondiale missie biedt Wiels als centrum voor hedendaagse kunst internationale kunstenaars een residentie van zes maanden aan. De Afrikaanse inbreng is te markant om toevallig te zijn. Er zijn hechte relaties opgebouwd die kunnen leiden tot tentoonstellingen zoals deze Multiple Transmissions onder leiding van Sandrine Colard, artistiek directeur van de Biënnale van Lubumbashi komende herfst. Vijf van de acht deelnemende kunstenaars hebben er een residentie in Wiels opzitten, de anderen deden soortgelijke ervaringen op in Italië, Duitsland, Canada of de Verenigde Staten. Ze behoren tot wat men tegenwoordig het afropolitische tijdperk wil noemen. Een zwart kosmopolitisme, zogezegd. Aan de oppervlakte slaat het afropolitisme op de veelgelaagde cultuur van degenen die vanuit Afrikaanse metropolen uitzwermen, wereldwijde invloeden confronteren met bagage uit de eigen cultuur, en de multipele uitkomst doorgeven aan de volgende generaties. In de diepte is het fenomeen complexer, al was het maar omdat het koloniale tijdperk de elites van de Afrikaanse naties al ruim vertrouwd had gemaakt met de westerse moderniteit in haar politieke, economische en culturele aspecten, en daar een diep wantrouwen voor had geoogst (niet het minst omdat heel wat postkoloniale regimes het onrecht hebben voortgezet). Op hun nomadische trek door de wereld dragen afropolitische kunstenaars dan ook de nodige kritiek op het westerse moderniteitsmodel mee in hun rugzak.' Tijdens een residentie in Italië raakte Pélagie Gbaguidi in de ban van De Madonna del Parto van Piero della Francesca uit de vroege renaissance. De ontdekking dat Piero de heilige maagd in hoogzwangere toestand en de engelen met afgebroken vleugels schilderde, deed haar beseffen dat het om een radicale breuk ging met de geïdealiseerde vrouwenfiguren uit de westerse iconografie. Haar historisch onderzoek naar dat soort breuklijnen bracht haar onder meer tot twee woeste herwerkingen van Piero's Madonna, te zien in Wiels. Nadat ze vele malen was verhuisd van het ene continent naar het andere, kwam Pamela Phatsima Sunstrum tot een concept van schilderkunst dat een soort internationale neutraliteit uitstraalt, bestaande uit een mix van procedés, voorstellingswijzen en genres. Er gaat een oppervlakkige aantrekkingskracht uit van haar portretten van figuren met uitgewiste gezichten in verwisselbare landschappen en tijdloze settings. Als je er langer naar kijkt, begin je de leegte te voelen die erachter zit. Sociale kritiek, fijntjes doorspekt met enige humor, kruidt de foto's van Georges Senga en Sinza Aanzo, net als de tekeningen van Jean Katambayi, die een reeks wonderlijke Visafrolampen ontwierp toen hij een maand moest wachten op een reisvisum van een week. Ze passen in het concept van zijn Afrolampen, die slechts 'een zwart licht' afgeven. Met zijn opleiding als elektricien en wiskundige ging hij Panamarenko achterna door de uitvinding van de Trotation, een installatie met een elektrisch circuit dat het onevenwicht tussen het noordelijke en het zuidelijke halfrond moet compenseren (de aarde draait rond haar as en rond de zon: hoe dichter men bij de evenaar woont, hoe meer last men heeft van de grotere omwenteling die de aarde er maakt). Het is niet verboden om er een hilarische toespeling op postkoloniale misstanden in te zoeken.