Hij hoefde zich niet eens buiten Brussel, zijn vaderstad, te begeven om de nieuwe kunstinzichten die in Italië furore maakten zelf toe te passen en ingang te doen vinden bij zijn collega's in de Nederlanden. Het jaar was 1520 en in het Brusselse atelier van Pieter van Edingen was men druk bezig met de afwerking van een reeks monumentale tapijten die de Bijbelse Handelingen der Apostelen voorstelden, een bestelling van paus Leo X voor de opsmuk van de Sixtijnse kapel. De wevers volgden nauwgezet de kartons met geschilderde voorstudies op ware grootte van de grote Rafaël.
...

Hij hoefde zich niet eens buiten Brussel, zijn vaderstad, te begeven om de nieuwe kunstinzichten die in Italië furore maakten zelf toe te passen en ingang te doen vinden bij zijn collega's in de Nederlanden. Het jaar was 1520 en in het Brusselse atelier van Pieter van Edingen was men druk bezig met de afwerking van een reeks monumentale tapijten die de Bijbelse Handelingen der Apostelen voorstelden, een bestelling van paus Leo X voor de opsmuk van de Sixtijnse kapel. De wevers volgden nauwgezet de kartons met geschilderde voorstudies op ware grootte van de grote Rafaël. De voortreffelijke schilder Bernard van Orley, die nog de eerbiedwaardige traditie van de Vlaamse Primitieven voortzette, wreef er zich de ogen uit: dit was je reinste renaissance, zo binnen handbereik gebracht. De geweldige dynamiek, de dramatische perspectiefeffecten, de buitengewone expressies van de figuren, de concentratie op één handeling en de heldere composities brachten hem op ideeën. Toeval of niet, datzelfde jaar kreeg hij ook het bezoek van Albrecht Dürer, die in Duitsland al de Italiaanse principes ter harte nam en zijn gastheer een reeks van zijn kopergravures naar de Passie van Christus cadeau deed. Het werd een kanteljaar voor de Brusselaar. Een expo die zo mooi de overgang stoffeert van de ene dragende stijl naar de andere in het werk van een trendsettende kunstenaar, het is een zeldzaam gebeuren. Als het dan bovendien gaat over Bernard van Orley, aan wie nooit eerder zo'n volwassen monografie werd gewijd, dan spreken we over een project van een uitzonderlijk belang. Het welslagen ervan hing af van de samenwerking tussen Bozar en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel, die heel wat van zijn schilderijen bezitten en onderzochten. Dat ook het Jubelparkmuseum en enkele grote internationale musea tientallen even kostbare als kolossale tapijten ontleenden om ze te laten zien in de stad waar ze 500 jaar geleden ontworpen en geweven zijn, maakt de triomf compleet. Van Orley dirigeerde een groot schildersatelier dat vooral opdrachten kreeg van kerkelijke en vorstelijke instanties. Voor de uitvoering van de wandtapijten werkte hij samen met Brusselse meester-wevers als Christian van der Moyen en Pieter De Pannemaeker. Hun streng verboden lutherse sympathieën staken de gezagsgetrouwe Van Orley even aan, wat hem in 1527 op een proces en een ontslag als hofschilder kwam te staan. Drie jaar later veegde de nieuwe landvoogdes, Maria van Hongarije, de spons over het verleden en nam hem opnieuw in dienst. Dit alles gebeurde onder het goedkeurend oog van keizer Karel, voor wie Van Orley en Van der Moyen diens onverwachte overwinning in de Slag bij Pavia en later zijn Jachten verheerlijkten in grandioze panoramische tapijten, geweven uit wol, zijde, zilver- en gouddraad, fonkelend als op de eerste dag. Ze mogen met reden de oogverblindende topstukken van de expo worden genoemd. De goed gedocumenteerde bijdragen van Van Orley herkennen we evenwel enkel aan zijn stijl, want de kartons zijn verloren gegaan, zoals kennelijk voor al zijn op ware grootte geschilderde voorstudies het geval is. Om de schilderijen niet al te zeer tekort te doen, moeten we zeker gewag maken van het Veelluik met Job en Lazarus (1521) waarin Van Orley de door god bevolen instorting van het renaissancepalazzo van de Bijbelse Job weergaf met een fantastisch gevoel voor dramatiek, perspectivische effecten, beweging, kleur en lichaamsexpressie. Het was geen slecht idee van de curatoren om hier en daar een soortgelijk werk van een mindere hand te tonen, zodat de ster van Van Orley des te beter kan schitteren.