Liefhebbers van raadsels en droomgezichten komen aan hun trekken bij Giorgio de Chirico (1888-1978). De in Griekenland geboren Italiaan weerde alle logica en gezond verstand uit zijn 'metafysische' schilderijen. Ware kunst moet ons terugbrengen naar onze kinderlijke visioenen en dromen, beweerde hij. Het is zeker waar dat zelfs het onnozele kijken naar zijn werk iets oplevert: hoewel er niets spectaculairs te zien is, verschijnt de wereld als een onbegrijpelijk wonder, buiten elk normaal realiteitsbesef.
...

Liefhebbers van raadsels en droomgezichten komen aan hun trekken bij Giorgio de Chirico (1888-1978). De in Griekenland geboren Italiaan weerde alle logica en gezond verstand uit zijn 'metafysische' schilderijen. Ware kunst moet ons terugbrengen naar onze kinderlijke visioenen en dromen, beweerde hij. Het is zeker waar dat zelfs het onnozele kijken naar zijn werk iets oplevert: hoewel er niets spectaculairs te zien is, verschijnt de wereld als een onbegrijpelijk wonder, buiten elk normaal realiteitsbesef. We spreken dan al gauw van surrealisme, en rekenen De Chirico tot een van de roergangers ervan. Om hem nu, zoals het BAM doet, als een goede fee te posteren 'aan de wieg van het Belgische surrealisme' en 40 van zijn schilderijen te mixen met in totaal 30 werken verdeeld over René Magritte, Paul Delvaux en excuustruus Jane Graverol, is een wel erg breedmazige onderneming. Alleen de Italiaan overleeft de operatie, omdat de expo vanuit de krachtlijnen van zijn oeuvre gedacht is. De Belgen, gereduceerd tot ontleners van beeldideeën van De Chirico, hangen er een beetje voor spek en bonen bij. Voor iemand die de kinderlijke onbevangenheid hoog in het vaandel voerde, investeerde de kunstenaar toch verdacht veel eruditie in zijn werk. Aan een studieverblijf in München hield hij een passie over voor de filosofie van Friedrich Nietzsche. Onder die invloed ontwaarde hij achter de dingen een metafysische leegte die hij tot kunst kon verheffen, en ontwikkelde hij een cyclisch tijdsbewustzijn dat de eeuwige terugkeer van het verleden impliceert. Hij liet zich inspireren door een brief van de filosoof waarin die de 'melancholie van mooie herfstnamiddagen in Italiaanse steden' bezingt. Het gezicht op een nagenoeg verlaten Italiaans plein bij een onwezenlijk licht, met strenge gebouwen die zware slagschaduwen afwerpen, het werd een typebeeld voor De Chirico. Toen hij ermee begon, rond 1913, sloot de avant-garde hem in de armen. Maar naarmate hij in de boosheid volhardde, almaar meer verlaten 'Italiaanse pleinen' schilderde, letterlijke kopieën of pastiches, bekoelde de liefde een flink stuk. Maar het werk van De Chirico leeft en blijft intrigeren. Daarvan getuigt de expo in Bergen met uitnemende voorbeelden die meer dan zestig jaar omspannen. De schilder zette zijn blijvende fascinatie voor de Griekse mythologie om in tafereeltjes die zich op een huiskamerbühne lijken af te spelen. Antieke personages, soms anoniem, vaak illustere namen dragend, zette hij subtiel naar zijn hand. Hermes als god van de melancholie, de door wroeging verteerde Orestes, of de thuis in zijn salon aanmerende Odysseus: ze verschijnen als roerloze figuren, paspoppen of standbeelden. Zo verschillen ze in weinig of niets van de soms moeilijk definieerbare rekwisieten die hen omringen. Als waren ze evengoed deel van mysterieuze stillevens als van de illustere mythologie waar ze thuishoren. De Chirico hield al zijn motieven klaar om ze opnieuw te gebruiken: zo bleef hij spelenderwijs mediteren over abstracte en geometrische elementen, verplaatste hij vertrouwde dingen naar een vreemde context (meubilair in de woestijn) en koesterde hij antieke brokstukken. Exemplarisch is het zeldzame koppel Archeologen met hoofden als rugbyballen en lichamen van rugbyspelers waar hele brokstukken antieke architectuur uit puilen. Ze zitten in de hoek van een kamer, dicht bij elkaar in twee fauteuils, en buigen zich over een tablet met een gegraveerde inscriptie die ze samen proberen te ontcijferen. Ik vraag me af: was deze schilder vooral een puzzelaar, een orakel of een onverbeterlijke nostalgicus?