De mid-vijftiger, in bekwaamheid de gelijke van Luc Tuymans en Michael Borremans, had al jaren een grote museale solotentoonstelling moeten hebben, maar die blijft alsnog uit. De reden ligt deels bij zijn onverbeterlijke eigenzinnigheid. In plaats van zijn stijgende faam te gelde te maken, verschoot de Gentenaar Jan Van Imschoot zijn pijlen tegen de 'academische begrafenisondernemers' - een hatelijke, zij het ietwat onduidelijke typering van het hele kunstestablishment in dit land. In 2013 trok hij zich terug in de verlatenheid van de Franse Champagne-et-Ardennestreek.
...

De mid-vijftiger, in bekwaamheid de gelijke van Luc Tuymans en Michael Borremans, had al jaren een grote museale solotentoonstelling moeten hebben, maar die blijft alsnog uit. De reden ligt deels bij zijn onverbeterlijke eigenzinnigheid. In plaats van zijn stijgende faam te gelde te maken, verschoot de Gentenaar Jan Van Imschoot zijn pijlen tegen de 'academische begrafenisondernemers' - een hatelijke, zij het ietwat onduidelijke typering van het hele kunstestablishment in dit land. In 2013 trok hij zich terug in de verlatenheid van de Franse Champagne-et-Ardennestreek. Het valt te vrezen dat zelfs een zekere anonimiteit hem niet kan schelen. Hoeveel Gentenaars lopen voorbij zijn flamboyante muurschilderingen in de historische rosse buurt zonder te weten van wie ze zijn? Zouden de klanten van herberg The Preacher in Geraardsbergen zijn hand herkennen op de wand waarop de glorieuze overwinning in 1948 van Cyriel Tarzan Delannoit tegen de Europese bokskampioen Marcel Cerdan geschilderd is? Verdwaalt er ooit een hond in het achterafstraatje waar Van Imschoot de bokser op de zijgevel van zijn woonhuis afbeeldde als pantoffelheld, lurkend aan een krom en een recht pijpje, in een stijl die doet denken aan Magrittes ploertige periode? Vlaamse musea nemen mondjesmaat werk van hem op in hun collecties. Kunstenaars die soms als curatoren optreden, tonen hem in hun grote tentoonstellingen: Jan Fabre in Het Vlot-Kunst is (niet) eenzaam (Oostende, 2017), Luc Tuymans in Sanguine/Bloedrood, een beeldend vertoog over oude en nieuwe barok (M HKA, Antwerpen, 2018). En zo is het hoge woord eruit: Jan Van Imschoot is een beoefenaar van de anarcho-barok, een unieke combinatie van provocerend kladschilderen en vuilbekkende commentaren enerzijds en virtuoos penseelwerk, uitbundige kleuren, kunsthistorische stootkussens en dubbele bodems anderzijds. Wie zich over dit werk ontfermt, steekt zijn nek uit, en dat deed Daniel Templon in zijn Brusselse galerie. Van Imschoot ontbindt er zijn duivels met een reeks van 12 schilderijen onder de overkoepelende titel Amore Dormiente, naar het gelijknamige schilderij van Caravaggio, de grootste geweldenaar onder de barokschilders. Amor, het opgeblazen liefdesgodje, is uitgeput neergezegen, onmachtig om welke pijl dan ook nog af te schieten: niet die met de gouden punt om mensen verliefd op elkaar te maken, noch die met lood om haat te zaaien. Rust Amors hand bij Caravaggio nog instinctief op zijn pijlenkoker, alsof hij elk ogenblik weer in actie kan komen, dan heeft Van Imschoot hem finaal uit het lood geslagen door hem een cryptische brief met een onmogelijke opdracht in handen te geven. De arme jongen wordt erin aangemaand om zich te bezinnen over het verschil tussen waarheid en werkelijkheid. Dat was het sein voor de Gentse kunstenaar in ballingschap om vrouwen en mannen te schilderen in situaties waarin de waarheid over de werkelijkheid moeilijk aan het licht kan komen. Daphne en Amor stammen uit de antieke mythologie, Salome komt uit de Bijbel, Veronica Franco uit de renaissance en Jean-Paul Marat uit de Franse Revolutie. Historieschilders hebben hen tegelijk realistisch voorgesteld én opgezadeld met hun eigen waarheid, meestal mannelijk chauvinistisch getint. Ook Van Imschoot gaat te werk als een historieschilder, maar hij zoekt een vrouwelijke waarheid en waardigheid achter de door de cultuurgeschiedenis geijkte voorstelling van zaken. Liefde, geweld en pijn laaien hoog op, de kleur rood overheerst alle andere, maar er is een kracht die ongebroken blijft, voelbaar doorheen het hele werk en het temperament van deze schilder: liberté. ?