Kronieken door grafisch kunstenaars zijn op hun best wanneer ze een bespiegelend karakter aannemen, geïnspireerd door cruciale episodes van de actualiteit of meer in het algemeen door de tijdgeest. Een beroemd voorbeeld zijn de etsen met de Verschrikkingen van de oorlog door Francisco de Goya. Op de lichamen, houdingen en gezichten van de gefolterde, uitgehongerde of vermoorde burgers staat niet te lezen dat ze slachtoffers zijn van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1808-1814): hun uitdrukkingen zijn zo scherp gekerfd dat ze elke oorlog waar ook ter wereld illustreren. Dichter bij huis maakte houtsnijder Frans Masereel (1889-1972) zich onsterfelijk met visionaire prenten die de hoofdzonden van de moderne maatschappij met liefde...

Kronieken door grafisch kunstenaars zijn op hun best wanneer ze een bespiegelend karakter aannemen, geïnspireerd door cruciale episodes van de actualiteit of meer in het algemeen door de tijdgeest. Een beroemd voorbeeld zijn de etsen met de Verschrikkingen van de oorlog door Francisco de Goya. Op de lichamen, houdingen en gezichten van de gefolterde, uitgehongerde of vermoorde burgers staat niet te lezen dat ze slachtoffers zijn van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1808-1814): hun uitdrukkingen zijn zo scherp gekerfd dat ze elke oorlog waar ook ter wereld illustreren. Dichter bij huis maakte houtsnijder Frans Masereel (1889-1972) zich onsterfelijk met visionaire prenten die de hoofdzonden van de moderne maatschappij met liefde en insnijdende ironie in beeld brengen. Het absolute meesterschap van Goya of Masereel heeft weinig kunstenaars tegengehouden om zelf direct of indirect in te spelen op lopende gebeurtenissen. De expo Chroniques toont er meteen drie. Eén chroniqueur van de schaduwwereld, één van de alledaagsheid, en één van de rampspoed. Frédéric Pénelle toont zijn gehechtheid aan de traditionele uit hout gesneden figuren met hun ietwat stramme contouren. Maar het universum waarin hij ze gooit, is slechts hier en daar in een verloren hoek nostalgisch. Het onschuldige meisje op haar schommel is niet opgewassen tegen de dikke bourgeois met zijn varkenssnuit, de koele manager met een 3D-kijker voor z'n kop, de mechanische vrouw met het opengebroken gezicht waaruit viezigheid lekt. Zelfs de minder stuitende types zitten gevangen in een wereld waar alles draait om absurde arbeid, egotisme en verstoord gedrag. Nu eens knipt Pénélle zijn typetjes uit het papier, posteert ze op metalen stellages en dompelt ze in licht en donker ( Chronique de l'ombre). Dan weer laat hij zich assisteren door Yannick Jacquet om ze met video- en digitale technieken te droppen in een gemonitord woestijnlandschap, bezet door tanks, soldaten en ontaarde types, kennelijk gewikkeld in een bittere strijd om olie. Het tableau zou geen kroniek zijn als het niet zo akelig dicht aansloot bij een bestaande werkelijkheid. Ook Thierry Lenoir houdt van de pure houtsnijkunst in de stijl en zelfs uit de tijd van Frans Masereel. De reeksen tafereeltjes, gegrepen uit het dagelijkse leven ( Chronique du quotidien), spelen zich niet af in hedendaagse decors, alsof het digitale tijdperk aan Lenoir voorbijgegaan is. Missionarissen, kolonialen en kleine Congolezen, excentrieke bewoners voor de ramen van een oud New Yorks (?) flatgebouw uit de jaren 1920, danspartijtjes. Het zijn de constanten in het menselijke gedrag die hem vooral interesseren, zoals de klad in het huwelijksleven, met paren die thuis aan elkaar gekluisterd zijn. Naast elkaar in bed, de vrouw die breit en mijmert over een zebra met een mannenkop, de man verzonken in de lectuur van Honderd jaar eenzaamheid. De humor is lichtjes boosaardig, soms op het cynische af: treinpendelaars worden zo zwaar op de proef gesteld dat ze gaan hallucineren en niet langer zeker zijn van hun leven (een prent evoceert de ramp in Buizingen). De bijdrage van Daniel Nadaud werd Chronique du désastre genoemd, wellicht vanwege het grote aantal gefantaseerde oorlogstuigen, agressieve insecten en knekels in zijn werk. De Apocalyps is al in volle gang en maakt visioenen los waarin expressieve maskers, dieren en martelinstrumenten in elkaar verstrengeld raken. De lijn is ronduit virtuoos, allicht omdat het om tekeningen en litho's gaat, waarbij de beperkingen van de houtgravure niet gelden. Zonder twijfel is James Ensor hier het grote voorbeeld.