Na er van 1997 tot 2017 het leeuwendeel van zijn tijd te hebben doorgebracht, ontwierp Patrick Van Caeckenbergh van zijn kamer een model op ware grootte, maakte er een kunstwerk van en schonk het aan het Gentse Museum voor Schone Kunsten (MSK). De buitenkant van het werk is, net als de doos rond het boek dat er onlangs over verscheen, gebaseerd op de vorm van een sigarenkist, een geknipt voorwerp voor verzamelaars.
...

Na er van 1997 tot 2017 het leeuwendeel van zijn tijd te hebben doorgebracht, ontwierp Patrick Van Caeckenbergh van zijn kamer een model op ware grootte, maakte er een kunstwerk van en schonk het aan het Gentse Museum voor Schone Kunsten (MSK). De buitenkant van het werk is, net als de doos rond het boek dat er onlangs over verscheen, gebaseerd op de vorm van een sigarenkist, een geknipt voorwerp voor verzamelaars. Het Sigarenkistje nodigt uit om te worden betreden, al kan dat slechts onder voorwaarden. In het deurgat hangt een boodschap: 'Voor bezoek zich wenden tot de Erfgoedbewakers'. Op het boek rust zo'n restrictie niet, zijn doos draagt terecht het opschrift welkom. Aangezien het bovendien de volledige inhoud van de kamer beschrijft (minus de cd's) en in beeld brengt, geeft het de nieuwsgierigen veel meer tijd om door te dringen tot de geheimen van de kunstkamer dan wanneer ze er zich daadwerkelijk in bevinden. Er eens binnengaan laat wel toe om de krachttoer van deze rangschikkingskunstenaar fysiek te ervaren. Woekerend met ruimte schikte Van Caeckenbergh zijn boeken, prenten, gebruiksvoorwerpen en curiosa op een even ordentelijke als esthetische manier. Het aanzienlijke aantal naslagwerken wijst op een behoefte aan een brede kennis, al is het voor een rangschikkingskunstenaar ook een middel om een zekere eenheid in kleur en structuur aan te brengen. Vermoedelijk zijn het toch de specifieke publicaties - van literatuur tot wetenschappen - waar hij bij voorkeur naar teruggrijpt. Ze bieden stof voor zijn fantasierijke kunstwerken, die hij als denkmodellen beschouwt. Om ze hun passende vorm te geven laat hij zich inspireren door allerlei gewone, persoonlijke en bizarre dingen, eveneens ondergebracht in de betreedbare kist. Marie Van Caeckenbergh, zijn dochter, inventariseerde ze in het boek volgens de logica van haar vader, ruimte latend voor kinderlijke afwijkingen. De zaak gaat nog meer intrigeren omdat er in een van de kasten geen boeken maar lege (?) sigarenkistjes gerangschikt staan. Op het glas is een transparant negatiefbeeld afgedrukt van een antieke ruïne die herinnert aan de passie van Sigmund Freud voor archeologie in samenhang met zijn delfwerk in het onderbewustzijn. De grondlegger van de psychoanalyse had niet alleen een bibliotheek met boeken van diverse disciplines waartussen hij originele verbanden legde, hij was ook een fervent sigarenroker. Bewaarde hij de kistjes in zijn boekenrekken? 'Wat vroeger een werkkamer was, is nu een architectuur van de herinnering, een wonderkamer, een doos vol gedachtenissen', zo schrijft Lieven Van Den Abeele in het boek. Kan een kunstenaar dan zomaar afstand doen van zijn werkkamer? Jazeker, wanneer hij er zoals Van Caeckenbergh op den duur versmacht wordt door de toename van materiaal, boeken en karrenvrachten kennis. In de zithoek van Het Sigarenkistje had ik het met hem eens over de roman Het martyrium (1935) van Elias Canetti: een onbegrepen geleerde die alleen van boeken houdt, wordt waanzinnig, steekt zijn bibliotheek in brand en blijft er zelf in. Het werk staat naast 14 andere titels van Canetti op Van Caeckenberghs schappen. De schenking van Het Sigarenkistje aan het museum mag een daad van zelfbevrijding zijn, de werkkamer in zijn woonhuis in Sint-Kornelis-Horebeke mag voorlopig leegstaan, de kans is klein dat Van Caeckenbergh niet van voren af aan zal beginnen. Paul Vermeulen vatte dat proces zo samen: 'Misschien zijn het koesterend inkapselen van betekenissen en het bevrijdende wegspoelen ervan het eb en vloed van dit oeuvre.'. Zovele lege sigarenkistjes wachten om opnieuw te worden gevuld - met de inhoud van een lopend leven.?