Het waren, geloof het of niet, enkele grondleggers van de conceptuele en de minimale kunst die in de vroege jaren 1960 als eersten de plastische mogelijkheden van neon grondig uitprobeerden. Dat lichtend middel bij uitstek in de reclamewereld leek nochtans op het lijf geschreven van popartkunstenaars, die hun inspiratie bij voorkeur uit de consumptiemaatschappij haalden. Andy Warhol noemde neon weliswaar 'een van de grote moderne dingen', maar deed er bij mijn weten verder niets mee. Alleen de nouveau réaliste (het Franse equivalent van popart) Martial Raysse lukte al in 1964 een dot van een neonbeeld. Op een sokkel staat een blauwe hand die opvlammend sterrenvuur probeert vast te grijpen. De vorm doet aan het Vrijheidsbeeld denken, het wer...

Het waren, geloof het of niet, enkele grondleggers van de conceptuele en de minimale kunst die in de vroege jaren 1960 als eersten de plastische mogelijkheden van neon grondig uitprobeerden. Dat lichtend middel bij uitstek in de reclamewereld leek nochtans op het lijf geschreven van popartkunstenaars, die hun inspiratie bij voorkeur uit de consumptiemaatschappij haalden. Andy Warhol noemde neon weliswaar 'een van de grote moderne dingen', maar deed er bij mijn weten verder niets mee. Alleen de nouveau réaliste (het Franse equivalent van popart) Martial Raysse lukte al in 1964 een dot van een neonbeeld. Op een sokkel staat een blauwe hand die opvlammend sterrenvuur probeert vast te grijpen. De vorm doet aan het Vrijheidsbeeld denken, het werk heet niet voor niets America America.Het CAB (Contemporary Art Brussels) is een initiatief van vastgoedmakelaar en financier Hubert Bonnet, wiens verzameling verankerd ligt in concept- en minimal art. Het is een grote inspiratiebron voor de tijdelijke tentoonstellingen waarmee hij uitpakt. Hij beschikt over een tot ruime tentoonstellingshal getransformeerd steenkooldepot, onderdeel van een complex met art-decotrekjes in Elsene. Voor Shaping Light vond hij een curator in de persoon van geestverwant Albert Baronian die op die manier het 45-jarige bestaan van zijn galerie viert. Sleutelwerken uit de concept- en minimal art vormen de solide basis van de expo. FIVE WORDS IN VIOLET AND NEON (1965) van Joseph Kosuth drukt niets minder en niets meer uit dan wat de titel zegt, zij het in een erg verzorgde esthetische vorm. Het is een manier als een ander om van de pot gerukte interpretaties te vermijden en lippendienst te bewijzen aan de logica, de mathematica en de taalfilosofie van Ludwig Wittgenstein. Dat is een weelde aan referenties in vergelijking met de naakte fluorescerende buizen van Dan Flavin die hooguit uitnodigen tot een abstracte aanschouwing van de kwaliteit van licht, lijn en kleur - ook niet niks natuurlijk. Een centrale plaats is voorbehouden aan Bruce Nauman en zijn ronde klokvorm die bij elke krachtige tik een kernwoord van het leven in twee neonkleuren doet oplichten: LIFE, DEATH, LOVE, HATE, PLEASURE, PAIN (1983). David Rosenberg, curator van de grote expo Néon, who's afraid of red, yellow and blue (Parijs, Maison Rouge 2012) situeerde het gebruik van neon bij kunstenaars in de geschiedenis van de grafische tekens vanaf de holbewoners. Hun abstracte krabbels evolueerden naar taal, hun figuratieve naar tekenkunst. Aan talige werken alvast geen gebrek in Shaping Light. Van sierlijk gekalligrafeerde, rood oplichtende woorden rien en un jour door Marie-José Burki tot de in lichtblauwe neon gereproduceerde hanenpoten van Tracey Emin, die haar vertrouwelijke mededeling, Because of You I'm Here, met kracht onderstreept. Als het ietsje meer mag zijn, dan verdient Mekhitar Garabedians boodschap in ivoorwitte neon op donkere achtergrond alle aandacht: Il n'y a pas de victoire, il n'y a que des drapeaux et des hommes qui tombent. Dit citaat uit Les Carabiniers, een oorlogsfilm van Jean-Luc Godard, zou niet misstaan op de gevel van het VN-gebouw in New York. Figuratieve kunst blijft strikt genomen beperkt tot Marilyn, een geestige kruising van de beroemde filmster en een poes in bewegende neonpanelen door Alain Séchas. Maar met een beetje goede wil past ook het opgeprikte zeemleren vest van Mario Merz in die categorie. De beroemde kunstenaar uit de Arte Povera doorboorde vanaf 1966 gewillig flessen, paraplu's en regenvesten met neonbuizen, kwestie van ze symbolisch op te laden met een grote energie.