Het blauw in zijn blauwe periode (1901-1904) is dominanter dan het roze in zijn roze periode (1904-1906). Het tere, halfdoorzichtige roze, vaak vergezeld van oker en bleekblauw, markeert de voorlaatste etappe voor hij met de geometrisch abstracte Demoiselles d'Avignon (1907) het eerste monumentale icoon van de moderne kunst schilderde. Vanaf dan klonk zijn fameuze uitspraak 'Ik wilde schilder zijn en ik werd Picasso' niet meer zo blufferig. Bluffen was er anders van meet af aan bij, toen de 19-jarige zoon van een tekenleraar zijn academische opleiding afbrak en in Barcelona en Parijs ettelijke tubes koel Pruisisch blauw aansprak om de minsten onder de minsten te portretteren op de wijze waarop El Greco driehonderd jaar eerder heilig...

Het blauw in zijn blauwe periode (1901-1904) is dominanter dan het roze in zijn roze periode (1904-1906). Het tere, halfdoorzichtige roze, vaak vergezeld van oker en bleekblauw, markeert de voorlaatste etappe voor hij met de geometrisch abstracte Demoiselles d'Avignon (1907) het eerste monumentale icoon van de moderne kunst schilderde. Vanaf dan klonk zijn fameuze uitspraak 'Ik wilde schilder zijn en ik werd Picasso' niet meer zo blufferig. Bluffen was er anders van meet af aan bij, toen de 19-jarige zoon van een tekenleraar zijn academische opleiding afbrak en in Barcelona en Parijs ettelijke tubes koel Pruisisch blauw aansprak om de minsten onder de minsten te portretteren op de wijze waarop El Greco driehonderd jaar eerder heiligen schilderde: als uitgerekte, extatische gestalten met lange handen. In dat blauwe streven zat zeker een stuk romantiek, door de Duitse dichter Novalis verzinnebeeld in Deblauwe bloem, symbool van de droom, de fantasie en het sentiment. Maar iemand die armeluizen, blinden, geslachtszieke hoeren en kindmoeders in gesloten instellingen gaat tekenen, getuigt toch ook van een naturalistisch temperament en van enige humane bewogenheid. De melancholische grondtoon is wellicht ook bepaald door de zelfmoord uit liefdesverdriet van Carles Casagemas, de boezemvriend die hem op zijn eerste reis naar de lichtstad had vergezeld en de huur had betaald van hun atelier aan de Boulevard de Clichy. De expo Picasso: bleu et rose is gestoffeerd met genoeg schilderijen uit de blauwe periode om er de volle reikwijdte van te doen aanvoelen: van het quasi religieuze en het mystieke tot het scabreuze. Een magisch aura omgeeft de blinde die naar zijn brood en kruik tast ( Le repas de l'aveugle). Het ascetische tafereel is zo streng weergegeven als op de Spaanse religieuze schilderijen en stillevens uit de Gouden Eeuw. La Célestine is een onrustwekkende verschijning met een beschadigd linkeroog, gehuld in een zwarte kapmantel. Haar naam is ontleend aan die van een koppelaarster uit de populaire Spaanse literatuur. En omdat Picasso zijn voorbeelden niet noodzakelijk onder stoelen of banken stak, is Evocation (L'Enterrement de Casagemas) een zichtbare herschepping van L'Enterrement du comte d'Orgaz, het meesterwerk van El Greco dat iedereen in de kapel van Santo Tome in Toledo aan de grond nagelt. De roze periode was niet zo rozig als de naam doet vermoeden, al verdween de morbide sfeer wel uit het werk. In 1904 in zijn atelier op Montmartre (het Bateau-Lavoir) zag Picasso zich omringd met fijne Franse dichterlijke zielen en een eerste vaste vriendin, Fernande Olivier. Opera- en theaterbezoek was er niet meteen bij, des te meer vermaak in cabaret Au Lapin Agile en in circus Medrano. De misdeelden in zijn werk maakten plaats voor harlekijnen, acrobaten, clowns en hun families. Toch ook weer figuren aan de zelfkant van de maatschappij, net zoals hijzelf er toen nog een was. De kunstenaar genoot niet alleen van hun optredens, hij verbroederde met hen en vereeuwigde hen in schilderijen die tot de mooiste uit zijn hele oeuvre behoorden. Hij deed hen verschijnen in een onwereldse, gedroomde omgeving ( Acrobate à la boule), soms in kostuum, soms naakt, omringd door paarden, vrienden of geliefden ( Famille de saltimbanques avec un singe). Een verblijf met Fernande in het afgelegen Pyreneeëndorp Gosol luidde de doorbraak in van iets nieuws. Picasso's toenemende aandacht voor sculptuur, lichamelijkheid, primitieve Afrikaanse en Iberische kunst, de fresco's van Pompeji en de geometrizering van het landschap door Cézanne maakten de weg vrij voor de uitvinding van het kubisme.