Honderd jaar geleden kwam een einde aan een grote wereldslachting, maar ook aan de kolossale Donaumonarchie met Wenen als epicentrum. Jugendstilkunstenaar Gustav Klimt liet in hetzelfde jaar 1918 het leven, net als zijn gedoodverfde opvolger, Egon Schiele. Het veld lag open voor Oskar Kokoschka, een nog veel heviger expressionist dan de nieuwe mode voorschreef. Een crisismode weliswaar, geboren uit een overmaat aan pathetiek om de naakte, lijdende mens in een stormachtige tijd. Helemaal het andere uiterste van de decoratieve jugendstil waarmee de grootburgerij haar stadspaleizen had opgesmukt. We hebben Klimt intussen allang weer in de armen gesloten. Hij is dan ook een prima kapstok voor een expo die niet over hem gaat (de fans word...