Een mens met een missie kan bergen verzetten. In zijn leven als reder bouwde Harry Rutten aan een hoogwaardige verzameling grafische kunst waarvoor hij nadien in Antwerpen een museum stichtte. Hij koesterde de hoop 'een factor te zijn in het bijdragen tot een samenleving waar kunst behoort tot de heilzame geestelijke voeding van alledag'. Kunst die als tegengif moet dienen voor 'zinloos geweld en destructief gedrag - met of zonder motief ', zoals Rutten het stelt, kan niet anders dan in sterke beelden de wezenstrekken van de menselijke bedrijvigheid in de wereld weerspiegelen.
...

Een mens met een missie kan bergen verzetten. In zijn leven als reder bouwde Harry Rutten aan een hoogwaardige verzameling grafische kunst waarvoor hij nadien in Antwerpen een museum stichtte. Hij koesterde de hoop 'een factor te zijn in het bijdragen tot een samenleving waar kunst behoort tot de heilzame geestelijke voeding van alledag'. Kunst die als tegengif moet dienen voor 'zinloos geweld en destructief gedrag - met of zonder motief ', zoals Rutten het stelt, kan niet anders dan in sterke beelden de wezenstrekken van de menselijke bedrijvigheid in de wereld weerspiegelen. Het grafische werk van de drie hoofdfiguren uit de verzameling van Museum De Reede beantwoordt aan die hoge eis. Van de fantastische taferelen vol waanzin, dwaasheid en oorlogsgeweld bij Francisco de Goya (1746-1828) vragen we ons onbegrijpend af waarom we ze niet al lang uitsluitend kunnen situeren in de duistere wereld van voor de verlichting De schreeuwende eenzaamheid, het onvermogen om lief te hebben, de drang om te moorden: de Noor Edvard Munch (1863-1944) mag die thema's in zielsmooie beelden hebben gevat, ze snijden nog altijd diep in ons vlees. En wie kan zeggen dat hij nooit enig (schuldig?) genot heeft beleefd bij het kijken naar de prenten van Félicien Rops (1833-1898), wanneer hij dromend de grens overschrijdt tussen erotiek en pornografie, provocatie en pure blasfemie? Geen kunst bestaat alleen bij de gratie van erkende grote meesters: de 'geestelijke voeding van alledag' zou al te eenzijdig zijn. Ook De Reede heeft oog voor onbekende parels. Zo iemand is Kurt Peiser (1887-1962), geboren in Antwerpen, waar zijn hooggecultiveerde vader een kantoor van de Tiense Suikerraffinaderijen leidde. De jongen kon vrijelijk zijn passies voor kunst en het leven rond de oude haven verenigen. Het heet dat Peiser het liefst van al schilderde, en zijn onderwerpen vooral om den brode uitwerkte in etsen en lithografieën. De veertig prenten op de expo Tussen troost en tristesse laten alvast een buitengewoon grafisch talent zien in het hanteren van de naald om alle subtiele overgangen tussen licht en donker weer te geven. Voor een geboren etser als Peiser speelt alles zich af in die schemerige zone, waarin hij met gevoelige lijnen en arceringen een uiterst suggestieve sfeer oproept. Daarin verschijnen zijn herinneringen als in een droom, zelfs als de beelden hun oorsprong vinden in een rauwe werkelijkheid. Zonder twijfel behoren de scènes in zeemanskroegen en bordelen, verlaten kaaien en smalle straatjes in de oude Antwerpse havenbuurt tot een schrijnende episode uit de sociale geschiedenis - en toch laat Peiser het niet tot een aanklacht of een vlijmscherpe karikatuur komen. Daarvoor toont hij zich te zeer begaan met de emoties van zijn personages. Matrozen, dokwerkers, accordeonisten, hoertjes en nachtdanseressen zijn elk op hun manier slachtoffers van een vorm van uitbuiting. Ze verwerven diepmenselijke trekken wanneer ze de warmte zoeken van een deuntje, een dans, een paar glazen alcohol (te veel), de schouder van een lotgenoot, een ander lichaam. Het zijn hun enige remedies tegen het alomtegenwoordige verdriet, al moeten ze betalen of betaald worden om troost te krijgen dan wel te geven. Echt vrolijk worden ze er niet van, het zijn slechts vluchtige ogenblikken waarin ze ontsnappen aan hun ellende en eenzaamheid, maar altijd laat Peiser in het diepste donker de felle stralenkring van een verborgen zon schijnen, vast en zeker als 'heilzame geestelijke voeding van alledag'.