Wat als een museumdirecteur het eens vertikt om op te draven voor zwaar verzekerde kunstwerken, voor 'gespecialiseerde transportmiddelen, ophangsystemen, decorelementen' die wegen op het lastenboek van een tentoonstelling? Dan kan het gebeuren dat hij zich ontdoet van alle rompslomp en toch goede hoop koestert dat er iets moois tot stand komt. Het overkwam Denis Gielen van het MAC's, die de monumentale zalen van zijn museum liet ontruimen en aan twee kunstenaars vroeg of ze samen iets konden aanvangen met de leegte. Hij had zijn keuze uiteraard goed overwogen. Ann Veronica Janssens (62) hecht minder waarde aan de dingen op zichzelf dan aan de manier waarop ze je de omringende lege ruimte doen beleven: ze zorgt voor spiegelingen, lichtspelin...

Wat als een museumdirecteur het eens vertikt om op te draven voor zwaar verzekerde kunstwerken, voor 'gespecialiseerde transportmiddelen, ophangsystemen, decorelementen' die wegen op het lastenboek van een tentoonstelling? Dan kan het gebeuren dat hij zich ontdoet van alle rompslomp en toch goede hoop koestert dat er iets moois tot stand komt. Het overkwam Denis Gielen van het MAC's, die de monumentale zalen van zijn museum liet ontruimen en aan twee kunstenaars vroeg of ze samen iets konden aanvangen met de leegte. Hij had zijn keuze uiteraard goed overwogen. Ann Veronica Janssens (62) hecht minder waarde aan de dingen op zichzelf dan aan de manier waarop ze je de omringende lege ruimte doen beleven: ze zorgt voor spiegelingen, lichtspelingen, kleuren, bewegingen, rook. Jean Glibert (80) van zijn kant houdt zich al een leven lang met niets anders bezig dan met het aanbrengen van kleur in architectuur. Ze vullen elkaar wonderwel aan in het MAC's. Hun gemeenschappelijke expo kreeg de naam Albedo, zoals de natuurkundige grootheid die de hoeveelheid licht die oppervlakken weerkaatsen uitdrukt in waarden van nul (een zwart lichaam) tot 1 (een spiegel). Als ik het goed heb gezien, zorgt Janssens in het totaalkunstwerk vooral voor weerkaatsing, Glibert ook voor de nodige absorptie. Maar de essentie ligt in de harmonieuze verhoudingen die de twee polen met elkaar aangaan op het lange traject door de lege zalen van de moderne museumvleugel. (Architect Pierre Hebbelinck bouwde die in het verlengde van het gerestaureerde neoklassieke complex op de vroegere koolmijnsite.) Janssens verdeelde zeven lichtblauwe Havana Blue Bikes over een parcours dat door Glibert is afgebakend met rode en zwarte banen op muren, vloeren en plafonds. Wie zich met de fiets door de expo verplaatst, brengt de hele architecturale kleuromgeving versneld in beweging en krijgt het gevoel dat hij een tochtje maakt langs een abstract-geometrische baan. Toen ik het hele traject nog eens te voet overdeed, zag ik hoe mooi de wieldoppen uit gepolijst, roestvrij staal van de Havana Blue Bikes stukjes van de omringende ruimte weerspiegelden. Er is één merkwaardige zaal zonder fietsen en zonder rood-zwarte velodroom. Geholpen door het natuurlijke licht dat van de zijkant gefilterd binnenvalt en er een diffuse sfeer schept, vormen de door Janssens op de vloer uitgestrooide polyesterglitters een nevelsliert die vreemd oplicht in groene, witte en grijzige tinten. Mijn bewegingen werden trager, als in een droom. Ik wandelde in een kosmisch vacuüm, werd er aangezogen en tegengehouden door een mat glanzend, bleek vlak op de muur. Het bleek door Glibert te zijn aangebracht en licht gevernist op calqueerpapier ( Regards sur murs). Er bevinden zich twee kleine restruimtes op het museale parcours. De twee kunstenaars namen er elk één voor hun rekening en laten er een readymade zien die exemplarisch is voor hun manier van werken. In het geval van Ann Veronica Janssens is dat de video Berlin-Barcelone, een opname uit 1999 van een voetbalwedstrijd in de Champions League die iets onwezenlijks kreeg door de dichte mist waarin hij zich afspeelde. Jean Glibert pakt uit met een houten model voor een gietvorm, een oude vondst in een afgedankte ijzergieterij. Het langwerpige voorwerp met zijn afbladderende rode verf inspireerde hem bij de vormgeving van zijn velodroom in het MAC's. Die doet op zijn beurt denken aan de spoorwegbrug tussen het Zuidstation en de Kapellekerk in Brussel waarvan Glibert in 2004 de onderkant in het rood verfde. Gek, hoe de ene kunstenaar de blik aanscherpt door de zichtbaarheid te verminderen en de andere door ze te verhogen.