Haar oeuvre ligt zo'n drie en een halve eeuw achter ons. Het telt nog altijd hooguit dertig schilderijen die aan haar toegeschreven zijn. Dat het er überhaupt zo veel zijn, is vooral te danken aan het langjarige speurwerk van kunsthistorica Katlijne Van der Stighelen. Haar professionele gedrevenheid wordt gevoed door een stevig gendermotief. Hoe bestaat het dat zo'n talent als de barokschilderes Michaelina Wautier (1604-1689) ei zo na van de kaart verdween? Weer de schuld van de kunstgeschiedschrijving, die eeuwenlang geen hoge dunk had van kunst door vrouwen?
...

Haar oeuvre ligt zo'n drie en een halve eeuw achter ons. Het telt nog altijd hooguit dertig schilderijen die aan haar toegeschreven zijn. Dat het er überhaupt zo veel zijn, is vooral te danken aan het langjarige speurwerk van kunsthistorica Katlijne Van der Stighelen. Haar professionele gedrevenheid wordt gevoed door een stevig gendermotief. Hoe bestaat het dat zo'n talent als de barokschilderes Michaelina Wautier (1604-1689) ei zo na van de kaart verdween? Weer de schuld van de kunstgeschiedschrijving, die eeuwenlang geen hoge dunk had van kunst door vrouwen? Dat ze niet geschikt werden geacht om zich bezig te houden met intellectueel veeleisende vakken verklaart alleen waarom we bijna geen vrouwen aantreffen in het kunstenaarsgild. Maar Wautier behoorde tot de uitzonderingen die kennelijk géén tegenstand ondervonden wanneer ze het penseel voerden. Wel integendeel. Ze werd in de watten gelegd door haar gegoede familie die in Bergen en later Brussel grossierde in hoge burgerlijke en militaire ambten. Dat ze niet trouwde en geen kinderen hoefde groot te brengen, was geen nadeel. Een van haar broers, Charles, was zelf schilder en deelde zijn wijsheid, woning en atelier met haar. Vermoedelijk werkten ze ook samen aan dezelfde schilderijen, dat moet nog verder worden uitgeplozen. Ze behoorden tot de entourage van aartshertog Leopold Wilhelm, een kunstminnend man. In de lijst van zijn inboedel trof men een handjevol aan Michaelina Wautier toegeschreven schilderijen aan. Zo had Van der Stighelen niet veel meer dan twee heiligenportretten en het monumentale mythologische tableau Triomf van Bacchus om haar onderzoek mee te beginnen. Ze worden bewaard in het Kunsthistorisches Museum in Wenen door conservatoren die er een eed op zweren dat ze wel degelijk van Wautiers hand zijn. Toen de onderzoekster later op schilderijen stootte die het bijna onleesbaar geworden signatuur van de kunstenares droegen, begon ze vaste grond onder de voeten te voelen. Nu kon ze op stilistische gronden aan Wautier nieuwe werken toekennen die blijkbaar verkeerdelijk aan anderen waren toegeschreven. Samen met haar broer kocht en verkocht Michaelina huizen, en ze trad geregeld op als geldschieter. Om den brode hoefde ze dus niet te schilderen, en dat verklaart misschien mee haar geringe productie. Ze leek zich vooral te amuseren met het beoefenen van diverse genres, die ze alle met sprekend gemak beheerste, stilistisch variërend op barokke registers, begiftigd met een penseelvoering die naar believen zacht en transparant of juist krachtig uitpakt. Onmogelijk om niet onder de indruk te komen van haar portretten van aantrekkelijke, jonge jongens met licht weemoedige blikken en rijkelijk golvende haren. Fijne zinnelijkheid en een groot gevoel voor intimiteit spreken uit haar religieuze scènes en genretaferelen, die ze levensecht in de dagelijkse levenssfeer situeert, maar met haar stralende coloriet ook iets verhevens verleent. En zo kreeg Michaelina na eeuwen een deel van haar oeuvre terug, en zelfs haar gezicht. De expo laat een chique madame zien, zelfbewust poserend met haar penselen en palet in de hand. Vijf jaar geleden werd het schilderij geïdentificeerd als een Zelfportret. Het is de enige beeltenis überhaupt die we van haar kennen, al maakt Van der Stighelen zich sterk dat de schilderes zichzelf ook afbeeldde als begeerlijke volgelinge van de wijngod op de Triomf van Bacchus. Ik vraag me af of het eerder ovale gezicht met de twee moedervlekjes op het zelfportret zo veel gemeen heeft met het blozende ronde hoofd van een wulpse bacchante zonder zichtbare taches de beauté. Maar allicht onderschat ik haar kunst om zich meer dan één gezicht aan te meten.?