Ze zijn er wel, de oude meesters uit de baroktijd, maar de meeste kijken discreet toe op de achtergrond. Dat waren ze niet gewend. Ze zwoeren bij uitgesproken lichamelijke aanwezigheid, dynamische bewegingen, uitstortingen van passie en geweld, dramatische lichtcontrasten en illusionistische trucs. Ze deden alles om de kijker in de ruimte van het werk te betrekken. In de expo Sanguine/Bloedrood laten ze het bravourewerk grotendeels over aan de hedendaagse kunstenaars, in een regie van de crypto-barokke meester Luc Tuymans. Rubens, Van Dyck, Cornelis De Vos, Adriaen Brouwer en Zurbaran, het zijn aandachtige getuigen bij een dance macabre voor onze tijd, vermomd als een wervelende show, zoals het hoort.
...

Ze zijn er wel, de oude meesters uit de baroktijd, maar de meeste kijken discreet toe op de achtergrond. Dat waren ze niet gewend. Ze zwoeren bij uitgesproken lichamelijke aanwezigheid, dynamische bewegingen, uitstortingen van passie en geweld, dramatische lichtcontrasten en illusionistische trucs. Ze deden alles om de kijker in de ruimte van het werk te betrekken. In de expo Sanguine/Bloedrood laten ze het bravourewerk grotendeels over aan de hedendaagse kunstenaars, in een regie van de crypto-barokke meester Luc Tuymans. Rubens, Van Dyck, Cornelis De Vos, Adriaen Brouwer en Zurbaran, het zijn aandachtige getuigen bij een dance macabre voor onze tijd, vermomd als een wervelende show, zoals het hoort. Caravaggio van zijn kant, toont zich minder bescheiden. Dat komt omdat Tuymans de hand legde op diens levensgrote schilderij van Degeseling van Christus, gemaakt in Napels op zijn vluchtroute na een in Rome begane moord. Het doek heeft geen spat van zijn ambigue aantrekkingskracht verloren: Caravaggio's Christus is geen icoon maar een mooie, atletisch gebouwde man die zelfs op het toppunt van zijn lijden en vernedering een natuurlijke elegantie bewaart, zoals hij het linkerbeen sierlijk naar voren brengt als voor een langzame, intieme dans met zijn beulen. In de ronde zaal die als een van de moeilijkste van het M HKA geldt, vormt De geseling een orgelpunt. De omringende werken voeren de lijfelijke spanning op: een zwart abstract schilderij waaruit een videofragment van een amechtige zwemmer oprijst (Dominik Lejman, 2009); een zieltogende, met pijlen doorboorde Sint-Sebastiaan van Zurbaran (1650); twee flamboyante beelden van de diep geëmotioneerde moeder en de lievelingsapostel van Christus (Johann Pinsel, 1758). Zoals in de rest van de expo zijn de beelden volgens een gezond barok principe in een open, dynamische relatie tot elkaar in de ruimte geplaatst. Mij gaf dit een verhoogd gevoel van visuele vrijheid en emotionele betrokkenheid. Maar uitgerekend in deze ronde zaal is er ook een valstrik gespannen die het mooie barokke eenheidsgevoel aan diggelen slaat. In het midden van de vloer ligt een formatie scherpe glasvolumes waarin je, onderweg naar Degeseling, slechts zwevende brokstukken van de geëxposeerde werken weerspiegeld ziet. Deze minimalistische sculptuur met een vleugje art deco, gebruikt als mijnenveld, is van de hand van Carla Arocha & Stéphane Schraenen. Zelfs de titel heeft een subversief tintje: Circa Tabac is de (vroegere) naam van een loungebar in Soho, New York, waar nog ongeremd wordt gerookt. Laten we wel wezen: van de verheven barokkunst en -architectuur, door de katholieke kerk in haar meest triomfalistische periode ingezet als propagandamiddel, blijven nog slechts de stijlprincipes over. Kunstenaars zetten ze naar hun hand om er hun eigen aanvoelen van het leven en de wereld mee te kleuren. En dat ziet er vaak behoorlijk morbide uit, als lag de wereld al in een diepe coma. Twee van de aangrijpendste voorbeelden zijn hier te zien. Op de tot in alle zalen doordringende tonen van de kerkzang Popule Meus dragen politiemannen een opgezette leeuw langs de steile flanken van de sloppenwijken in Caracas naar beneden, waar kinderen zijn ogen proberen uit te krabben. Arme leeuw, symbool van Caracas en van Christus, de tot in Venezuela geëxporteerde heiland ( El Léon de Caracas, een video van Javier Tellez). Het einde van de wereld ligt al achter ons in de video Human Mask (2014) van Pierre Huyghe. Een echte aap met het masker op van een mooi meisje uit het Japanse notheater, drentelt verweesd rond in een verlaten restaurant in Fukushima. Het afgerichte dier placht er op te dienen.