Hij verliet ons in februari van dit jaar, op de gezegende leeftijd van drieëntachtig jaar: Jef Geys, als leraar en kunstenaar even eigengereid. Zijn collega op school en gabber Walter van den Broeck deed van zich spreken met Groenten uit Balen (1972), een toneelstuk met een schrijffout in de titel, gemaakt door een arbeider in zijn eerbiedige klaagbrief aan de koning. Maar Jef kweekte en schilderde echte groenten, en ook wel fruit, in Balen, zijn woonplaats. Ik denk dat beide vrienden nooit iets anders hebben willen maken dan kunst die zich niet verhief boven het volk. Wie groenten kweekt en graag tekent, moet beide doen volgens de regels van de kunst, en verder geen gezeur.
...

Hij verliet ons in februari van dit jaar, op de gezegende leeftijd van drieëntachtig jaar: Jef Geys, als leraar en kunstenaar even eigengereid. Zijn collega op school en gabber Walter van den Broeck deed van zich spreken met Groenten uit Balen (1972), een toneelstuk met een schrijffout in de titel, gemaakt door een arbeider in zijn eerbiedige klaagbrief aan de koning. Maar Jef kweekte en schilderde echte groenten, en ook wel fruit, in Balen, zijn woonplaats. Ik denk dat beide vrienden nooit iets anders hebben willen maken dan kunst die zich niet verhief boven het volk. Wie groenten kweekt en graag tekent, moet beide doen volgens de regels van de kunst, en verder geen gezeur. Geys vertelde zijn leerlingen in de klas dat een kopie van een schilderij of tekening evenveel waarde had als het origineel. Niet erg marktconform was dat. Meer nog, een fotokopie kon al wonderen doen - de reden waarom de kunstenaar er zo gretig gebruik van maakte. Zelfs teksten, in een welgekozen formaat gegoten en in het kunstcircuit gebracht, waren goed. Om nog maar te zwijgen van publiek-private acties. Terwijl hij dusdoende een rekbaar kunstbegrip hanteerde, onderwierp hij alles wat hij maakte aan duizend vragen, waarvan hij de oplossing grotendeels overliet aan het publiek. Aan makke toeschouwers had hij een broertje dood. Als er iets heilig is voor een kunstenaar van zijn kaliber, dan wel het idee dat aan een kunstwerk ten grondslag ligt. Hij had er vele honderden, die hij een voor een ten uitvoer bracht en zorgvuldig registreerde in een indrukwekkend archief. Een van z'n mooiste projecten realiseerde hij in 1969, toen hij een nostalgisch inside-fotoverslag maakte van de Ronde van Frankrijk - de eerste die Eddy Merckx won - en zijn bevindingen over het achtergrondgebeuren doorstuurde naar de piepjonge streekrenner die hij onder zijn vleugels had genomen. Curator Francis Mary maakte er kort geleden een rondreizende expo over, begeleid door een boek met 67 van Jefs volmaakt onspectaculaire foto's ( 234, uitgegeven door het CNEAI). Mary leidde ook Geys' laatste project Quadra in goede banen. Op het grasveld van het MAC's zijn acht moestuinperken aangelegd, elk in de geschematiseerde vorm van een Europees land, elk beplant met een selectie van de binnen zijn grenzen voorkomende wilde planten. Volgens het gelijkheidsprincipe, Jef Geys zo dierbaar, heeft elke moestuinstaat strikt dezelfde afmetingen (4 m2). Maar aangezien het gaat om wat we gemeenzaam onkruid noemen, valt het te verwachten dat de planten zich als een stelletje ongeregeld grif buiten de grenzen zullen verspreiden, als ze er tenminste een geschikte biotoop aantreffen. In dat geval kunnen hun geneeskrachtige eigenschappen daklozen nog van pas komen. Ook dat was een stokpaardje van de kunstenaar. Intra muros richtte Mary een intieme tentoonstelling in, die de hoofdpunten van Geys' participatieve kunst en werkwijze luchtig samenbalt. Daarin konden de spraakmakende edities van het Kempens Informatieblad niet ontbreken, zijn alternatief voor catalogi met zwaartillende teksten. Bepaald ontroerend is de reeks San Michele, ontstaan in 2009 op het gelijknamige kerkhof in Venetië, toen hij er België vertegenwoordigde op de Biënnale. 12 panelen bevatten elk een gedroogde wilde bloem, een foto in close-up van die bloem in bloei en een foto van het graf waar hij groeide. Ik nam niet aan dat Geys allemaal graven van onbekende Italianen gekozen had, en ontcijferde de rustplaats van Léon Gischia, schilder uit de Nouvelle École de Paris, en die van E.H. Douwes Dekker, de eerste vrouw van de schrijver van de grote antikoloniale roman Max Havelaar. Reken maar dat ze thuishoren in de levenssfeer van deze grote, betreurde kunstenaar.