Naar het schijnt is er niets te zien, of toch erg weinig, in Eragny-sur-Epte. Glooiingen, landerijen, bomen in en om een Normandisch dorp. In de hoofdstraat staat nog altijd het kloeke huis met de tot atelier omgebouwde schuur van vadertje Pissarro, zoals ze hem in de kunstwereld liefdevol noemden. De plek is geen bedevaartsoord zoals het huis en de tuin van zijn maat Claude Monet, een eind verderop langs de Epte. Die had in Giverny dan ook een waar bloemenparadijs aangelegd, en er weergaloos mooie reeksen waterlelies geschilderd. Niet zo Camille Pissarro in Eragny. De gewone natuur en de arbeid op de velden, in de boomgaarden en moestuinen waren zijn onderwerpen. Hij was al 54 toen hij er met Julie Vellay, zijn vrouw, en hun acht kinderen zij...

Naar het schijnt is er niets te zien, of toch erg weinig, in Eragny-sur-Epte. Glooiingen, landerijen, bomen in en om een Normandisch dorp. In de hoofdstraat staat nog altijd het kloeke huis met de tot atelier omgebouwde schuur van vadertje Pissarro, zoals ze hem in de kunstwereld liefdevol noemden. De plek is geen bedevaartsoord zoals het huis en de tuin van zijn maat Claude Monet, een eind verderop langs de Epte. Die had in Giverny dan ook een waar bloemenparadijs aangelegd, en er weergaloos mooie reeksen waterlelies geschilderd. Niet zo Camille Pissarro in Eragny. De gewone natuur en de arbeid op de velden, in de boomgaarden en moestuinen waren zijn onderwerpen. Hij was al 54 toen hij er met Julie Vellay, zijn vrouw, en hun acht kinderen zijn intrek nam. Op zijn manier toch ook op zoek naar het paradijs, een anarchistisch Utopia van complete autonomie en collectieve arbeid. Vader Pissarro, in 1830 geboren in de Deense Antillen, was een bereisd man en was erg bedrijvig in het Parijse kunstleven. Als steunpilaar en vaste waarde van een stel onconventionele schilders, impressionisten genaamd, nam hij tussen 1874 en 1886 als enige deel aan alle acht tentoonstellingen van de groep. Dat hij plots neerstreek in the middle of nowhere en daar de laatste twintig jaar van zijn leven zijn vast adres had, zou op zichzelf niet volstaan om er een tentoonstelling aan te wijden. Maar Pissarro à Eragny blijkt inderdaad een verhaal apart, al was het maar omdat hij er begon te werken volgens de principes van een nieuwe generatie en een nieuwe stijl, toen die zich nog in een experimenteel stadium bevond. Dat was het neo-impressionisme, met Georges Seurat als roerganger. Ineens vond ook Pissarro het impressionisme veel te 'romantisch' in zijn streven om vluchtige indrukken van de werkelijkheid weer te geven in wemelende penseelstreken. De neo-impressionisten baseerden zich op de jongste, 'wetenschappelijke' inzichten in het gedrag van kleuren en het licht. Ze wilden beklijvende beelden maken, eigenlijk zoiets paradoxaals als het verlenen van duurzaamheid aan het moment. Werken volgens neo-impressionistische recepten was geen kattenpis. Kleuren dienden niet intuïtief te worden aangebracht maar onder de vorm van stippels van gelijke grootte binnen een totaalharmonie van complementaire contrasten. Daar kropen zeeën van tijd in. Maar als het goed gedaan was, gingen zulke schilderijen dan zeldzaam vibreren, iets waar Pissarro enkele keren wonderwel in slaagde. Vrouwenfiguren, oplichtend bij het stapelen van het hooi op hopen die goudgeel glanzen in het avondlicht. Een vrouw met groene hoofddoek in een licht als van een Vermeer met pukkels. Verenigd op het veld in de schaduw van een appelboom: een mooie groep van vier, elke figuur in een andere houding bij het verrichten van de pluk in La Cueillette des pommes, Eragny. Grappig, hoe de rode appels aan de boom en op de grond eigenlijk de stippels van dienst zijn. Dit is meer dan een vibrerend beeld, dit is een vurige ode aan het werken in gemeenschap op het land. Meer dan een jaar of drie hield Pissarro zulk monnikenwerk niet vol. Zo veel kindermonden te voeden, bij een zo trage productie. Tussendoor om den brode vlugge aquarellen maken, volstond niet. En het leek de kunstenaar plots alsof hij zich in een keurslijf gedrongen voelde, zowat het laatste wat een geboren anarchist kon verdragen. Hij keerde terug naar zijn eerste liefde, het impressionisme en de spontane manier van schilderen, alsof hij zijn vrijheid terugvond. Naar mijn gevoel kwam er over zijn werk toen opnieuw een zweem van saaiheid, die het altijd een beetje in de schaduw zal laten staan. Tot 9 juli. Door Jan BraetWerken volgens neo-impressionistische recepten was geen kattenpis. Er kropen zeeën van tijd in.