Hij leefde niet zo lang (1833-1898) maar maakte genoeg prikkelende tekeningen om er het hele museum in Namen dat zijn naam draagt mee te stofferen. Fijnproevers zijn er kind aan huis en slagvaardige feministen blijven er liever weg, want het vrouwbeeld van Félicien Rops was op zijn zachtst gezegd discutabel. De huiskunstenaar wist zichzelf en zijn kunne geobsedeerd door de vrouw als sekspoes, en het vrouwelijke geslacht achtte hij bezeten door de duivel.
...

Hij leefde niet zo lang (1833-1898) maar maakte genoeg prikkelende tekeningen om er het hele museum in Namen dat zijn naam draagt mee te stofferen. Fijnproevers zijn er kind aan huis en slagvaardige feministen blijven er liever weg, want het vrouwbeeld van Félicien Rops was op zijn zachtst gezegd discutabel. De huiskunstenaar wist zichzelf en zijn kunne geobsedeerd door de vrouw als sekspoes, en het vrouwelijke geslacht achtte hij bezeten door de duivel. Het zat er een beetje aan te komen, de eerste aanval in regel op de katholieke en de burgerlijke moraal die eind negentiende eeuw toch wel erg knellend werden bevonden, althans in intellectuele en artistieke kringen. Onder meer de academie, als behoedster van de Schone Kunsten, moest het ontgelden. Niet het minst omdat ze ook gold als steunpilaar van de officiële moraal. Rops had die lijdzaam ondergaan in een jezuïetencollege, en schudde ze vervolgens af als student in de rechten aan de Université Libre de Bruxelles, een nest van vrijdenkers en anarchisten. Er zit een onmiskenbaar emancipatorisch kantje aan het streven van de ontluikende karikaturist om blasfemisch en pornografisch uit de hoek te komen. En de omstandigheden zaten mee. Met de erfenis van zijn vroeggestorven vader, een Naamse textielbaron, financierde hij een satirisch tijdschrift, l'Uylenspiegel. Zijn ontmoeting met Charles Baudelaire, vaandeldrager van de moderne geest, gaf hem een intellectuele boost en een koninklijke entree in de avant-gardemilieus in Parijs. Hij ging er zich vestigen en werd de bestbetaalde illustrator van de stad. Het hoogtepunt van zijn subversieve kunst viel in 1878 met twee tekeningen die nog altijd de wereld rondgaan. Op de pasteltekening La Tentation de Saint Antoine wordt Christus van zijn kruis verdrongen door een volslanke, naakte deerne in de stijl van Rubens. De lange baard van Sint Antonius, die het tafereel ontzet gadeslaat, gaat er stijf van staan. Heel anders de reactie van zijn varken: het is op een stapel boeken geklommen en ontpopt zich als een aandachtige waarnemer. Het evenhoevige zoogdier treedt ook op in Pornocratès, waaraan het museum nu een fijne dossiertentoonstelling wijdt. Op het dak van een antieke tempel laat een geblinddoekte vrouw zich leiden door een varken. Zij heeft alleen zijden kousen, lange handschoenen en een brede hoed als tooi, het varken heeft een vergulde staart. Museumdirecteur Véronique Carpiaux houdt het erop dat Rops met het halfnaakte, modieuze wicht de moderne vrouw heeft voorgesteld, en met het varken de lage, mannelijke instincten. Hoe dubbelzinnig de voorstelling ook moge zijn, zeker is dat in een pornocratie niet bepaald de rede regeert. Félicien Rops maakte slechts enkele varianten van zijn oorspronkelijke aquarel. Pas toen hij de tekening als gravure liet verspreiden, gingen de poppen aan het dansen. Tot een publiek schandaal kwam het echter pas in 1886, toen Pornocratès voor het eerst geëxposeerd werd. Dat gebeurde op het internationale avant-gardeplatform van Les XX in Brussel. Tien jaar later realiseerde Albert Bertrand een van de mooiste gravures van Pornocratès. Alle voorbereidende staten ervan bleven bewaard en vormen nu een rijk gevarieerde reeks die het hart van de expo uitmaakt. Tot vandaag laten kunstenaars en illustratoren zich grif door de tekening van Rops inspireren. Onder hen Jacques Charlier, die het varken liet ontsnappen, en de tekenaar Karl, die de modieuze dame ooit het hoofd van Marianne Thyssen gaf en het zoogdier de kop van Yves Leterme.