Meer dan drieduizend leerlingen telt de Olympio-school in de Tanzaniaanse stad Dar-es-Salaam. Elke leerkracht heeft er gemiddeld tachtig leerlingen.
...

Meer dan drieduizend leerlingen telt de Olympio-school in de Tanzaniaanse stad Dar-es-Salaam. Elke leerkracht heeft er gemiddeld tachtig leerlingen.In april kwamen twee vrachtwagens van het Tanzaniaanse leger langs. Met een toneelvoorstelling over aids, deels betaald door de Tanzaniaanse overheid en begeleid door de ngo Comprehensive Community Based Rehabilitation in Tanzania (CCBRT), het geesteskind van de Belgische expert Geert Vanneste, die gepokt en gemazeld is in de ontwikkelingssamenwerking.Het toneel voert een beest op, een dorpsgek en een wijze. In de zaal is ook een aids-patiënt aanwezig, die het woord voert om het stigma weg te nemen. 'Het is de bedoeling dat we de kinderen op een positieve manier waarschuwen voor aids', legt Vanneste uit. 'We zeggen hen: seks is fantastisch maar levensgevaarlijk. Het is doodjammer, maar we moeten een deel van de zo belangrijke gevoelscultuur in Tanzania bewust kapotmaken. Bijna 10 procent van de Tanzaniaanse bevolking is nu al seropositief.'De toneelvoorstelling is heel interactief, en dat zorgt voor verrassingen - tenminste voor onvoorbereide buitenstaanders. Een meisje staat recht en wijst een van de aanwezige leraren aan: hij lokte haar in zijn bed onder het voorwendsel dat ze bij hem thuis bijlessen moest komen volgen. 'Een klassieker in het lokale schoolsysteem', zucht Vanneste. 'Het overkomt 10 tot 15 procent van de schoolmeisjes. Een studie toonde aan dat een derde van de kinderen tussen tien en twaalf jaar oud al seksuele ervaringen heeft. Leraren maken van hun positie gebruik om met scholieren naar bed te gaan. De meisjes kunnen bijna niet weigeren - vrouwen hebben in Tanzania weinig te zeggen over hun seksualiteit.'Het is een bewuste stap om via scholen de aids-problematiek aan te kaarten. Er moet over seks en aids gecommuniceerd worden. Afrikanen voelen zich minder geremd om seks te bedrijven dan om erover te praten. Vooral in stedelijke milieus met weinig sociale controle is seks een vanzelfsprekendheid. De klassieke preventieprogramma's hadden met hun nadruk op condoomgebruik en trouw een culpabiliserend effect voor de mannen en bereikten bijgevolg uitsluitend de vrouwen. De resultaten waren bedroevend. Geïnformeerde vrouwen kunnen gewoon niet over aids of condooms spreken met de mannen van wie ze economisch afhankelijk zijn, want dat impliceert wantrouwen.VRIJEN MET DROGE VAGINA'SKinondoni is een van de armste wijken van Dar-es-Salaam, waarin 1,3 miljoen mensen op een kleine oppervlakte samengeperst zitten. In het lokale ziekenhuis is een aparte afdeling voor de opsporing en behandeling van aids - een van de vijftien die CCBRT in de stad runt. Vele van de meestal netjes geklede mensen die geduldig op een consultatie zitten te wachten, slepen een drama mee. Meer dan de helft van de patiënten blijkt seropositief. Het nasale gekras van de raven dat over heel Dar-es-Salaam te horen is, krijgt hier een extra naargeestig tintje.'Vrouwen worden meer door aids getroffen dan mannen', vertelt Theodora Millinga, een sociale werkster die de eerste gesprekken met de patiënten voert. 'De meeste jobs in Tanzania gaan naar mannen, zodat veel vrouwen geen inkomen hebben. Daarom hangen ze dikwijls af van een paar mannen die regelmatig langs komen voor seks, en daarvoor wat betalen. Maar de seks moet dan wel op hun manier. Tanzaniaanse mannen vrijen graag hard en droog: speciale poedertjes houden de vagina van de vrouw droog, wat de kans op wondjes verhoogt en de overdracht van het virus vergemakkelijkt. Vrouwen kunnen zich alleen tegen aids beschermen als ze economisch zelfstandig worden.'Om in dat kader een signaal te sturen, trekt Vanneste voor zijn projecten zoveel mogelijk vrouwen als werknemer aan. 'Cultuurverschillen kunnen de verspreiding van een virus in de hand werken', stelt hij. 'In West-Afrika zijn het vooral de vrouwen die op de markten zitten, hier de mannen. Daarom hebben vrouwen in West-Afrika meer economische macht, en zijn ze verhoudingsgewijs minder vatbaar voor het aids-virus dan hier. In Oost-Afrika is aids een ramp voor de vrouw.'Geregeld wordt Millinga met gezinsdrama's geconfronteerd. Er zijn kerken in Tanzania die van koppels met trouwplannen eisen dat ze een aids-test doen voor ze huwen. Het is bijzonder erg als een van de twee seropositief blijkt, zeker omdat sommige koppels zich pas de dag voor het huwelijk laten testen.'Voor vele mensen is aids helaas maar een van de problemen waarmee ze kampen, en niet eens het zwaarste', zegt Vanneste. 'In arme landen staat gezondheid niet erg hoog op de prioriteitenlijst. Mannen zijn het daarenboven beu dat zij altijd met de vinger gewezen worden. Eerst was seks slecht vanwege God en de Kerk, dan wegens het te hoge aantal kinderen, nu wegens aids. De klassieke aids-campagnes werken contraproductief. Mannen willen niet over aids spreken en komen pas naar de kliniek als ze al ziek zijn. Vrouwen komen ook als iemand in hun omgeving sterft. De traditionele cultuur staat in de weg van efficiënte aids-preventiecampagnes. Seks is hier voor veel mensen een manier om sociale gehechtheid uit te drukken. Het is ook een economisch gegeven: voor veel vrouwen is seks het enige wat hen economische armslag en vrijheid geeft, het enige betaalmiddel dat er altijd is. Voor alleenstaande moeders is het dikwijls de enige manier om te overleven, als variant op het Afrikaanse adagio voor wat, hoort wat.' FARMACEUTISCHE MAFFIATECHNIEKENWereldwijd zijn er momenteel ongeveer 40 miljoen mensen besmet met aids, van wie meer dan 28,5 miljoen in Afrika. Vorig jaar werden in het zwarte continent meer dan 3 miljoen nieuwe infecties geregistreerd. Er zijn al meer dan 2 miljoen mensen aan de ziekte gestorven - in sommige regio's wordt de middenklasse uitgeroeid. Het type van het virus dat in Afrika circuleert, heeft zich perfect aangepast aan een heteroseksuele overdracht, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het type dat bij ons overheerst. Met nieuwe geneesmiddelen kan het ziekteproces uitgesteld worden - genezing is vooralsnog uitgesloten. Maar voor de meeste Afrikanen is een behandeling te duur. Vanneste wijst hier met een beschuldigende vinger naar de farmaceutische industrie. Hij schuwt zelfs de term 'maffiatechnieken' niet: 'De prijzen van anti-aids-middelen worden kunstmatig zo hoog gehouden dat, als er niets verandert, amper een paar procent van de Afrikaanse aids-patiënten ooit een behandeling zal krijgen. In de wereld van de farmacie zien we maar weinig menslievendheid - de winstmarges zijn er nochtans enorm. Het argument is altijd de kostprijs van onderzoek. Maar wanneer zullen de resultaten van die drogreden toegankelijk worden voor de armen? Als rijke landen zelfs hun medicamenten niet bij de gewone Afrikaan krijgen, hoe zouden de Afrikanen dat dan zelf met de opbrengsten van goud of diamant moeten doen?'Ook de traditionele Afrikaanse geneeskunde staat een efficiënte strijd tegen de ziekte vaak in de weg. Langs een laan in de buurt van de haven van Dar-es-Salaam staan tovenaars en kruidendokters met poedertjes op basis van bladeren en boomschors, die geschikt zijn voor alles en nog wat. In een bokaaltje waarop een sticker van de Engelse voetbalvedette Paul Scholes plakt, zit een bruingeel poeder dat volgens de verkoper aids geneest. 'Soms wordt het gebruik gekoppeld aan voorwaarden die de mensen toch niet kunnen vervullen' vertelt Vanneste, 'zoals drie maanden zonder seks. Zo dekken de verkopers zich tegen een mislukking in. Vele seropositieve mannen komen hier zo'n poedertje kopen, en denken dan dat ze genezen zijn.'Werkelijk alle geplogenheden in de Tanzaniaanse maatschappij lijken op maat van het virus gesneden - of omgekeerd: het virus heeft zich perfect aan de lokale gewoonten aangepast. De armoede op het platteland drijft vele mensen naar de steden, hoewel een Afrikaan ruimte nodig heeft. Binnen twintig jaar zal 70 procent van de Tanzanianen in de steden wonen. De plattelandsvlucht leidt tot het uiteenvallen van de sociale netwerken die onder meer de seksuele activiteit van de jeugd waar nodig bijstuurden.Maar zelfs 90 procent van de mensen in de steden blijft een dorpje op het platteland als thuis beschouwen, en trekt er terug naartoe voor vakanties, feesten en belangrijke begrafenissen. Zo exporteren ze het aids-virus van de steden naar het platteland, waar de preventiecampagnes nog moeilijker doordringen.STRIJD OM EEN TESTAMENTHet stigma dat rond aids hangt, is enorm. Het gaat zo ver dat zelfs artsen niet gemakkelijk een diagnose van aids stellen. De meesten zullen zich er vanaf maken door een patiënt van wie ze denken dat hij aids heeft, gewoon wat antibiotica voor te schrijven - zo besparen ze tegelijk kostbare tijd, want counseling duurt lang en brengt niks op. Vele mensen moeten enorme barrières overwinnen voor ze zich laten testen. Voor ons is aids een objectief gezondheidsprobleem, maar voor een Tanzaniaanse vrouw met haar kinderen is het een trage manier van sterven, waarbij ze dagelijks worstelt met de vraag wat er met haar kinderen zal gebeuren. 'Het is in feite voor veel mensen te erg om te weten', geeft Vanneste toe. 'Een perfect menselijke houding. Slechts een kleine minderheid van de Afrikanen weet of hij seropositief dan wel -negatief is. Helaas passen de meeste mensen hun gedrag pas aan nadat ze positief hebben getest. Dat is te laat om de verspreiding van het virus onder controle te krijgen.'Vanneste meent dat aids zo belangrijk geworden is, dat de strijd ertegen niet meer los van andere initiatieven gevoerd kan worden: 'Alle programma's in Afrika zouden een aids-component moeten hebben. Wij willen geen apart aids-initiatief. Wat wij doen binnen de aids-problematiek moet nuttig blijven als er morgen geen aids meer is. Wij steunen en optimaliseren de werking van de lokale autoriteiten, onder meer door aangepaste en doorgedreven opleidingen. Wij willen verbeteren wat bestaat. Managen dus, daar moeten we de Afrikanen duidelijk in bijstaan. Vele ngo's begrijpen dat niet, maar als je goed werk levert, kun je hier geld van de overheid krijgen. Je moet je dan wel lokaal willen integreren. Dat is de enige manier om in Afrika meer te doen dan wat palliatieve zorg voor een kleine groep. Samen met de stedelijke autoriteiten overkoepelen en managen we nu een groot deel van de initiatieven rond aids-preventie en tests in Dar-es-Salaam. Met fondsen van de Belgische coöperatie en het aids-programma van de Verenigde Naties (UNAIDS) verzorgt een netwerk van 36 verpleegsters een duizendtal aids-patiënten thuis. De afweer van die mensen is zo zwak dat ze een verblijf in een ziekenhuis - in Afrika maar ook elders vaak de ongezondste plek - niet lang zouden overleven.'Uniek aan Vannestes 'holistische' aanpak - hij wil de hele ketting van aids-problemen bestrijken, inbegrepen wat er gebeurt met de overblijvende ouder en de kinderen - is dat er voorzien wordt in legale bijstand voor aids-patiënten en hun nabestaanden. Als er geen testament gemaakt is, gaan de bezittingen, zoals de grond en het huis, bij het overlijden van een man naar zijn familie. Een vrouw of haar kinderen blijven dan dikwijls zonder middelen van bestaan achter, wat hen nog gemakkelijker in de uitzichtloze spiraal van naar aids leidende armoede drijft.'De mensen moeten op tijd aan een testament denken', vertelt advocaat Nathaniel Issa in zijn bureautje in een hoek van het ziekenhuis van Kinondoni. 'Anders zijn ze gestorven voor de gerechtelijke procedure is afgerond. Daarom koppelen wij een consultatie voor de wettelijke aspecten graag aan een bezoek voor een aids-test. Ik steek ook niet weg dat onze gratis juridische dienst voor aids-patiënten als een vorm van stimulans beschouwd kan worden om mensen ertoe aan te zetten zich te laten testen. Het aantal tests moet fors de hoogte in als we de verspreiding van de ziekte ooit onder controle willen krijgen.'Acht advocaten geven dagelijks advies aan tientallen families en behandelen momenteel vierhonderd dossiers voor het gerecht. 'Je moet het belang daarvan niet onderschatten', benadrukt Vanneste. 'Want de wezen die achterblijven, krijgen sowieso met moeilijkheden te kampen, zelfs met regelrechte criminaliteit. Ook als ze niet seropositief zijn, slepen ze het stigma van de ziekte mee. En als ze niet opgevangen worden, komen ze op straat terecht, waar ze de basis vormen van wat ik de verjohannesburgisering van de Afrikaanse steden noem: bendes maken de straten zo onveilig, zoals in het Zuid-Afrikaanse Johannesburg, dat niemand 's avonds nog kan buitenkomen. Dar-es-Salaam is momenteel een van de veiligste steden van Afrika. Dat moet zo blijven.' De holistische aanpak van Vannestes aids-programma (www.ccbrt.or.tz) sluit dan ook af met een project waarin 1500 aids-wezen worden opgevangen en begeleid. Ze zijn allemaal opgenomen in gewone huisgezinnen - integratie is essentieel in Vannestes concept. 'Het is typisch voor de donorwereld uit het Westen dat hij wel graag investeert in lager onderwijs voor wezen, maar afhaakt vanaf het middelbaar. Zo ontneem je die kinderen natuurlijk alle kansen. En meer dan elders zijn kinderen hier de hoop op de toekomst. Want de ravage die aids momenteel aanricht, is niet te overzien.'Dirk DraulansBinnenkort: Vannestes visie op ontwikkelingssamenwerking.Kerken eisen van koppels met trouwplannen dat ze een aids-test laten uitvoeren.Seks is voor veel Afrikanen een manier om sociale gehechtheid uit te drukken.Alles in de Tanzaniaanse maatschappij lijkt op maat van het aids-virus gesneden.