Het decreet- Suykerbuyk is een uitloper van de oude flamingantische eis om amnestie voor wie tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitse bezetter collaboreerde en door de naoorlogse repressie werd veroordeeld. Die repressie zou al te streng, onrechtvaardig en anti-Vlaams zijn geweest, beweringen die door het wetenschappelijk onderzoek - vooral het werk van Luc Huyse - fors worden genuanceerd. Toch worden de incivieken van toen vandaag nog vaak slachtoffers van de repressie genoemd. De tekst van het d...

Het decreet- Suykerbuyk is een uitloper van de oude flamingantische eis om amnestie voor wie tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitse bezetter collaboreerde en door de naoorlogse repressie werd veroordeeld. Die repressie zou al te streng, onrechtvaardig en anti-Vlaams zijn geweest, beweringen die door het wetenschappelijk onderzoek - vooral het werk van Luc Huyse - fors worden genuanceerd. Toch worden de incivieken van toen vandaag nog vaak slachtoffers van de repressie genoemd. De tekst van het decreet-Suykerbuyk heeft het iets gematigder over "getroffenen". Nooit kwam een politieke meerderheid tot stand die de spons wou vegen over de collaboratie. Amnestie stond voor links en Franstalig België gelijk met een morele goedkeuring van de collaboratie. Een lange reeks kleine ingrepen vijlde wel de grofste uitwassen van de repressie weg, terwijl een wet van de toenmalige socialistische minister van Justitie Piet Vermeylen in 1961 zeer velen de kans gaf om eerherstel aan te vragen. Door het uitblijven van een collectieve amnestiemaatregel, verschoof het debat naar de wens om de sociale gevolgen van de repressie weg te werken, die met name zwaar zouden drukken op echtgenotes, weduwen en kinderen van collaborateurs. Ook deze problemen zijn inmiddels individueel opgelost. In de vroege jaren negentig leek ruimte te ontstaan voor een symbolisch gebaar van "verzoening", zoals het tot tweemaal toe heette in koninklijke toespraken en federale regeerakkoorden. Maar een consensus bleef uit. Dat lag anders in de Vlaamse Raad, later het Vlaams parlement. In 1984 stelde een commissie onder leiding van André Bourgeois (CVP) een inventaris op van de menselijke gevolgen van de repressie. Omwille van politieke evenwichten, werden daar ook de veroordeelde vrijwilligers van de Spaanse Burgeroorlog, meestal antifascisten, bij betrokken. Een analoge evenwichtsoefening leidde ertoe dat het huidige decreet-Suykerbuyk ook een gebaar ten gunste van oorlogsslachtoffers wil stellen. Het handvol overlevende oud-Spanjestrijders weigerde evenwel verontwaardigd om samen met "de zwarten" in eenzelfde decreet te worden vermeld. Suykerbuyks voorstel van decreet, dat meer symbolisch dan sociaal bedoeld is, werd aanvankelijk door alle democratische partijen in het Vlaams parlement mee ondertekend. Vorig jaar verzette de Raad van State zich ertegen omdat de kwestie niet tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap zou behoren. Dit bracht SP, VLD en Agalev ertoe om het voorstel niet langer te steunen, zodat uiteindelijk alleen CVP, VU en Vlaams Blok dit "repressiedecreet" op 10 juni goedkeurden. Het stuitte op zowel politiek, moreel, historisch, communautair als constitutioneel gemotiveerde kritiek. Een procedure bij het Arbitragehof moet nu uitkomst brengen, hoewel ze de uitvoering van het decreet niet opschort.M.R.