Guido Gezellemuseum, Rolweg 64, Brugge (050 44 87 11) (op zaterdag 28 juni is het museumnacht te Brugge en is ook het Gezellemuseum van 19 tot 1 uur 's nachts open )
...

Guido Gezellemuseum, Rolweg 64, Brugge (050 44 87 11) (op zaterdag 28 juni is het museumnacht te Brugge en is ook het Gezellemuseum van 19 tot 1 uur 's nachts open ) Provinciaal Museum Stijn Streuvels , Stijn Streuvelsstraat, Ingooigem (056 77 72 14) Provinciaal Museum Emile Verhaeren, Emile Verhae- renstraat 71, Sint-Amands (052 33 08 05)Hij wou graag door zijn moeder worden verkocht, althans in boekvorm. Herman de Coninck vond het als tiener een leuk idee dat zijn dichtbundels ooit in het Mechelse boekenwinkeltje van zijn ouders te koop zouden liggen. Op de Hombeekse Steenweg nummer 1 is er nog altijd een krantenkiosk, zoals toen. Maar het werk van De Coninck zelf is er niet meer te vinden. 'Ja, oudere mensen hebben het nog wel eens over De Coninck die hier in zijn jeugd heeft gewoond', aldus de kioskhouder tussen het valideren van twee lottoformulieren in. Om de Mechelse roots van De Coninck te onderstrepen, werd in 2002, vijf jaar na diens dood, een originele gedenkplaat in het voetpad aangebracht met een lyrische verzuchting van De Coninck: 'Er is niet veel nodig om te wonen. Iemand die hier zegt tegen het onmetelijke.'In 1975 ruilde De Coninck dit bescheiden hoekhuis voor het bekende pand in de mondaine Cogels Osylei met zijn uitgesproken 'onmetelijke' aspiraties. Met de drietand van Neptunus op de top van De Conincks Antwerpse tempel in gedachten, gaat het naar het geboortehuis van Guido Gezelle in Brugge. Op de Rolweg vlakbij de Kruispoort staat nu het idyllisch ogende Gezellemuseum. Toen Gezelle er in 1830 werd geboren, lagen het huis en alleszins de straat er waarschijnlijk heel wat minder idyllisch bij. Een gravure van Jules De Bruyker uit 1907 toont een grauwe steeg waar ouwelijke, ietwat uitgemergelde kantwerksters buiten op straat aan de kost proberen te komen. In het museum zijn weinig authentieke rekwisieten die Gezelle zelf hebben toebehoord. Je kunt er zijn bloemige doopkleed bewonderen dat meer weg heeft van een gordijn dan van een kunstig babyhemd. Vooral de werktafel valt op, met de pijp en natuurlijk de hand van de aflijvige schrijver in gipsvorm. Een zogenaamde Petrusketting geeft een morbide tintje aan het geheel. Deze ketting verwees naar de boeien van de ter dood veroordeelde apostel Petrus. Gezelle zou dit namaakreliek hebben gebruikt als horlogeketting. Er ligt ook nog een paternoster naast enkele schrale pennenstokken. Het lijken wel marteltuigen die op het zwarte leer van de tafel zijn uitgestald. Zij passen perfect bij het masochistische, gekwelde imago van de beproefde dichter. De tuin daarentegen straalt, zoals vele van Gezelles natuurgedichten een bepaald licht verspreiden. In een hoekje heeft Jan Fabre toepasselijk een al even stralend beeld neergepoot. In goudglimmend brons zie je de kunstenaar zelf die vuur uit zijn aansteker probeert te slaan. De man die vuur geeft, zit vandaag onder het spinrag. De twee lege schoenen die op een sokkel staan, maken een guitige indruk. De stadsambtenaar aan de balie zegt dat er in de tuin nog een kruidentuintje zal worden ingeplant. Kortom, het geboortehuis van Gezelle heeft buiten het excentrieke doopkleed en de bizarre setting van kluisters en schrijverswerktuigen weinig te bieden. De tuin met Fabres beeld in een hoekje is de echte bezienswaardigheid. Zestig kilometer zuidwaarts staat het huis van een familielid van Gezelle. In 1903 kocht zijn neef Stijn Streuvels te Ingooigem een lap grond van 30 aren en bouwde er zijn Lijsternest. Even buiten Deerlijk op de weg naar Ronse ligt de mooie woning van Streuvels verschanst achter hoge hagen. Zij slagen er niet in om het lawaai van het voorbijdenderende verkeer buiten te houden. Erger nog, het huis vertoont talloze scheuren door de verkeersoverlast. Roza Bossuyt, de gids-suppoost, is blij dat het huis door de Vlaamse Gemeenschap zal worden gerestaureerd als beschermd monument. Het is de bedoeling een betonnen fundering op de klei-ondergrond aan te brengen om het gedaver van het verkeer te dempen en te neutraliseren. Het interieur van Streuvels' landelijk optrekje oogt bijzonder charmant. Er is een mechanische piano die Streuvels tijdens de Eerste Wereldoorlog liet aanrukken. Hij kon zelf geen piano spelen. Vandaar deze automatische pianovirtuoos die je eerder zou verwachten in wegcafés dan in schrijvershuizen. Wie door het huis loopt, voelt dat hier een schrijver heeft gewoond. Het is een schrijvershol, volgestouwd met boeken en hebbedingetjes die aan voorbije reizen of aan familieleden en vrienden herinneren. Er zijn knusse leeshoekjes met uitnodigende fauteuils en er is natuurlijk de schrijftafel van de meester met het beroemde raam dat uitkijkt op de velden. Wie gewend is aan de glazen, transparante architectuur van vandaag is lichtjes ontgoocheld door de kleine afmetingen van de ramen in het algemeen en van dit panoramisch venster in het bijzonder. Het lijkt meer een gleuf, een kijkgat in een tank die je toestaat om de vijand buiten te bespieden. Bossuyt beaamt dat Streuvels inderdaad van achter zijn werktafel graag binnengluurde in het leven van de mensen die op de velden aan het werken waren, zonder dat ze hem konden zien. Het is interessant om de werktafel van de neef met die van zijn oom in Brugge te vergelijken. Ook Streuvels hield van een goede pijp toebak. Er zijn er twee: een kleine en een buitenmaatse turboversie met een immense pijpenkop. Bossuyt vertelt hoe Streuvels zijn eigen tabak kweekte tijdens de oorlog. Wervik, de tabaksstad, is hier trouwens niet zo heel ver vandaan. Er zijn ook twee vergrootglazen en er is de obligate, gipsen afdruk van de schrijvershand. Zij is vleziger dan die van zijn oom, zoals alles hier een meer lijfelijke, vitale indruk geeft. Er staat nog een leeg flesje 'brandalkool'. De blaadjes van de agenda liggen opengeslagen op 4 juli 1965. Was Streuvels in het geheim een amerikanofiel die Independence Day vierde eerder dan de cryptofascist die Hedwig Speliers van hem wil maken? Hij was alleszins een eigenzinnige persoonlijkheid die zich weinig aantrok van hetgeen de mensen dachten. Daarom dat hij ook voor de geuzennaam Streuvels koos. Hij werd als jongen meer dan eens uitgelachen wegens zijn 'streuvels', weerbarstig haar. Bossuyt heeft hem nog meegemaakt bij leven en welzijn. Streuvels trakteerde de kolenhandelaar op een druppeltje, maar ontweek het gezelschap van de dorpsonderwijzer. Toen de winnaar van de hanenkampen met zijn prijsbeest in stoet voorbij het huis marcheerde, riep hij hem binnen voor een drankje. Hij wou zijn verhaal horen over de hanengevechten om het later te kunnen gebruiken in zijn boeken. Streuvels had zo zijn vaste dagindeling. Voor de middag werkte hij in de moestuin waar hij eigen groenten en dieren (piepkuikens!) kweekte. Hij bakte brood voor zijn familie. 's Namiddags ging hij vaak wandelen en 's avonds zette de schrijver-voyeur zich achter de tafel met het kijkgat. 's Maandags was zijn vrije dag om naar de 'beurs' of markt in Kortrijk te gaan. Terwijl Roza Bossuyt stond te wachten op de bus of de stoomtram informeerde hij soms naar haar studies om zo het gesprek te kunnen oriënteren naar de studies van zijn kleinkinderen. Ze herinnert zich nog hoe haar moeder, die een fervente lezeres was, Streuvels de mantel uitveegde om zijn grimmige, pessimistische verteltoon die haast nooit een happy end opleverde in zijn romans. Hij kon het zich allemaal niet aantrekken. Maar hij was dus niet simpelweg de norse man voor wie men hem meestal houdt. En daarvan getuigen ook de voorwerpen in dit huis. Een van de meest sprekende stukken is een barometer uit 1909. Streuvels heeft hem van allerlei graffiti voorzien waardoor de barometer of 'luchtweger' als het ware zelf spreekt. En wat hij zegt, vormt een staalkaart van volkswijsheid omtrent het weer en vooral de regen. Streuvels heeft elk plaatsje naast de buis met het magische kwik benut om er zijn kruidige gezegdes neer te pennen. Het is typisch voor het Belgische weer dat hij vooral spreekt over de talloze tekenen die regenvlagen aankondigen: 'Als de muren zweten, (...) als de mussen vechten, (...) als de bijen thuis blijven, als de katten zich wassen, als de honden gras eten, (...) als de vliegen dol worden, als de merels geweldig schuifelen, als de pauw schreeuwt, als de goot stinkt, als de vloer vochtig wordt, als de eksterogen pijn doen, als 't vel jeukt, als 't zout smelt.' Eigenlijk had Streuvels dus helemaal geen barometer nodig. Hij vertrouwde op andere animistische voortekenen uit het geheugen van de mensheid om het weer te voorspellen. Rond het huis voert een pad door het weidse landschap dat Streuvels boetseerde tot het decor van zijn mythische verhalen. Alleen jammer dat het drukke verkeer telkens de illusie van de literaire pelgrim aan diggelen scheurt. Streuvels zou hier niet meer kunnen wonen. In zijn werkkamer daveren de pennen op de werktafel telkens er een zwaar bakbeest voorbijraast. Begin dan maar eens te schrijven over de natuur die het kleinmenselijke gewroet onverschillig gadeslaat. Streuvels zou dit lijsternest niet meer willen betreden. Hij zou liever uitwaaien - en wie weet: wonen - in de stilte van een winderige donderdagavond bij de Schelde te Sint-Amands. Emile Verhaeren werd in de negentiende eeuw in dit pittoreske Scheldedorp geboren. Vandaag is het museum gesloten. Maar de majestueuze bocht van de Schelde waar een recent standbeeld van Verhaeren tegenaan kijkt, maakt veel goed. Hij lijkt op een concertmeester die de trage vloed van het water dirigeert. Met zijn wapperende Nietzsche-snor heeft hij iets van een dolle man. Hij houdt geen dirigeerstokje vast maar een gedicht, zo blijkt. Hij biedt het water hoffelijk zijn allermooiste gedicht aan, staat er op de sokkel te lezen. Tja, dus wel degelijk een dolle man, deze Verhaeren. Rechts en links naast hem hangen zijn gedichten over Sint-Amands en over Vlaanderen lustig in de wind heen en weer te wiegen, zoals lakens aan een wasdraad. Er is een goede selectie gemaakt uit zijn bundels. Naast de Nederlandstalige en Franstalige versies is ook gedacht aan de Spaanse, Italiaanse en Duitse literaire toerist. Eigenaardig genoeg is hier dus eigenlijk niets te zien wat aan de echte, fysieke Verhaeren doet denken. Er is wel een tamelijk zielloos zwart marmeren grafmonument een beetje verderop. Maar ook zonder kettingen en barometers is men er wonderwel in geslaagd om de stemming van Verhaerens kunst op te roepen. De onmetelijkheid van deze wateren, het riet aan de oever en de doodlopende rivierarmen vlakbij, de wind en de grijsheid evoceren die bijzondere melancholie die ook van zijn muzikale poëzie uitgaat. Om maar te zeggen hoe problematisch het eigenlijk is om het werk van een schrijver in een museum te vangen. Alles zit immers in de boeken en de rest is bijzaak. Een leuke bijzaak, maar wie ligt er wakker van het doopkleed van Gezelle of de pijpen van Streuvels? Hoewel. Die Petrusketting heeft toch wel iets. Om van de barometer die eigenlijk geen barometer is nog maar te zwijgen. Frank Hellemans