'Waarom dit boek', vragen Carl Devos en Rudi Vandervennet zich af in de inleiding van Rood zonder roest. Naar een sociaaldemocratie voor de 21e eeuw. En ze voegen eraan toe: 'Omdat links in de hoek zit. Omdat minstens het gevoel bestaat dat links op achtervolgen, op reageren aangewezen is. Links is defensief, moet uitverdedigen, heeft niet de leiding in het maatschappelijk debat.'
...

'Waarom dit boek', vragen Carl Devos en Rudi Vandervennet zich af in de inleiding van Rood zonder roest. Naar een sociaaldemocratie voor de 21e eeuw. En ze voegen eraan toe: 'Omdat links in de hoek zit. Omdat minstens het gevoel bestaat dat links op achtervolgen, op reageren aangewezen is. Links is defensief, moet uitverdedigen, heeft niet de leiding in het maatschappelijk debat.' Ongeveer dezelfde vraag stelde PVDA'er René Cuperus, medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, zich enkele maanden geleden in het tijdschrift Samenleving en Politiek: 'Quizvraag. In welk land is de sociaaldemocratie er het beroerdst aan toe: in Duitsland, Engeland, België, Nederland of Frankrijk? Als ik moet afgaan op de conferentie- en seminarie-uitdagingen die mij uit die landen bereiken, dan moet het antwoord luiden: het is zo'n beetje overal even beroerd.' Cuperus' antwoord was duidelijker dan wat in Rood zonder roest ter sprake komt. 'Voor zover links in het defensief zit, komt dat doordat links noch de aanjager is (maar een halfslachtige meeloper), noch de reactie daartegen representeert (dat is de nationale, populistische, xenofobe reflex). Dus links is noch actie, noch reactie. En dat is een zwakke positie.' Met hun Derde Weg-modernisering in de jaren tachtig en negentig waren de sociaaldemocraten relatief succesvol. In veel Europese landen kwamen ze dan ook in de regering terecht. Maar sindsdien blijven ze zowel leden als kiezers verliezen op hun rechter- en linkerflank. Het opengooien van de partij, via kartel en andere samenwerkingsformules, leek vooral in Vlaanderen dat verlies te compenseren. Maar het amalgaam van socialisten, sociaaldemocraten en andere progressieven leverde een vervaging op van het eigen gedachtegoed. Een koepelpartij zonder overkoepelend verhaal. Er ruiste veel in het struikgewas, maar politiek-ideologisch werd het gat in de haag alsmaar groter. Uiteraard mag men een boek, en dus ook Rood zonder roest, niet verwijten dat het niet voor alle problemen dé oplossing geeft. Maar als de diagnose luidt dat het de sociaaldemocratie aan een wervend verhaal ontbreekt en ze geen duidelijke positiebepaling heeft, dan verwacht men van een boek met de prikkelende titel 'Naar een sociaaldemocratie voor de 21e eeuw' toch meer dan goed onderbouwde bijdragen over cultuur, de sociale zekerheid, onderwijs en economie. De hoofdstukken over Europa, de migratie en vooral dat over 'waarden en normen' geven interessante standpunten en analyses weer, maar leveren geen nieuwe visie op. Dossierkennis is essentieel, ook voor de linkerzijde. Met losse flodders maak je geen progressieve politiek. Maar zonder verontwaardiging en begeestering mobiliseer je geen nieuwe krachten. Misschien is het interessant eens terug te lezen wat Luc Huyse, Kris Deschouwer, Marc Elchardus, Marc Swyngedouw en anderen in hun evaluatie van de verkiezingen van 1991 (Zwarte Zondag) schreven: 'Partijen die doen alsof ze op een markt zitten, worden alsmaar banger, bevreesd als ze zijn voor de grillen van de kiezer-koper. Ze zijn overgeleverd aan de deskundigen van de marketing en aan de nieuwsjagers van de media. Het alternatief is het herstel van de ideologische band met de kiezer. Pragmatisme is niet uit den boze. Het kan, maar het moet gekoppeld zijn aan iets wat nog het best met het eenvoudige 'droom' aan te geven is. Men kan slechts pragmatisch zijn als men een ideologie heeft. Andere soorten pragmatisme noemt men beter electoralisme.' Jos Geysels