Af en toe merk je dat de grote ideologieën nog in volle rui zijn. Zo toonde Vlaams minister van Gelijke Kansen Kathleen Van Brempt zich in een recent interview ongerust omdat de rechtsen erin geslaagd zijn het hele debat over normen en waarden naar zich toe te trekken. De ongerustheid van de minister betrof op de eerste plaats het eigen linkse kamp, en meer in het bijzonder haar partij, SP.A, die zich maar eens moest engageren om opnieuw positieve waarden voorop te stellen, 'die de sociale vooruitgang mogelijk maken'.
...

Af en toe merk je dat de grote ideologieën nog in volle rui zijn. Zo toonde Vlaams minister van Gelijke Kansen Kathleen Van Brempt zich in een recent interview ongerust omdat de rechtsen erin geslaagd zijn het hele debat over normen en waarden naar zich toe te trekken. De ongerustheid van de minister betrof op de eerste plaats het eigen linkse kamp, en meer in het bijzonder haar partij, SP.A, die zich maar eens moest engageren om opnieuw positieve waarden voorop te stellen, 'die de sociale vooruitgang mogelijk maken'. De ongerustheid van de jonge minister lijkt wat voorbarig. Met de rechtsen die nu volgens haar het normen- en waardendebat monopoliseren, bedoelt zij uiteraard de neo-conservatieven. En die neo-cons zijn, zo weten we ondertussen, in overgrote meerderheid oud-progressieven, veteranen van het inmiddels tot mythische proporties opgepompte mei '68, 'die op een dag op de hoek van de straat door de werkelijkheid werden overvallen'. Nu, op één punt mag minister Van Brempt de toekomst alvast met vertrouwen tegemoet zien. In momenten van verwarring, zoals in de uren en dagen na de moord door een islamitische fundamentalist op de Nederlandse filmmaker en columnist Theo van Gogh, is het vermogen van links om onzin uit te kramen minstens zo groot als dat van rechts. Het scheelde de afgelopen week niet veel of Theo van Gogh kreeg in de zelfbenoemde progressieve media een nimbus aangemeten. Want hij was toch een gave parel aan de kroon van het vrije woord - het vrije woord dat die dinsdagmorgen in Amsterdam was vermoord. Een opmerkelijke onderscheiding voor iemand die, als hij islamieten bedoelde, gaarne over 'geitenneukers' schreef, of die beweerde dat het verbranden van suikerzieke joden een karamelluchtje verspreidt. Fijne humor wellicht, maar toch... Aangestoken door de ophefmakende moord op Van Gogh plaatste een recensent van De Morgen, die duidelijk niet tegen de opwinding bestand was, zelfs een oproep: 'Dringend gezocht: de rechtse auteur in Vlaanderen.' Want volgens hem tellen we in de Vlaamse schrijversbent geen geestesverwant van Van Gogh. En dat is een betreurenswaardige zaak, vond de opsteller van het stuk, Jeroen De Preter, die duidelijk de documentatiemap niet onder de hand had toen hij zijn bijdrage aaneenlaste. In zijn aandrift om, als een ijverige lakei, het jasje van de literaire vrienden aan te reiken deed hij de scherpste politieke waarnemer onder de Vlaamse literatoren, Herman Brusselmans, af in één zinnetje. Dan hebben we eens een columnist die de vergelijking met Van Gogh kan doorstaan! Doch door naast Louis Paul Boon ook Hugo Claus, Gerard Walschap en Herman de Coninck in het linkse kamp te plaatsen, getuigde de literaire journalist van een verregaande roekeloosheid. Hij lijkt er immers, verkeerdelijk, van uit te gaan dat omdat de cultuursubsidies van links kwamen, de ideeën van de besproken schrijvers op die lijn zaten. Van Claus is al veel kwaad verteld, maar dat hij ooit last zou hebben gehad van linkserigheid is een geheel nieuwe bevinding. Van Walschap liggen een aantal zeer reactionaire pamfletten op de bibliotheekplanken voort te verzuren. Terwijl tijdgenoten van De Coninck hem meermaals als een literaire kleinburger voorstelden. Rechts en conservatief worden wel vaker door elkaar gehaspeld, ook in de politiek. Zo konden de lezers van De Standaard afgelopen zaterdag uitvoerig kennis nemen van de plannen van het Vlaams Blok voor een grote 'conservatieve' partij. Bedoeld wordt: een grote 'rechtse' partij. Wat wordt bevestigd door de bewering van Gerolf Annemans, zo te lezen de architect van de verbouwing, dat het herschreven Blok-programma 'vuil genoeg [blijft] om aantrekkelijk te zijn voor het volk'. Die vuiligheid zal in elk geval de echte conservatieven - mochten die al belangstelling hebben voor het ideeëngoed van Gerolf Annemans en Philippe Dewinter - op grote afstand houden. Bovendien wist Annemans nog te vertellen dat het 70-Puntenprogramma toch maar om te lachen was - 'We hadden de journalisten goed bij hun kloten.'Wie verzekert hun kiezers dat het nieuwe Blok-programma niet om te lachen is? En wat te doen als, zoals vorige week in Amsterdam, het lachen ons vergaat? Rik Van CauwelaertRechts en conservatief worden al eens door elkaar gehaspeld.