Niet zozeer het feit dat KBC een beroep moest doen op staatssteun wekt verbazing, wel dat het zo lang uitgesteld werd. Toen steeds meer banken verplicht waren om staatshulp in te roepen, antwoordde KBC-topman André Bergen op de vraag of KBC ooit een beroep zou moeten doen op een staatsgarantie als volgt: 'Kijk, als iedereen een beroep doet op een staatsgarantie en jij niet, dan zet je jezelf de facto in een negatieve situatie. Als institutionele beleggers kunnen kiezen tussen twee banken - een goede bank zonder staatsgarantie en de andere met staatsgarantie - zullen ze voor zekerheid kiezen. Dus ik zal het zo zeggen: we hebben het in deze omstandigheden niet nodig. Het is de bedoeling om hier op eigen kracht door te komen. Maar als zou blijken dat het een concurrentieel nadeel wordt, dan moet ik er wel een beroep op doen.' Dat was op 18 oktober. Toen kon je er al donder op zeggen: ook KBC zou bij de overheid aankloppen.
...

Niet zozeer het feit dat KBC een beroep moest doen op staatssteun wekt verbazing, wel dat het zo lang uitgesteld werd. Toen steeds meer banken verplicht waren om staatshulp in te roepen, antwoordde KBC-topman André Bergen op de vraag of KBC ooit een beroep zou moeten doen op een staatsgarantie als volgt: 'Kijk, als iedereen een beroep doet op een staatsgarantie en jij niet, dan zet je jezelf de facto in een negatieve situatie. Als institutionele beleggers kunnen kiezen tussen twee banken - een goede bank zonder staatsgarantie en de andere met staatsgarantie - zullen ze voor zekerheid kiezen. Dus ik zal het zo zeggen: we hebben het in deze omstandigheden niet nodig. Het is de bedoeling om hier op eigen kracht door te komen. Maar als zou blijken dat het een concurrentieel nadeel wordt, dan moet ik er wel een beroep op doen.' Dat was op 18 oktober. Toen kon je er al donder op zeggen: ook KBC zou bij de overheid aankloppen. Vóór KBC waren de andere grote Belgische banken al langs de staatsruif gepasseerd, en ze konden toen ook niet anders: zonder overheidsgeld zouden ze het niet overleefd hebben. Voor Fortis trok de overheid bijna 12 miljard euro uit, plus een overbruggingskrediet van 3 miljard. Dexia kreeg 1 miljard, Ethias 500 miljoen. Ondertussen kregen enkele banken in onze buurlanden staatssteun, zelfs als ze dat eigenlijk niet nodig hadden. In Nederland kreeg ING, dat redelijk ongeschonden uit de kredietcrisis kwam, in het weekend van 19 oktober 10 miljard staatssteun, waardoor het extra gewapend op het strijdtoneel verscheen. Voor iedereen was duidelijk dat dit alles voor KBC een concurrentieel nadeel meebracht: de zwakste banken werden dankzij de staatssteun plots tot de sterkste en meest betrouwbare financiële instellingen gebombardeerd, want de staat stond achter hen. De gezonde banken hoefden geen beroep te doen op staatssteun, maar werden juist daardoor plots de zwakste van de sector. En natuurlijk doen grote bedrijven, pensioenfondsen, banken en andere financiële instellingen liever zaken met een bank die over een extra buffer beschikt en die gedekt wordt door de overheid, dan met een bank die er alleen voor staat, ook al voldoet ze aan alle minimale vereisten. Want iedereen was het erover eens: KBC voldeed ruimschoots aan alle normen inzake solvabiliteit (het had voldoende middelen om aan alle verplichtingen te voldoen) en liquiditeit (het had voldoende geld in de kas). Toch had 'de bank van hier' er misschien beter aan gedaan om sneller steun te zoeken bij de overheid. Nu moest ze nog een martelgang op de beurs ondergaan: vorige week verloor het aandeel KBC op de beurs 22 procent. Dat was niet houdbaar én het deed de reputatie geen goed. Het grote probleem is: hoe verpak je de staatssteun die je strikt gezien niet nodig hebt? Hoe zorg je er dan voor dat een inbreng van de overheid de bestaande aandeelhouders niet benadeelt? Hoe zorg je ervoor dat de overheid, die met geld over de brug komt, geen al te grote invloed krijgt in het beslissingsproces? Pertinente vragen, zeker als die staatssteun niet levensnoodzakelijk is. Om dat op te lossen, liet KBC zich inspireren door het scenario dat ING en de Nederlandse overheid een week eerder hadden geschreven. KBC kreeg afgelopen weekend een kapitaalinjectie van 3,5 miljard euro van de Belgische overheid. De overheid krijgt daarvoor geen aandelen. Maar elk jaar dat KBC een dividend uitkeert, krijgt de overheid wel een vergoeding van 8,5 procent. KBC stelt voor om alvast dit jaar het dividend volledig te schrappen. Het steekt het geld dat het van de overheid krijgt in staatsobligaties, die 4 procent opbrengen. Kortom: het heeft wat weg van een carrousel, maar de overheid verdient er een mooie cent aan en KBC krijgt op een heel goedkope manier geld. Het belangrijkste is dat die 3,5 miljard euro vers overheidskapitaal bij het kernkapitaal van KBC mag worden opgeteld. Zo zit de bank met zijn kapitaalnorm weer bij de Europese top, net zoals een jaar eerder. Als er nu ergens iets fout loopt, beschikt ze over een extra buffer. Want een aantal analisten vreest dat de kredietcrisis nu ook gevolgen heeft voor Oost-Europa, dat lang leek te ontsnappen aan de crisis. KBC is zeer aanwezig in Oost-Europa, en onder meer het ratingbureau Fitch verwacht dat er uit die hoek nog slecht nieuws zal komen voor de bank-verzekeraar. Vraag is of die staatssteun bij de banken voldoende is. Want ook na de overheidsingreep tuimelen de koersen van ING, Fortis, Dexia en ook KBC verder omlaag. Hier en daar wordt al geopperd dat er mogelijk een tweede ronde van staatsinterventies nodig is, met andere woorden dat de overheid nog meer geld in de banken zal moeten pompen. De Belgische overheid zal niet alleen een mooi rendement ontvangen voor die investering, ze krijgt ook twee vertegenwoordigers in de raad van bestuur van KBC. Ook hier zorgde ING voor inspiratie: na de kapitaalinjectie van 10 miljard euro van Den Haag traden bij ING twee vertegenwoordigers van de Nederlandse overheid toe tot de raad van bestuur. De benoeming van twee overheidsbestuurders bij KBC dreigt om verscheidene reden een hele klus te worden. Vandaag zitten bij KBC al 25 bestuurders aan tafel, en daarmee telt de bankverzekeraar al een van de omvangrijkste raden van bestuur van alle Belgische beursgenoteerde bedrijven. Tel daar nog twee vertegenwoordigers van de overheid bij, en de raad van bestuur wordt onefficiënt groot. Als andere bestuurders plaats moeten ruimen, dreigt dan weer het delicate evenwicht in het gedrang te komen. Bovendien staan de federale coalitiepartijen al te dringen om een bestuurderspostje te mogen invullen. En er zijn nogal wat stoelen beschikbaar voor de overheid. Bij Fortis Bank mag de Belgische staat twee bestuurders leveren, bij BNP Paribas (waarin de overheid nu 12 procent bezit) ook twee, bij Ethias drie en bij KBC nog eens twee. Velen vragen zich af: zullen de politieke partijen daarvoor een beroep doen op mensen die iets kennen van de bankwereld, of zullen andere, partijpolitieke motieven spelen? En welke opdracht zullen die overheidsbestuurders meekrijgen? In Nederland zorgde de benoeming van de twee overheidsbestuurders bij ING in ieder geval voor commotie. De Nederlandse overheid schoof Lodewijk de Waal naar voren, oud-voorzitter van de vakbond FNV, en Pieter Elverding, oud-topman van het chemieconcern DSM, de meest 'rooie' bestuurder die een beursgenoteerd bedrijf ooit had. De Nederlandse minister van Financiën, Wouter Bos, gaf hen de expliciete opdracht mee het 'Rijnlandse denken' bij de bank-verzekeraar te introduceren: aandeelhouderswaarde primeert niet langer, ze moet op gelijke voet staan met werknemers- en consumentenbelangen. Bovendien bedong de overheid dat ING geen overname, fusie of grote investering (die meer dan 25 procent van het eigen vermogen betreft) mag doen zonder de goedkeuring van beide overheidsbestuurders. Het vetorecht geldt nadrukkelijk ook voor het beloningsbeleid bij ING. Of de Belgische overheid een soortgelijke macht verwerft bij KBC is nog onduidelijk, maar de kans is reëel. Zeker na de ophef die er was ontstaan over de ontslagvergoeding van 4 miljoen euro voor Fortis-directeur Gilbert Mittler en de bonussen voor de 2000 medewerkers van Fortis Investment Management, die net voor de nationalisering werden goedgekeurd. Premier Yves Leterme (CD&V) zei 'verbolgen' te zijn over de ontslagpremie voor Mittler, maar moest bekennen dat die nog moeilijk terug te draaien was. De bonussen voor de medewerkers zullen wel 'herbekeken worden, in aanwezigheid van de nieuwe aandeelhouder, de Belgische staat'. Ondertussen zeggen steeds meer waarnemers dat de overheid zelf niet zo zuiver is: ze ging duidelijk in de fout toen ze Fortis nationaliseerde, opdeelde en de Belgische tak verpatste aan het Franse BNP Paribas. Dat alles gebeurde zonder dat de aandeelhouders, die toch de eigenaars zijn, iets in de melk te brokken hadden. Paul Huybrechts, voorzitter van de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs en Beleggers, vindt dat de overheid fel over de schreef ging: 'Beroofd werden de aandeelhouders, uitgerekend door de Staat, die hen toch tegen roof moet beschermen.' Advocaten van misnoegde Fortis-aandeelhouders werken momenteel aan juridische procedures om de verkoop van Fortis ongedaan te maken, of om tenminste meer geld voor hun klanten uit de brand te slepen. Zij stellen dat de hele operatie eigenlijk neerkomt op 'handel in gestolen goed'. Of ze die juridische slag zullen thuishalen, is onduidelijk. Wel staat vast dat de advocaten er een mooie cent aan zullen verdienen. Misschien zijn ze wel de enigen. DOOR EWALD PIRONET