'Ik ben een extremist', laat Edith Templeton haar hoofdrolspeelster Louisa zeggen in Gordon, 'Als ik niet alles kan krijgen, dan wil ik ook niets.' Templeton heeft er nooit een geheim van gemaakt dat de zelfzuchtige, verwaande en op materiële weelde gestelde vrouwelijke personages uit haar boeken op haarzelf gebaseerd zijn. En ook al woont ze tegenwoordig, op haar zesentachtigste, in een kleine flat aan de Italiaanse Rivièra, al bij al heeft ze over haar leven geen klagen. Misschien heeft ze niet alles gehad, maar het kwam toch wel in de buurt.
...

'Ik ben een extremist', laat Edith Templeton haar hoofdrolspeelster Louisa zeggen in Gordon, 'Als ik niet alles kan krijgen, dan wil ik ook niets.' Templeton heeft er nooit een geheim van gemaakt dat de zelfzuchtige, verwaande en op materiële weelde gestelde vrouwelijke personages uit haar boeken op haarzelf gebaseerd zijn. En ook al woont ze tegenwoordig, op haar zesentachtigste, in een kleine flat aan de Italiaanse Rivièra, al bij al heeft ze over haar leven geen klagen. Misschien heeft ze niet alles gehad, maar het kwam toch wel in de buurt. Edith Pole, zoals ze in feite heette, werd in Praag geboren en groeide op in het familiale kasteel op het Boheemse platteland. Geld was iets waar men niet over sprak en bedienden bogen nog voor een vingerknip. Op haar zeventiende maakte Edith een schooltrip naar Londen, leerde er ingenieur William Templeton kennen en bereidde zich in gedachten al voor op een ongewild burgerleven. Vijf jaar later zou ze - 'op dat moment was iedere Engelsman goed', bekent ze in een recent interview in The New York Times Magazine - met hem trouwen om binnen de kortste keren weer van hem te scheiden. De Tweede Wereldoorlog betekende een bevrijding voor haar. Ze ging aan de slag in het leger, klom op tot kapitein en smeedde een mooie reeks minnaars aan elkaar. De Schotse psychiater die model stond voor Richard Gordon zou echter haar leven veranderen. Na een relatie van negen maanden pleegde haar ideale geliefde zelfmoord, en geen man zou nadien in zijn schaduw kunnen staan. Na de oorlog namen de communisten in Bohemen de macht over en Ediths familiekapitaal bleek hen daarbij wonderwel van pas te komen. De jonge vrouw was dus opeens straatarm en probeerde van het schrijven te leven. Na drie romans en een reisboek waarover Cyril Connolly schreef dat het een 'striptease Baedeker' was, hield ze haar financiële onafhankelijkheid echter voor bekeken en huwde ze de vijftien jaar oudere cardioloog Edmund Ronald. 'Veel te veel kussen en strelingen' beschrijft ze zijn teleurstellende liefdesspel en het kind dat ze van hem kreeg, kon haar ook al niet bekoren. Maar daar deed ze het dan ook niet voor. In Londen behoorde ze opeens weer tot de chiquere kringen en van romans stapte ze over naar korte verhalen. Met succes trouwens, want dertien ervan verschenen in The New Yorker. Ze trok naar Nepal, waar haar Edmund de lijfarts van de koning werd en zij dineerde met de dalai lama. Ze schreef niet alleen, er werd nu ook over haar geschreven. Wie hoog klimt, kan diep vallen, is het spreekwoord en dat is ook wat Templeton ervoer. Hoe ouder Ronald werd, hoe slechter het hem verging. De bedienden verdwenen, de vrienden bleven achter en niet lang voor zijn dood parkeerde hij haar in het Italiaanse Bordighera, nog even opgeblazen als weleer. Toen ze bijvoorbeeld vernam dat haar collega-schrijfster en correspondentievriendin Anita Brookner bij de Russische spion Sir Anthony Blunt had gestudeerd, stuurde ze meteen al haar brieven terug. Met zo iemand wou ze niet langer iets te maken hebben, wat Brookner, in een inleiding tot een nieuwe uitgave van Templetons reisboek The Surprise of Cremona ertoe verleidde uit te halen met: 'Templeton is een overlevende van de Oude Wereld. Over haar lot in de 21e eeuw durf ik me niet uit te spreken; wellicht is haar soort al uitgestorven.'Marnix Verplancke