Zondag 12 mei 1996. Moederdag. Kringhoofd Gery Germonpré van het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) trok in de voormiddag naar de zusters van een klooster in de buurt van zijn woonplaats Tielt. De man had het enorm moeilijk. Hij was een paar weken eerder uit de gevangenis ontslagen waar hij zes weken in voorhechtenis had gezeten op verdenking van passieve corruptie: hij zou geld aangenomen hebben van de malafide vleeshandelaar Dirk De Soete. Na het gesprek met de nonnen was hij voor het eerst sinds lang weer opgewekt. Zijn vrouw liet hem eventjes alleen om een van hun zonen naar het station te brengen.
...

Zondag 12 mei 1996. Moederdag. Kringhoofd Gery Germonpré van het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) trok in de voormiddag naar de zusters van een klooster in de buurt van zijn woonplaats Tielt. De man had het enorm moeilijk. Hij was een paar weken eerder uit de gevangenis ontslagen waar hij zes weken in voorhechtenis had gezeten op verdenking van passieve corruptie: hij zou geld aangenomen hebben van de malafide vleeshandelaar Dirk De Soete. Na het gesprek met de nonnen was hij voor het eerst sinds lang weer opgewekt. Zijn vrouw liet hem eventjes alleen om een van hun zonen naar het station te brengen.Toen ze terugkwam, was het gebeurd. Germonpré had zelfmoord gepleegd, in de bungalow achter zijn woning die hij voor zijn moeder had gekocht nadat ze weduwe geworden was. Amper drie maanden had de vrouw er gewoond voor ze zich ophing aan de trapleuning. Germonpré verhing zich op exact dezelfde manier. 'In het klooster had hij afscheid genomen van het leven', vertelt een intimus van de familie. 'Een week eerder had hij me toevertrouwd dat hij voor een verscheurende keuze stond: het was hijzelf of zijn gezin. Met zijn dood koos hij ervoor zijn gezin een lijdensweg te besparen. Dat briefje met de tekst ALLES KAN, ALLES MAG, dat met zijn zelfmoord in verband werd gebracht, lag al minstens een week op zijn bureau.' Vorige week belde een cameraploeg van het VRT-nieuwsmagazine Terzake bij de weduwe Germonpré aan. De vrouw stond een interview toe, waarin ze enige twijfel uitte over de zelfmoordthesis. Volgens sommigen was dit voldoende om de bewering te lanceren dat Germonpré 'waarschijnlijk' vermoord werd. Het parket van Kortrijk had Germonprés overlijden nochtans zorgvuldig onderzocht, onder meer omdat hormonenmagistraat Marc Timperman onmiddellijk het delicate karakter van de zaak gesignaleerd had. Het is evident dat de weduwe Germonpré en haar drie zonen een moeizaam verwerkingsproces doormaken. Het is minder evident dat de media de getormenteerde vrouw van leer lieten trekken tegen alles wat zich in haar ogen ooit tegen haar man had gekeerd: het gerecht, de Boerenbond en CVP-politica Wivina De Meester als geestelijke moeder van het IVK. De advocaat van de familie had de vrouw nochtans afgeraden haar verhaal te doen.EEN NOTOIR HORMONENPLEITERDie advocaat is Hans Rieder, de man die ook Alex Vercauteren verdedigt: de voor hormonengebruik veroordeelde vetmester die op 25 februari jongstleden werd aangehouden op verdenking de opdracht te hebben gegeven om keurder Karel Van Noppen te vermoorden. Wapenhandelaar Carl De Schutter, de man die bekende het pistool geleverd te hebben waarmee Van Noppen werd doodgeschoten en die moordenaar Albert Barrez aanzocht en instrueerde, zegt formeel dat hij hem herkent als de persoon die hij twee keer op de markt van Sint-Niklaas ontmoette: één keer - waarschijnlijk in de tweede week van februari 1995 - om de naam en het adres van de te vermoorden veearts te krijgen, een tweede keer op 21 februari, de dag na de moord, voor de uitbetaling van zeshonderdduizend frank. Een goede vriend van zowel De Schutter als Vercauteren, vetmester Germain Daenen die ook in de cel zit, zou de twee met elkaar in contact gebracht hebben. In principe beslist de kamer van inbeschuldigingstelling deze week over het beroep dat Vercauteren tegen zijn voorlopige hechtenis aantekende. Het is geen toeval dat vetmester Vercauteren en de familie Germonpré dezelfde advocaat hebben: Vercauteren was een goede vriend van vader Germonpré en Rieder, die nogal wat cliënten telt onder de vetmesters. Het IVK had veel moeite met de relatie tussen Germonpré en Vercauteren. Het stelde een vuistdik dossier over Germonpré samen, waarin interessante details over de laatste levensmaanden van de onfortuinlijke Van Noppen te vinden zijn. Op 8 februari 1995 lieten Van Noppen en zijn collega Jos Devoghel in het LAR-slachthuis in Menen/Rekkem, dat onder Germonprés bevoegdheid in Kortrijk viel, 21 runderen voor onderzoek in quarantaine hangen, waaronder negen van bekend hormonenspuiter Geert Lernout en zes van Wim Van Overloop: de schoonzoon van de zakelijke partner van vetmester Theo Goossens (die later maandenlang in voorhechtenis zat nadat De Schutter hem verkeerdelijk op een slechte foto als de opdrachtgever van de moord had herkend). Alle zes runderen van Van Overloop bleken positief, naast twee van Lernout. Een dag later stuurde kabinetschef Jean-Pol Ducarme van toenmalig minister van Volksgezondheid Jacques Santkin (PS) een fax naar leidend ambtenaar Christian Decoster van het IVK met de vraag te onderzoeken waarom keurkringhoofd Germonpré tegen de actie van het duo Devoghel/Van Noppen had geprotesteerd. In het verslag dat Devoghel en Van Noppen op 10 februari opstelden, stond onder meer dat Germonpré wist dat er elke woensdagavond in Menen geslacht werd - een vreemde timing, waarschijnlijk om controle van hormonenequipes te vermijden. De BOB van Kortrijk had hen ook gevraagd alert te blijven voor 'aanvoerders (o.a. de Heer Vercauteren) die "op de dool" waren'. Op 13 februari meldde Germonpré Decoster schriftelijk dat de handelwijze van de ploeg-Van Noppen 'aanleiding gaf tot ernstige belemmering van de vleeshandel'.EEN INCIDENT MET PRINS FILIPOp 17 februari vertrok een brief van Santkin naar zijn collega Robert Urbain (PS), toen minister van Buitenlandse Handel, met de vraag of Germonpré een incident had uitgelokt op een receptie van prins Filip in Zuid-Afrika. ' Vu que je mène déjà une enquête sur l'incompatibilité de certaines activités du Dr. vét. Germonpré avec son statut de fonctionnaire, il me serait agréable de connaître les circonstances exactes de cet incident,' stelde Santkin, die over het incident was geïnformeerd via een berichtje in een vleesvakblad. Op 1 maart kwam er een omstandige brief met uitleg op het kabinet binnen, geschreven door Jan Leyten van het Vlaams Fonds voor de Promotie van de Produkten van de Landbouw, Tuinbouw en Zeevisserij. Die vertelde dat op 31 januari Belgische vleesexporteurs bij een bezoek aan een Zuid-Afrikaanse firma toevallig Germonpré en Vercauteren ('van de firma Dyna Meat') tegen het lijf liepen. De twee vernamen dat er een dag later een contactdag ' Belgian Meat' was, met een receptie in aanwezigheid van prins Filip, en nodigden zichzelf uit. Maar ze werden niet binnengelaten: 'Bepaalde exporteurs hadden grote bezwaren tegen de aanwezigheid van de heer Vercauteren in aanwezigheid van een inspecteur van het IVK in Zuid-Afrika. Wanneer de heren Germonpré en Vercauteren 's morgens in aanwezigheid van hun echtgenotes verschijnen op de contactdag werden zij de toegang tot de contactdag ontzegt ( sic).' Nog op 1 maart vroeg IVK-chef Decoster zijn administratie een omstandig rapport over deze reis, en ook over 'de exacte gebeurtenissen rond het slachthuis van Menen waar onder meer Dr. Lic. Van Noppen deel uitmaakte van het onderzoek vlak voor de moord op deze laatste. Gelieve hierbij na te gaan of de keuring in het slachthuis van Menen op een verantwoorde wijze werd georganiseerd. Er dient meer bepaald onderzocht welke rol Dr. Germonpré in deze organisatie speelde.' Op 7 maart kreeg Decoster van zijn ambtenaren nog verklaringen over merkwaardig gedrag van Germonpré. Inspecteur-generaal Jean-Pierre Van Boxstael stelde een lijstje op van een zestal incidenten waarbij Germonpré betrokken was. Het slot van zijn nota: ' Trois semaines avant (de actie van Devoghel en Van Noppen in Rekkem, nvdr) le docteur Germonpre téléphonait à monsieur Van Boxstael pour lui dire qu'il avait entendu que Karel Van Noppen "faisait des excursions" dans la région. Il disait également qu'il n'aimait pas cela; il préférait garder le calme dans son cercle au lieu de jouer la guerre. Il est un fait que le 12 janvier 1995 Karel Van Noppen, Jos Devoghel et Grosfeld ont fait un contrôle dans le cercle de Bruges. Le docteur Wallecan a déclaré avoir reçu plusieurs coups de téléphone de la part de monsieur Germonpre afin d'avoir plus de renseignements sur les résultats de prélèvements. Il voulait savoir quelles matrices on avait prélevées et quels produits on avait retrouvés. Cette situation se présentait le plus souvent lorsqu'il s'agissait des animaux de Vercauteren (Wetteren).' EEN ESCALATIE VAN GEWELDOp 6 maart ondervroeg Decoster Germonpré persoonlijk. De man gaf toe dat vetmester Lernout geregeld contact met hem opnam. Een citaat uit Decosters verslag over de gebeurtenissen in Rekkem: 'De heer Lernout heeft een viertal dagen later Dr. Germonpré thuis nogmaals opgebeld i.v.m. de duur van de blokkering van de karkassen. Deze zou geduurd hebben tot 20/02/95, de moord greep dezelfde dag plaats...' Decoster meldde ook dat hij moest aandringen voor Germonpré Vercauteren noemde als een groot leverancier van runderen met hormonen. Germonpré gaf toe dat hij tweemaal met Vercauteren naar Zuid-Afrika trok: begin '94 en begin '95, de tweede keer in het gezelschap van hun echtgenotes. Hij wist dat Vercauteren al betrapt was met positieve dieren, maar beweerde niet te weten dat de man ook veroordeeld werd. Decoster besloot dat Germonprés houding ten aanzien van het hormonenonderzoek 'onaanvaardbaar' was. Hij meldde ook dat Germonprés 'waarschuwing voor een escalatie van geweld ( als hij zou worden overgeplaatst, nvdr) niet mis te verstaan' was. Toch werd Germonpré als 'ordemaatregel' naar Oostende gemuteerd waar hij alleen vis mocht keuren. Hij werd in Kortrijk vervangen door André Coene, die later over het vleesfraudedossier Tragex-Gel zou struikelen. Die werd op zijn beurt opgevolgd door de ondertussen alom bekende André Destickere, die nu een sanctie dreigt te krijgen als gevolg van zijn rol in de dioxinecrisis. Geen van beiden zag Vercauteren ooit in de keurkring opduiken. Op 7 maart 1995 stuurde Decoster een brief naar hormonenmagistraat Timperman met de vraag na te gaan of de gedragingen van Germonpré 'enig verband hebben met illegale praktijk van toediening van hormonale stoffen'. Het parket van Brugge begon een onderzoek, dat meer dan een jaar later werd afgebroken toen Germonpré zelfmoord pleegde. Op de directieraad van het IVK van 24 maart 1995 werd het geval-Germonpré besproken. In het verslag stond inzake de opsporing van hormonen in Germonprés sector letterlijk: 'Er waren geen positieve resultaten omdat er werd vastgesteld dat er in de keurkring van betrokkene geen stalen werden genomen... Bovendien blijkt dat betrokkene zijn keurders helemaal niet aanspoorde om deze onderzoeken te verrichten.' Tijdens deze vergadering verklaarde Germonpré dat hij Vercauteren toen 'ongeveer tien jaar kende en een 2-tal jaren met hem bevriend' was. Op 31 maart vergaderde de directieraad opnieuw over de kwestie. In het verslag volgende interessante zinnen: 'Germonpré wou in bepaalde gevallen eveneens de matrixen kennen. Deze situatie deed zich voor als het om dieren van Vercauteren handelde. Iemand die de matrixen kent weet welke stoffen al dan niet kunnen worden opgespoord. Laat staan als deze gegevens zouden worden doorgespeeld aan een vetmester... Dergelijke handelswijze is ontolereerbaar.' Vervolgens besliste de raad om de overplaatsing van Germonpré tot tuchtstraf om te vormen.EEN OUDE BANDOPNAMEOp 5 mei stuurde Santkins kabinetschef een dossier van het Hoog Comité van Toezicht over Germonpré naar Decoster. Daaruit bleek dat Germonpré manifest de wet overtrad die zegt dat een ambtenaar van het IVK geen ander diergeneeskundig beroep mag uitoefenen. De farmaceutische inspectie had in apotheken rond Tielt voorschriften van Germonpré ontdekt. De man stelde in eerste instantie dat hij die gratis aan vrienden verstrekte. Decoster beval een bijkomend onderzoek, waarvan het verslag op 6 juni klaar was. Het besloot dat Germonpré 'méér dan een doorsnee private praktijk als dierenarts' had. Santkin stelde vervolgens een nieuwe disciplinaire procedure tegen Germonpré voor. Maar toen kwam Marcel Colla (SP) op Volksgezondheid. Er kwam geen nieuwe tuchtprocedure. Op 4 december 1995 zwakte Colla de eerste tuchtmaatregel tegen Germonpré zelfs af. Diezelfde dag werden er toevallig nieuwe bedreigingen geuit tegen IVK-keurders. Op 14 december was er daarover een vergadering op het IVK. In de marge van de discussies kwam Germonpré weer ter sprake. Er heerste onvrede over het feit dat de farmaceutische inspectie Decoster harde bewijzen in handen had gespeeld dat Germonpré een florissante kleine-huisdierenpraktijk had, maar dat de man toch niet afgedankt werd. Leden van de hormonenequipes ventileerden hun vermoedens dat hij ook bij de moord op Van Noppen betrokken was. Twee jaar geleden confronteerden speurders weduwe Germonpré alsnog met de vraag of haar overleden echtgenoot een alibi had voor de avond van de moord. Germonprés overlijden zorgde ervoor dat hij niet veroordeeld werd in de zaak van het frauduleuze vleesbedrijf Bero, waarvoor hij in de cel was beland. Een werknemer getuigde dat Germonpré een omslag met honderdduizend frank van zaakvoerder De Soete aannam. De Soete werd daarom voor actieve omkoping veroordeeld. Germonprés oudste zonen willen nu De Soetes vrijspraak, omdat ze zo hun vader zouden kunnen witwassen. Het Hof van Beroep bevestigde echter de veroordeling, waarop de zonen cassatieberoep aantekenden - kenners zien hierin de hand van meester-procedurepleiter Rieder. Tot slot nog dit. Bronnen op het IVK melden dat keurder Frans Vroman eind de jaren zeventig een bandopname maakte van een gesprek dat hij met Germonpré had. De man vroeg Vroman 150.000 frank omdat hij hem aan een baan bij de toenmalige vleesinspectie hielp - een bedrag dat hij naar eigen zeggen zou verdelen tussen hemzelf, toenmalig minister Jos De Saegher (CVP) en diens kabinetschef Jules Cobbaut, nu lid van het hoofdbestuur van het IVK. Er wordt aangenomen dat Germonpré volledig voor eigen rekening reed. Leidend ambtenaar Decoster zou allang van het bestaan van de band op de hoogte zijn. Op de vraag of hij die bandopname nog bezit, antwoordde Vroman, die overigens niet betaalde, vorig weekend dat hij 'over deze zaak niets wil zeggen'. Waarvan akte.Dirk Draulans