Van tijd tot tijd verdwijnt de geometrisch abstracte kunst uit de gunst, zoals het hele modernisme: weg met de radicale utopieën van de 20e eeuw! Deels treft de kunst dan zelf schuld, wanneer abstractie verstart van zuiverheidsideaal tot decoratieve formule. Maar vooral gaat het dan om een tijdelijk gebrek aan appreciatie voor kunst als queeste naar het absolute, en is het een symptoom van een behoefte aan spetters en éclat. Hoe bleek zouden mode en markt verschijnen als de pendel van de smaak niet regelmatig van het ene uiterste naar het andere zou uitslaan? De muts van de tijd staat nu weer naar geometrische abstractie: een tentoonstelling van een pionier wordt ervaren als een weldadig bad, een baken voor jonge kunstenaars en curatoren ook ( zie kader). Temeer omdat Georges Vantongerloo verder ging dan de geometrie. Op zoek naar harmonische verhoudingen tussen vlakken, kleuren, lijnen en volumes flirtte hij ook met algebra, kleurtheorie en (atoom)fysica. Zo kwam hij tot afgewogen minimalistische schilderijen en geschilderde sculpturen, ijl en transparant als de kosmische fenomenen die hem fascineerden.
...

Van tijd tot tijd verdwijnt de geometrisch abstracte kunst uit de gunst, zoals het hele modernisme: weg met de radicale utopieën van de 20e eeuw! Deels treft de kunst dan zelf schuld, wanneer abstractie verstart van zuiverheidsideaal tot decoratieve formule. Maar vooral gaat het dan om een tijdelijk gebrek aan appreciatie voor kunst als queeste naar het absolute, en is het een symptoom van een behoefte aan spetters en éclat. Hoe bleek zouden mode en markt verschijnen als de pendel van de smaak niet regelmatig van het ene uiterste naar het andere zou uitslaan? De muts van de tijd staat nu weer naar geometrische abstractie: een tentoonstelling van een pionier wordt ervaren als een weldadig bad, een baken voor jonge kunstenaars en curatoren ook ( zie kader). Temeer omdat Georges Vantongerloo verder ging dan de geometrie. Op zoek naar harmonische verhoudingen tussen vlakken, kleuren, lijnen en volumes flirtte hij ook met algebra, kleurtheorie en (atoom)fysica. Zo kwam hij tot afgewogen minimalistische schilderijen en geschilderde sculpturen, ijl en transparant als de kosmische fenomenen die hem fascineerden. Voor een kunstenaar die niet veel te zoeken had in zijn vaderland en er bij leven ook maar matig werd gewaardeerd, is de huidige belangstelling niet zo heel vanzelfsprekend. In 1981 ging de solotentoonstelling in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel, onder curator Phil Mertens, gepaard met een intense studie naar de rol van de wetenschap in de kunst van Vantongerloo. Dat resulteerde in de publicatie van het eerste cahier van het Internationaal Centrum voor Structuuranalyse en Constructivisme (ICSAC). En toen Ronny Van de Velde in 1997 in zijn haast museale ruimte aan de IJzerenpoortkaai in Antwerpen met 69 schilderijen, sculpturen en meubels, en 105 tekeningen en gouaches een esthetiserende Vantongerloo-expositie maakte, wijdde Van de Veldes vennoot Jan Ceuleers een gedetailleerde monografie aan de kunstenaar. Elf jaar later opnieuw uitpakken met een overzichtstentoonstelling, ervaren weinigen als te vroeg. Dit keer gaat het eigenlijk om een Frans initiatief van het Musée Matisse in Le Cateau-Cambrésis, dat door het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst (PMMK) in Oostende is overgenomen en aangevuld met 15 bijkomende werken. Opzienbarende nieuwe dingen over de kunstenaar blijken er niet te vertellen: het museum verkoos zelfs om het zonder catalogus te doen en houdt het bij een loepzuivere presentatie in chronologische volgorde, verdeeld over acht zalen. Die aanpak verheldert de bijna logische stappen in de evolutie van een zoekend en experimenterend kunstenaar, wiens vondsten bij de hoogtepunten horen van de internationale avant-garde in de 20e eeuw. Als geboren Antwerpenaar, en product van de academie aldaar, vertrok Vantongerloo van het beste van de expressionistische vormentaal, met een op Rik Wouters geïnspireerde beeldhouwkunst van volkse types (L'Eclat de rire, 1910). Het fauvistische palet van Wouters bleef herkenbaar in geschilderde vrouwenportretten, gemarkeerd door een decoratief patroon van zelfstandige toetsen die van het schilderij een vibrerend kleurentapijt maken. Een drama in zijn leven bleek ook een heel nieuwe start te betekenen. Net als Wouters was Vantongerloo gemobiliseerd voor de Eerste Wereldoorlog. In 1915 liep hij bij een Duitse gasaanval een ernstig longletsel op, vluchtte uit een kamp in Nederland en raakte via kunstenaar Theo Van Doesburg betrokken bij De Stijl, de avant-garde kunstbeweging waartoe ook Piet Mondriaan behoorde. Het manifest van de groep, mede ondertekend door Vantongerloo, veranderde de grondslagen van zijn kunst: universaliteit in plaats van het individuele, opheffing van de natuurlijke vormen, internationale eenheid tussen leven, kunst en cultuur. Voor minder deden ze het niet. Eerst herleidde hij de menselijke figuur en de natuurlijke vormen tot geometrische composities in het volume of het vlak. Later stelde hij zijn eigen kleurenspectrum samen en berekende hij hoe hij met louter kleuren, lijnen en vlakken harmonische composities kon maken. Ze weerspiegelden de harmonie van het hele universum, bestaande uit een eenheid van geluids- en lichtgolven, volumes en leegte. Nadat Vantongerloo al Mondriaans dictaat van slechts drie primaire kleuren (rood, geel en blauw) naast zich had neergelegd, veegde hij ook de vloer aan met diens orde van rechte lijnen. Met de keuze voor de gebogen lijn, en de introductie van speelse ringen en dots op het beeldvlak, ging hij op de solotoer, hoewel hij in zijn Parijse woonplaats het avant-gardegebeuren van dichtbij volgde. Vantongerloo verdedigde zijn ideeën ook in geschrifte. Polemiek bracht hem niet van streek, wel integendeel. Zijn levendige belangstelling voor het wetenschappelijk onderzoek van de kosmos vertaalde hij ten slotte op een uitgepuurd poëtische manier. In metaaldraad, later ook in kleurrijk bestippeld plastic en plexiglas, creëerde hij lichte sculpturen met een ruimtelijke werking zonder weerga. Ze deden zijn intuïtie van kosmische harmonie recht. 'Alles is vibratie!' stelde hij vast, en liet zien hoe licht rechtstreeks in kleur werd omgezet door de breking van de stralen op het in een sculptuur ingebouwde prisma. Zonder de steun van zijn toegewijde vriend en collega Max Bill, was de verspreiding van het werk en de ideeën van Georges Vantongerloo, zowel bij leven als na zijn dood in 1965, ongetwijfeld een stuk moeizamer verlopen. Vantongerloo neemt in de moderne abstractie een eigenzinnige plaats in, net zoals Magritte in het surrealisme, met wie hij de subtiele zinnelijkheid en poëzie van zijn kunst deelt. Het wordt snel duidelijk waarom Philip Van den Bossche, de jonge directeur van het PMMK, van zijn eerste tentoonstelling ook een beleidsmanifest heeft gemaakt. Vantongerloos uitzuivering van de beeldende taal, zijn streven naar ruimtelijkheid, klaarheid en harmonie, sluiten wonderwel aan bij de manier waarop Van den Bossche zijn museum inricht. Een uitgepuurde presentatie van werken, het weghalen van tussenschotten, het binnenlaten van het daglicht (waardoor de tentoonstelling op de eerste verdieping belandt), het creëren van een weldadige ruimtelijkheid. Zinvolle verbanden tussen de tentoonstelling en de vaste collectie worden gecreëerd: naast de solo Vantongerloo, een selectie van schilderijen van Belgiës vroege abstracten, met Brusselmans, Servranckx, Flouquet en De Boeck op hun mooist. Een verademing, heet zoiets. TOT 31/8 IN HET PMMK, ROMESTRAAT 11, OOSTENDE OPEN VAN DI./ZO. VAN 10 TOT 18 UUR.DOOR JAN BRAET