Orfeus, de antieke god van de dichtkunst en de zang, drong met de betoverende klank van zijn lier door tot de ziel van elk levend wezen. Hij beschikte over het vermogen ook het meest verkilde hart te beroeren, niet met een vurig pleidooi maar met de zuiverende kracht van de muziek. In 1607 componeerde Claudio Monteverdi hierover de eerste echte opera: Orfeo, ontsproten aan het idealisme van enkele dichters die de oude Griekse tragedie nieuw leven wilden inblazen. Orfeus' ontroerende klacht, vanuit de Oudheid naar de Renaissance overgewaaid, is ook vandaag nog geldig: muziek geeft gestalte aan de emotie, ze werkt op het gemoed en vult aan waar woorden haperen.
...

Orfeus, de antieke god van de dichtkunst en de zang, drong met de betoverende klank van zijn lier door tot de ziel van elk levend wezen. Hij beschikte over het vermogen ook het meest verkilde hart te beroeren, niet met een vurig pleidooi maar met de zuiverende kracht van de muziek. In 1607 componeerde Claudio Monteverdi hierover de eerste echte opera: Orfeo, ontsproten aan het idealisme van enkele dichters die de oude Griekse tragedie nieuw leven wilden inblazen. Orfeus' ontroerende klacht, vanuit de Oudheid naar de Renaissance overgewaaid, is ook vandaag nog geldig: muziek geeft gestalte aan de emotie, ze werkt op het gemoed en vult aan waar woorden haperen. De expositie naar aanleiding van vierhonderd jaar opera en driehonderd jaar Munt, begint met beeldfragmenten uit Monteverdi's Orfeo. Een prachtige ontvangst, want weinig opera's hebben zo'n betoverend effect als dit tot in de puntjes beheerste muziekdrama. Een woud van documenten, decorstukken, kostuums en operafragmenten lichten de sluier van een doorgaans onzichtbare bedrijvigheid. In negen hedendaagse kunstwerken wordt de emotie zichtbaar gemaakt zoals muziek de emotie hoorbaar maakt. Aria's stofferen de zalen met herkenbare achtergrondgeluiden. De tentoonstelling over opera, terzelfder tijd drama, muziek en massief werkstuk, dient zich aan in de gedaante van een goedlopend raderwerk, met negen grote tandwielen als artistieke hoogtepunten. Alles wat zich voor en achter het operagordijn voordoet, wordt getoond. Een bijzondere benadering, omdat deze complexiteit de gelaagdheid van de opera mooi weergeeft. Laurent Busine, directeur van het Palais des Beaux-Arts in Charleroi en commissaris van de tentoonstelling, zette de lijnen uit, parallel aan het omvattende karakter van een operaproductie. Hij omzeilde een documentaire tentoonstelling door de opera te definiëren als communicatievorm, gericht op het overbrengen van herkenbare emoties. Zoals het drama telkens stilhoudt om liefde, verrukking of verdriet te vertolken, bracht hij de negen kunstwerken aan als visuele hoogtepunten. Of beeldende aria's, elk met hun eigen sensitieve poëzie.DE MAAN OP HET WATERHet kunstenaarsduo Peter Fischli en David Weiss laat in elkaar verglijdende diaprojecties van bloemen zien. Telkens schuift een nieuw beeld over het vorige, in een langzaam verlopend proces. De wisselende weergave van wazigheid en helderheid zuigt de blik aan als een beeld dat zich steeds weer onder een sluier verstopt. De subtiliteit komt hier, net zoals altijd, tot stand in een trage beweging. Met op de achtergrond de brommende bas van Charon, de bewaker uit Monteverdi's mythologische dodenrijk, loopt het spoor langs de monumentale sterrenhemelfoto's van Thomas Ruff. Goden en hemellichamen verenigen zich moeiteloos in dit binnengehaalde uitspansel, waar ook tijd en afstand samensmelten. James Lee Byars bezet ettelijke vierkante meters met zijn Rode Engel uit Marseille, een bloedrode, kristallen ketting, gekruld tot elegante arabesken. Het pareltapijt is reusachtig en broos terzelfder tijd, waardoor je terugdeinst als betrof het een levend organisme dat verstoord dreigt te raken bij de minste beweging. De horizontale en buitenmaatse dimensie van het werk schept een ongewoon ruimtegevoel. Je kan er omheen wandelen of het patroon overschouwen vanop de verdieping. Maar zoals de diepte aantrekt bij hoogtevrees, lonkt de fragiliteit van dit werk naar tastende vingers. Er valt maar nauwelijks te weerstaan aan dit artistieke verzoek om met rust te worden gelaten. Arte Poverakunstenaar Luciano Fabro reikt naar de muziek met een bijzonder mooie, marmeren maan die geland is op de zee. Onder het golvende, stenen wateroppervlak zit een lampje, ter aanduiding van het schijnsel. Het gewicht van Fabro's sculptuur is ook in figuurlijke zin omvangrijk. Het is een spel van beeldende poëzie, over de reflectie van de maan op het water, het licht van een lampenkap, de kleur van marmer en de vorm van water. Fabro's synthese van materialen en eigenschappen leidt tot een tastbare harmonie, evenwaardig aan het mooiste duet. Harmonie betekent samenklank, dus wie kwam voor de muziek kan zijn weg verrijkt verderzetten. Het geprojecteerde zomertafereel van David Claerbout speelt sterk in op het thema van de illusie. Een man en een klein meisje zitten samen op een beschaduwd terras, argeloos doende met niks bijzonders. Ze lijken eindeloos verwijderd van de drukte die zich afspeelt in de realiteit, tot het meisje omkijkt en de toeschouwer opmerkt. Het effect is even verrassend als subtiel: het publiek wordt bekeken als opdoemend verschijnsel, een element dat de rust van een luie zomernamiddag verstoort.ILLUSIE EN DETAILDe illusie, het element uit Claerbouts videoprojectie, is voor de opera evenmin een vreemd gegeven. De waterval - geen kunstwerk maar een machine - beschikt over een mechaniek die de waarneming bedriegt. Het toestel heeft in de tentoonstelling een bindende functie: ze linkt de enscenering op het podium aan het begoochelende karakter van kunst. In beide gevallen is het succes verzekerd, want het oog wil zien wat eigenlijk niet kan. Een hoogstandje van wat enscenering vermag, wordt getoond met het schaalmodel van een authentieke barokopera. Het tien keer verkleinde theater uit de pruikentijd werd uitgerust met een verbluffend aantal decorstukken en laat meerdere manipulaties toe, waardoor kroonluchters de hoogte ingaan, godheden nederdalen en boompjes uit de coulissen schuiven. Dit schouwburgje voor lilliputters verschaft een reëel beeld van de Franse barokopera, die onder leiding van Jean-Baptiste Lully uitgroeide tot een fenomeen met grote spektakelwaarde. Bovendien kan het historische luik van de tentoonstelling met dit driedimensioneel sprookjestheater niet meer stuk. Al van bij de oprichting in 1700 stemde de Munt haar repertoire af op de Franse, door Lully geïnspireerde opera. Maximiliaan-Emmanuel van Beieren, de laatste gouverneur ten tijde van de Spaanse Nederlanden, riep het theater in het leven om het prestige van Brussel te verhogen. Voordien stond op dezelfde plaats een atelier waar munten werden geslagen, waaruit de naam Muntschouwburg voortvloeide. Met de opvoering van Aubers Stomme van Portici breekt de Belgische Revolutie uit en krijgt de Munt een opgemerkte plaats in de nationale geschiedenis. De tentoonstelling illustreert de historiek met allerlei documenten als affiches, foto's en karikaturen. Een grote hoeveelheid aan archiefmateriaal vormt een in vitrines en aan muren getoonde numerieke optelsom. Voor de operadirecteuren, componisten, tenoren of diva's van weleer geldt de regel van de gelijkheid: de roem van de ene wordt herleid tot de middelmatigheid van de andere. DE MAGISCHE TEMPERATUURMet rekken vol kostuums, schoenen, pruiken en rekwisieten wordt de toeschouwer een veel warmere blik gegund achter het gordijn van het opera-apparaat. Het gevoel te vertoeven op een rommelzolder met fantastische mogelijkheden bepaalt op slag de magische temperatuur. De spullen worden getoond zoals ze ook in werkelijkheid worden bewaard: in het rek, zorgvuldig gelabeld tot aan de volgende voorstelling. Net zoals voor de verzamelde historische gegevens geldt ook hier de grote omvang. Een hele rij met jurken spreekt immers meer tot de verbeelding dan een enkele, die de voorkeur wegdraagt omdat er iets meer goudbrokaat op zit. Honderden zangeressen droegen de honderden jurken. Misschien zongen ze nauwelijks een strofe, maar de betovering vraagt om perfectie: een figurant in een fout kostuum verbreekt de hele enscenering. Van kostuums naar decors, van kunst naar muziek, van historie naar emotie en weer terug: zo grijpen de radertjes van de tentoonstelling op elkaar in. Een bundeling aan prozaïsche en poëtische aspecten ontleedt de rijke textuur van de opera zonder ze te versplinteren. De magie van de opera , herwerkt tot een visuele voorstelling, legt zonder meer de toverformule bloot."Opera. Tastbare emotie", in de ateliers van de Munt, Leopoldstraat 23 in Brussel, tot 2 juli. Elke dag behalve op maandag open van 12 tot 18 uur, nocturne op donderdag tot 20 u.Els Fiers