Dries H. (*), werkzaam op de afdeling Intensieve Zorg in een van de grote landelijke ziekenhuizen, is een van de weinige verpleegkundigen die bereid is om over euthanasie te praten.
...

Dries H. (*), werkzaam op de afdeling Intensieve Zorg in een van de grote landelijke ziekenhuizen, is een van de weinige verpleegkundigen die bereid is om over euthanasie te praten.Dries H.: Het verbaast me niks dat verplegers en verpleegsters terughoudend zijn. Zij hebben geen stem in het kapittel. De wetgever heeft het zo gewild. Bovendien wenst de meerderheid van de geneesheren geen debat over euthanasie. Zij willen in deze kwestie te allen tijde de controle bewaren. Is het dan geen verdedigbaar standpunt dat levensbeëindiging een aangelegenheid moet blijven tussen de patiënt en zijn arts?Dries H.: Is dat wel zo? Eigenlijk moeten we ook weten waarover we praten. Praten we over wat zich voordoet op Intensieve Zorg, waar een behandeling wordt gestopt omdat er echt geen uitkomst meer is (en - we moeten daar eerlijk in zijn - die beslissing kan zelfs door financiële afwegingen worden bepaald). Is dat euthanasie? Dan heb je de gevallen van kankerbestrijding, bij de palliatieve zorg, waar een behandeling kan worden gestaakt uit menselijke overwegingen. Dat is het klassieke voorbeeld dat altijd en graag wordt aangehaald. Over Intensieve Zorg daarentegen wordt in dit debat zelden of nooit gerept. Hoewel op die afdeling vaak zeer zware beslissingen worden genomen. Zelden wordt daarbij rekening gehouden met wat de patiënt zelf wil. Wordt de behandeling voortgezet, of gestopt? Het is de arts, en hij alleen, die deze beslissing neemt. Euthanasie komt op die afdeling dan ook veelvuldiger voor dan op de dienst voor palliatieve zorg waar de patiënt wel zijn mening kenbaar kan maken. Een andere delicate kwestie waarover in de voorstellen over euthanasie nooit wordt gepraat, is de vaststelling van de klinische dood.Die procedure ligt toch vast?Dries H.: Inderdaad. Drie onafhankelijke artsen moeten zich daarover uitspreken. Er zijn ook drie tests: een encefalogram - wat nog zelden wordt uitgevoerd - en tests waarbij de zuurstofopname door het bloed en de bevochtiging van de hersenen wordt gemeten. Maar de ervaring leert dat in bepaalde ziekenhuizen een patiënt die geen organen wil afstaan, vaak sneller klinisch dood wordt verklaard. Maar wat gebeurt er in zo'n geval met een patiënt die bijvoorbeeld in z'n wilsbeschikking laat vastleggen dat in de behandeling van zijn ziekte tot het uiterste moet worden gegaan? Ik vrees dat daarmee, op dat moment, weinig of geen rekening zal worden gehouden.Worden verpleegkundigen gehoord vooraleer een behandeling wordt gestaakt?Dries H.: Soms, heel uitzonderlijk, worden verpleegkundigen eens gepolst vooraleer de definitieve beslissing over het stoppen van een behandeling valt. In Nederland en in de Verenigde Staten is het zo dat verplegers en verpleegsters worden geconsulteerd. Toch moeten verpleegkundigen soms beseffen dat de behandeling die ze van de arts moeten geven, de dood van de patiënt tot gevolg zal hebben.Dries H.: Dat beseffen ze dan maar al te goed. Maar volgens de wetgever heeft het verplegend personeel geen enkele bevoegdheid ter zake. Kunnen de verpleegkundigen daarmee leven?Dries H.: Soms kan dat heel zwaar wegen. Maar wie geen inspraak heeft, kan ook niet aansprakelijk worden gesteld. Ik kan als verpleegkundige heel goed beseffen dat een bepaalde behandeling nutteloos is of verkeerd zal uitdraaien, maar ik heb geen enkele bevoegdheid om die behandeling te stoppen of te wijzigen, laat staan de behandeling juridisch aan te vechten. Wat dat betreft, zijn verpleegkundigen juridisch gesproken onmondig. Sommigen vinden dat storend, anderen schikken zich graag in deze situatie. Worden verpleegkundigen tijdens hun opleiding voorbereid op situaties waarbij tot euthanasie wordt overgegaan?Dries H.: Helemaal niet. Tijdens heel mijn opleiding heb ik nooit over euthanasie horen spreken. Als je daar als jong verpleger de eerste keer mee geconfronteerd wordt, weet je eigenlijk niet waar je aan toe bent. Kunt u zich het moment herinneren waarop u voor het eerst met een geval van euthanasie werd geconfronteerd?Dries H.: Twintig jaar geleden was dat. Daar werd dan wel wat over gepraat. Hoewel, op het moment zelf drong dat niet tot me door. Dat besef kwam pas later. Praten verpleegkundigen daar onderling vaak over?Dries H.: Veelal praten ze over de nutteloosheid van bepaalde behandelingen die ze moeten uitvoeren. Verpleegkundigen voelen zich veelal slecht als een therapie naar hun gevoelen te lang wordt gerekt - want ze kunnen zich helemaal verplaatsen in dat lijden van de patiënt. Ze staan dan ook veel dichter bij hun patiënt dan de behandelende arts die, heel begrijpelijk, in de meeste gevallen een grotere afstand zal bewaren. Anderzijds heeft elke patiënt ook recht op therapie. Er zijn voorbeelden bekend van verplegers of verpleegsters die zelf beslissingen nemen die de dood van de patiënt bespoedigen.Dries H.: Soms worden grenzen verlegd en krijgen verpleegkundigen, door omstandigheden, te veel macht. De verpleegkundige is vaak alleen met de patiënt. Wordt de door de arts voorgeschreven behandeling gevolgd, of niet. Dat is dan de beslissing van de verpleegkundige. Wie zal hem controleren? In sommige ziekenhuizen wordt die situatie gedoogd. Onrustwekkend evenwel is de vaststelling dat het niveau van de verpleegkundigen de jongste jaren snel afneemt. Er worden verplegers en verpleegsters in dienst genomen die het niet te nauw nemen met de bestaande regels. Dat dreigt een probleem te worden.Hoe wordt de beslissing om een therapie te stoppen, genomen?Dries H.: In elk groot ziekenhuis gebeurt de afbouw of het stoppen van een therapie trapsgewijs, nooit van het ene moment op het andere. Grote academische ziekenhuizen kunnen het zich niet anders veroorloven, omdat daar te veel volk rond het bed van de patiënt staat. Het kan eigenaardig klinken, maar dit soort beslissingen wordt nu veel beter afgewogen dan vijftien, twintig jaar geleden. Dat is natuurlijk ook een gevolg van de vorderingen van de medische wetenschap met al zijn specialisten. De apparatuur en de medicatie zijn zoveel geavanceerder dan vroeger. Daarom is men de jongste tien jaar zeer voorzichtig geworden wat betreft het stopzetten van een behandeling. Want tegelijk is de mondigheid van de familie en van de patiënt toegenomen. Er zijn ook patiënten die eisen dat werkelijk alles wordt uitgeprobeerd om hem of haar te redden. Bovendien schakelen families van patiënten veel sneller advocaten in om een medische beslissing aan te vechten. Er zijn uiteraard gevallen waarbij op een menswaardige manier een einde moet worden gemaakt aan het lijden van een patiënt. Wie de doodstrijd van een kankerpatiënt heeft meegemaakt, beseft dat. Maar zelfs die ingreep gebeurt nooit brutaal, maar stap voor stap, in een vijftal stadia.Welke stappen worden dan gevolgd?Dries H.: Als de situatie van de patiënt uitzichtloos wordt, kan een eerste stap worden gezet door de beademing niet langer op te drijven. Daarna zal allicht de nieuwe medicatie worden gestopt, of zal de lopende medicatie niet langer worden opgevoerd. Die beslissingen worden in grote ziekenhuizen telkens afgewogen en besproken - we moeten daar geen wilde verhalen rond weven. In sommige katholieke ziekenhuizen komt het voor dat ze stoppen met de toediening van voeding en vocht. Maar dat is niet erg menselijk, als je het mij vraagt. Dan liever een zachte, menswaardige dood.Gelet op de huidige geplogenheden: is zo'n wetgeving rond euthanasie eigenlijk nodig?Dries H.: Toch wel. Alleen vraag ik me af welk gevolg die nieuwe wet zal hebben voor de patiënt. Want de uiteindelijke beslissing blijft bij de arts. Alleen krijgt hij met een eventuele wet een betere juridische bescherming. Steeds vaker worden de kosten van de laatste ziekenhuisopname in rekening gebracht om in sommige gevallen euthanasie te verantwoorden. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van de wetgever?Dries H.: Het zou in elk geval een gevaarlijke deviatie zijn, mocht men die overweging laten meespelen in de beslissing om een einde te maken aan de behandeling. Maar patiënten zijn voor de ziekenhuizen nog steeds een rendabel gegeven. Die willen niks liever dan zoveel mogelijk patiënten opnemen. Een ziekenhuis is geen caritatieve instelling, maar een bedrijf, geleid door managers en financiers. Laten we hopen dat het nooit zover komt dat patiënten geëlimineerd worden omdat zij niet langer winstgevend zijn voor het ziekenhuis. Het gevaar is niet denkbeeldig. Er zijn nu al gevallen bekend van instellingen die patiënten weigerden omdat ze niet konden betalen. Tegen het jaareinde stelde men in een Engels ziekenhuis plots vast dat er nog een twaalftal bedden vrij waren op Intensieve Zorg. Ineens was er veel meer plaats omdat therapieën waren gestaakt. Dat is pas een betreurenswaardige evolutie. Dries H. is een schuilnaam.Rik Van Cauwelaert