JA

De wachtlijsten bij de erkende crèches zijn gigantisch, zeker in Gent en Antwerpen bijvoorbeeld. Dikwijls hebben ouders geen keus. Zij moeten gaan werken en een plaats vinden, dus komen zij vaak in de niet-gesubsidieerde sector terecht waar ze meer moeten betalen: niet een, tien of vijftien euro, maar twintig euro per kind per dag. Voor iemand met een laag loon is dat onbetaalbaar, want kinderopvang loopt zo algauw op tot vierhonderd euro per maand. Ouders mogen niet het slachtoffer zijn van het tekort aan opvangplaatsen. Wij vinden dat hen, ongeacht wie de aanbieder is, een tarief moet worden aangerekend dat in verhouding staat tot het gezinsinkomen. Dat iedereen een plaats vindt in een erkend kinderdagverblijf, is niet realistisch. Dus moet de regeling ook van toepassing zijn op particuliere crèches: als die zo'n sociaal tarief hanteren, kunnen ze meer overheidssteun ontvangen. Alleen de laagste inkomens ondersteunen is geen goed idee, want dan creëren we een nieuw soort werkloosheidsval. Als de tweede partner wil gaan werken en het gezinsinkomen stijgt, ziet het gezin immers de kosten van kinderopvang exponentieel toenemen omdat het niet langer aanspraak kan maken op het uitzonderingstarief. Investeren in de uitbreiding van het aantal plaatsen moet samengaan met het invoeren van een sociaal tarief. Wie minder verdie...

De wachtlijsten bij de erkende crèches zijn gigantisch, zeker in Gent en Antwerpen bijvoorbeeld. Dikwijls hebben ouders geen keus. Zij moeten gaan werken en een plaats vinden, dus komen zij vaak in de niet-gesubsidieerde sector terecht waar ze meer moeten betalen: niet een, tien of vijftien euro, maar twintig euro per kind per dag. Voor iemand met een laag loon is dat onbetaalbaar, want kinderopvang loopt zo algauw op tot vierhonderd euro per maand. Ouders mogen niet het slachtoffer zijn van het tekort aan opvangplaatsen. Wij vinden dat hen, ongeacht wie de aanbieder is, een tarief moet worden aangerekend dat in verhouding staat tot het gezinsinkomen. Dat iedereen een plaats vindt in een erkend kinderdagverblijf, is niet realistisch. Dus moet de regeling ook van toepassing zijn op particuliere crèches: als die zo'n sociaal tarief hanteren, kunnen ze meer overheidssteun ontvangen. Alleen de laagste inkomens ondersteunen is geen goed idee, want dan creëren we een nieuw soort werkloosheidsval. Als de tweede partner wil gaan werken en het gezinsinkomen stijgt, ziet het gezin immers de kosten van kinderopvang exponentieel toenemen omdat het niet langer aanspraak kan maken op het uitzonderingstarief. Investeren in de uitbreiding van het aantal plaatsen moet samengaan met het invoeren van een sociaal tarief. Wie minder verdient, moet minder betalen. Mensen zullen vooral minder betalen, en voor de kleine groep bij wie het omgekeerde dreigt te gebeuren, hebben we de kosten geplafonneerd. Wie vandaag al is gestart of een plaats heeft gereserveerd, zal niet meer betalen. Daar is in ons voorstel in voorzien. De maatregel kost twintig miljoen per jaar. Dat is veel geld, maar het is een verantwoorde beleidskeuze.Kinderopvang vinden is niet vanzelfsprekend, maar als we alle kinderopvang voor iedereen inkomensafhankelijk maken, dan zal die voor een groep ouders, de modale tweeverdieners, duurder worden. Wie in de niet-gesubsidieerde sector nu achttien à twintig euro per dag betaalt, zal dan vierentwintig euro of meer moeten dokken. Dat kan niet de bedoeling zijn. Wat de overheid uitgeeft aan kinderopgang moet niet in de voorzieningen maar in de ouders worden geïnvesteerd. En terechtkomen bij diegenen die het echt moeilijk hebben, bijvoorbeeld in de vorm van opvangcheques. Uiteraard moet het resultaat van de regeling zijn dat er niet minder maar meer mensen werken. In elk geval zal alleen al een stijging van het aanbod een positief effect hebben op de prijs. In de zelfstandige minicrèches kunnen vandaag maximaal 22 kindjes terecht. Zodra die limiet is overschreden, verliezen ze de door de overheid terugbetaalde kostenvergoeding van 519 euro per kind per jaar. Als je weet dat een volledig gesubsidieerde kinderopvangplaats de overheid 9900 euro kost, dan is die maximumlimiet in minicrèches echt onverantwoord. Die limiet moet worden afgeschaft. Wij stellen voor om een waarborgfonds te creëren, zoals in 1998 in Nederland is gebeurd. De overheid stelt zich dan borg bij de banken voor een lening van kinderopvangondernemers, die door een kenniscentrum intensief worden begeleid in het opstarten van hun zaak. Die regeling heeft in Nederland zijn vruchten afgeworpen: in 1990 waren er 20.000 opvangplaatsen, vandaag zijn er 300.000. Daar ben ik niet zo zeker van. Beide landen zijn moeilijk te vergelijken. De wachtlijsten bij de erkende crèches zijn gigantisch, zeker in Gent en Antwerpen bijvoorbeeld. Dikwijls hebben ouders geen keus. Zij moeten gaan werken en een plaats vinden, dus komen zij vaak in de niet-gesubsidieerde sector terecht waar ze meer moeten betalen: niet een, tien of vijftien euro, maar twintig euro per kind per dag. Voor iemand met een laag loon is dat onbetaalbaar, want kinderopvang loopt zo algauw op tot vierhonderd euro per maand. Ouders mogen niet het slachtoffer zijn van het tekort aan opvangplaatsen. Wij vinden dat hen, ongeacht wie de aanbieder is, een tarief moet worden aangerekend dat in verhouding staat tot het gezinsinkomen. Dat iedereen een plaats vindt in een erkend kinderdagverblijf, is niet realistisch. Dus moet de regeling ook van toepassing zijn op particuliere crèches: als die zo'n sociaal tarief hanteren, kunnen ze meer overheidssteun ontvangen. Alleen de laagste inkomens ondersteunen is geen goed idee, want dan creëren we een nieuw soort werkloosheidsval. Als de tweede partner wil gaan werken en het gezinsinkomen stijgt, ziet het gezin immers de kosten van kinderopvang exponentieel toenemen omdat het niet langer aanspraak kan maken op het uitzonderingstarief. Investeren in de uitbreiding van het aantal plaatsen moet samengaan met het invoeren van een sociaal tarief. Wie minder verdient, moet minder betalen. Mensen zullen vooral minder betalen, en voor de kleine groep bij wie het omgekeerde dreigt te gebeuren, hebben we de kosten geplafonneerd. Wie vandaag al is gestart of een plaats heeft gereserveerd, zal niet meer betalen. Daar is in ons voorstel in voorzien. De maatregel kost twintig miljoen per jaar. Dat is veel geld, maar het is een verantwoorde beleidskeuze.Kinderopvang vinden is niet vanzelfsprekend, maar als we alle kinderopvang voor iedereen inkomensafhankelijk maken, dan zal die voor een groep ouders, de modale tweeverdieners, duurder worden. Wie in de niet-gesubsidieerde sector nu achttien à twintig euro per dag betaalt, zal dan vierentwintig euro of meer moeten dokken. Dat kan niet de bedoeling zijn. Wat de overheid uitgeeft aan kinderopgang moet niet in de voorzieningen maar in de ouders worden geïnvesteerd. En terechtkomen bij diegenen die het echt moeilijk hebben, bijvoorbeeld in de vorm van opvangcheques. Uiteraard moet het resultaat van de regeling zijn dat er niet minder maar meer mensen werken. In elk geval zal alleen al een stijging van het aanbod een positief effect hebben op de prijs. In de zelfstandige minicrèches kunnen vandaag maximaal 22 kindjes terecht. Zodra die limiet is overschreden, verliezen ze de door de overheid terugbetaalde kostenvergoeding van 519 euro per kind per jaar. Als je weet dat een volledig gesubsidieerde kinderopvangplaats de overheid 9900 euro kost, dan is die maximumlimiet in minicrèches echt onverantwoord. Die limiet moet worden afgeschaft. Wij stellen voor om een waarborgfonds te creëren, zoals in 1998 in Nederland is gebeurd. De overheid stelt zich dan borg bij de banken voor een lening van kinderopvangondernemers, die door een kenniscentrum intensief worden begeleid in het opstarten van hun zaak. Die regeling heeft in Nederland zijn vruchten afgeworpen: in 1990 waren er 20.000 opvangplaatsen, vandaag zijn er 300.000. Daar ben ik niet zo zeker van. Beide landen zijn moeilijk te vergelijken. opgetekend door jan jagers