Terwijl Osama Bin Laden waarschuwt dat Europa de rekening gepresenteerd zal krijgen voor de publicatie van de Mohammedcartoons, zet Abu Dhabi alle zeilen bij om een mondiaal cultureel baken te worden. De hoofdstad van de Verenigde Arabische Emiraten wil tegen 2013 op Saadiyat, een eiland op 500 meter voor de kust, een cultureel district uit de grond stampen. Architect Frank Gehry bouwt er een voorpost van het Guggenheim, Jean Nouvel ontwierp het Louvre Abu Dhabi, Tado Ando een maritiem museum, Norman Fosters het Sheik Zayed National Museum en Zaha Hadid een centrum voor podiumkunsten. Tegen de groeiende groep fundamentalisten in kiezen de Verenigde Arabische Emiraten dus voor de vlucht vooruit. Het pad wordt ondertussen geëffend met prestigieuze tentoonstellingen, onder de patronage van kroonprins sjeik Mohammed Bin Zayed. De expositie van 500 stukken uit de kunstcollectie van Nasser David Khalili, in het Emirates Palace Hotel, hoorde daar zeker bij. Het was de eerste omvattende presentatie in het Midden-Oosten van kunst en kostbare objecten uit de moslimcultuur. Een aantal stukken, zoals een aquarel uit 1843 met een panoramisch uitzicht op de heilige stad Mekka, werd nooit eerder tentoongesteld.
...

Terwijl Osama Bin Laden waarschuwt dat Europa de rekening gepresenteerd zal krijgen voor de publicatie van de Mohammedcartoons, zet Abu Dhabi alle zeilen bij om een mondiaal cultureel baken te worden. De hoofdstad van de Verenigde Arabische Emiraten wil tegen 2013 op Saadiyat, een eiland op 500 meter voor de kust, een cultureel district uit de grond stampen. Architect Frank Gehry bouwt er een voorpost van het Guggenheim, Jean Nouvel ontwierp het Louvre Abu Dhabi, Tado Ando een maritiem museum, Norman Fosters het Sheik Zayed National Museum en Zaha Hadid een centrum voor podiumkunsten. Tegen de groeiende groep fundamentalisten in kiezen de Verenigde Arabische Emiraten dus voor de vlucht vooruit. Het pad wordt ondertussen geëffend met prestigieuze tentoonstellingen, onder de patronage van kroonprins sjeik Mohammed Bin Zayed. De expositie van 500 stukken uit de kunstcollectie van Nasser David Khalili, in het Emirates Palace Hotel, hoorde daar zeker bij. Het was de eerste omvattende presentatie in het Midden-Oosten van kunst en kostbare objecten uit de moslimcultuur. Een aantal stukken, zoals een aquarel uit 1843 met een panoramisch uitzicht op de heilige stad Mekka, werd nooit eerder tentoongesteld. Als de collectie van Khalili ter sprake komt, hangt de vraag in de lucht of kunst de wereld kan redden. Er zijn genoeg historische voorbeelden om die vraag voorgoed ontkennend te beantwoorden, maar toch kan de grootste verzameling islamitische kunst een aantal misverstanden van tafel vegen. Voor groepen fundamentalisten, zoals de taliban, die op gespannen voet leven met afbeeldingen en artistieke expressie, vormde de tentoonstelling met als motto 'Truly God is beautiful and truly loves all' zelfs een minzame provocatie. De uitspraak dat God schoonheid is en dat hij van alle vormen van schoonheid houdt, wordt toegeschreven aan Mohammed en is opgetekend in een Hadith, de overlevering over het doen en laten en de woorden van de profeet. De collectie van Khalili bewijst ook dat het taboe op afbeeldingen van de profeet niet absoluut was. In de veertiende- en de vijftiende-eeuwse miniaturen uit de collectie duiken meermaals afbeeldingen van de profeet op. Pas daarna ontstond de traditie om dat uit respect niet langer te doen. Khalili maakt er geen geheim van dat hij hoopt dat een betere kennis van het islamitische erfgoed zal leiden tot meer begrip tussen religies. Om de onwetendheid over islamitische kunst te verhelpen, maakte hij een paar jaar geleden een prachtig geïllustreerd koffietafelboek, dat door Amsterdam University Press is vertaald als Tijdlijn van de islamitische kunst en architectuur. Van de oorspronkelijke Engelse editie deelt zijn familiefonds deze maand 20.000 exemplaren uit onder Arabische scholen en universiteiten. Khalili heeft zich lang geleden de gewoonte eigen gemaakt om zijn schatten met het publiek te delen. Behalve het genoemde boek publiceerde zijn stichting al 32 catalogi over zijn collecties. Voorwerpen uit zijn verzameling maakten deel uit van tijdelijke exposities die meer dan dertig musea in de hele wereld aandeden. De tentoonstelling die in Abu Dhabi te zien was, was voor het grootste deel ook al in Sydney te bewonderen. En belangrijke musea, zoals het Metropolitan in New York en de Hermitage in Sint-Petersburg, kregen langdurige bruiklenen van Khalili. Alleen met de Britse overheid en Londen, waar Khalili zijn verzameling graag permanent wil exposeren in een eigen museum, botert het niet. Een voorstel uit 1992 om de collectie in bruikleen te geven aan de overheid, die het dan in een museum moest onderbrengen, werd afgewezen. Sommigen catalogiseerden zijn verzameling toen zelfs als 'onrechtmatig verworven afval'. De gefortuneerde verzamelaar beseft dat hij zelf met de nodige fondsen over de brug zal moeten komen als hij in Londen een eigen museum wil. Over zijn belangstelling voor islamitische kunst zegt de collectioneur dat ze spontaan is gegroeid. Hij verzamelde de stukken aanvankelijk niet omdat het islamitische kunst was, wel omdat hij ze mooi vond. Toen hij in de jaren zeventig aan zijn verzameling begon, waren de prijzen nog schappelijk. Met de instorting van het regime van de sjah van Iran in 1979, en de crisis van de Turkse kunstmarkt halfweg de jaren tachtig, werden slimme handelaars voor een prikje eigenaar van islamitische kunstvoorwerpen. Aan het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes vertrouwde Khalili toe dat hij in die tijd meermaals 50 stukken voor 100.000 dollar kocht. Hij hield de beste vijf voor zichzelf en verkocht de rest in de loop van het volgende jaar voor 500.000 dollar. Toen had je ook aan één hand genoeg om de grote verzamelaars te tellen: behalve Khalili waren dat de David Collection in Kopenhagen, de Keir Collection van de Hongaars-Britse advocaat Edmund de Unger, de eveneens in Londen gevestigde Iraanse oliemagnaat Hasham Khosrovani (Chempetrol) en de huidige emir van Koeweit, sjeik Nasser Sabah Al-Ahmad Al-Sabah. In de jaren negentig schoten de prijzen de hoogte in, nadat de sultan van Brunei en sjeik Saud Al-Thani van Qatar de islamitische kunst hadden ontdekt. Khalili maakte toen van een nood een deugd en concentreerde zich op verwaarloosde deelsegmenten van de islamitische kunstproductie. Mede daardoor is de verzameling van Khalili, die vorig jaar met nog eens 200 stukken aangroeide, vandaag zo breed. Ze gaat van de achtste tot de twintigste eeuw en van het Spanje van de Moren tot het China van de Oeigoeren. Ze bevat absolute topstukken maar ook bescheidener, fraai vormgegeven voorwerpen, waarbij elk stuk even zorgvuldig onderzocht en beschreven is. In Financial Times vergeleek Khalili zijn verzameling onlangs met een symfonie: 'Ieder stuk is als een noot en het is de combinatie van alle stukken die de muziek maakt. Met de leidende viool of de piano alleen schiet je niet veel op.' Khalili bezit veel verluchte manuscripten, schilderijen en kalligrafie die God loven. Maar ook seculiere artistieke crea-ties, van architectuurplannen en boeken tot tapijten, munten, juwelen, glas- en aardewerk, zijn voor hem islamitisch. 'Deze kunst is "islamitisch" omdat haar artistieke vocabulaire deels geworteld is in de islamitische filosofie', schrijft Khalili in zijn naslagwerk The Timeline of History Islamic Art and Architecture. 'De creatieve expressie van de verschillende moslimvolken is tot op zekere hoogte gevormd door de geest en doctrines van het moslimgeloof. Om die reden kunnen we islamitische kunst beschouwen als de kunst die vervaardigd is door de groep volken die is samengebracht onder de islam, en niet als de kunst van één land of één beschaving.' Volgens Khalili heeft het eurocentrische standpunt van de kunstgeschiedenis de islamitische kunst niet de waardering gegeven die ze verdient. Het is zijn ambitie om die kunst uit de marge te halen, niet alleen via publicaties en exposities maar ook via de financiering van een leerstoel aan de School of Oriental and African Studies in Londen en een onderzoekscentrum in Oxford. Khalili beseft dat de kennis van het eigen erfgoed, op het gebied van kunst en wetenschap, ook onder moslims bedroevend laag is. Toch hoopt hij via de taal van de kunst het wederzijdse begrip tussen culturen te versterken. Er zijn de laatste tijd alvast aanwijzingen dat musea islamitische kunst niet langer in het verdomhoekje stoppen. Vroeger exposeerde het Louvre zijn ongeveer 2000 stukken in ondergrondse gangen. Vanaf 2010 zal het museum, dat zijn topstukken momenteel in Istanbul exposeert, zijn collectie islamitische kunst in een gloednieuwe uitbreiding aan de cour Visconti presenteren. Ook het Victoria & Albert Museum in Londen bouwde recent een nieuwe islamitische vleugel, dankzij een gift van miljardair Mohammed Jameel van Saudi-Arabië. Een paar jaar geleden verlieten voor het eerst 100 waardevolle stukken uit deze V&A-collectie het museum om in de National Gallery in Washington te figureren in een grote expositie over islamitische kunst. En ook de al genoemde David Collection onderging vorig jaar een grondige renovatie, terwijl de topstukken op een expositie in het Smart Museum in Chicago te zien waren. Vergeten we ten slotte ook onze eigen Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Brusselse Jubelpark niet, waar eind februari een permanente zaal voor islamitische kunst met 340 objecten openging. Zoals in al die collecties te zien is, speelt kalligrafie in de islamitische kunst een vooraanstaande rol, als autonome kunstvorm maar ook als decoratief element op bijvoorbeeld aardewerk en architectuur. Voor het overige bestaat de decoratieve vormentaal vooral uit arabesken, geometrische motieven en verweven patronen. Maar in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, zijn figuratieve motieven niet taboe in de islamitische kunst, althans niet in een seculiere context. Afbeeldingen van vogels en andere dieren sieren wel vaker wereldse gebouwen en voorwerpen op. In een religieuze omgeving daarentegen passen afbeeldingen van schepselen, en figuratie in het algemeen, niet. De brede collectie van Khalili laat zien dat de islamitische kunst niet gevangenzat in een keurslijf van traditionele regels. Overal vermengde de cultuur van de islamitische veroveraars zich met de cultuur van de plaatselijke volkeren. In het begin was de islamitische kunst zwaar schatplichtig aan bestaande kunststijlen, vooral die van Byzantium in het westen en van het Sassanidische Perzië in het oosten. Pas vanaf het midden van de achtste eeuw, toen de Abbasieden aan de macht kwamen, nam de islamitische kunst een eigen identiteit aan. Maar de wisselwerking bleef bestaan, zoals ook blijkt uit de ontwikkeling van de hoogstaande Al-Andalusbeschaving in Moors Spanje, en ze nam soms verrassende vormen aan. Zo bezit Khalili een zestiende-eeuws Turks wandkleed dat door katholieke bisschoppen als kazuifel werd gebruikt. God houdt nu eenmaal van schoonheid. Khalili is het niet eens met de opvatting dat de islamitische kunst in het begin van de negentiende eeuw tot stilstand is gekomen. Meestal verwijst men daarbij naar een duidelijke neergang van de artistieke productie, die samenvalt met de opkomende Europese dominantie op het vlak van diplomatieke en commerciële betrekkingen in de islamitische wereld. Die bewering gaat volgens Khalili voorbij aan de renaissance die kort erna op verschillende plaatsen tegelijk de kop opstak. 'Het tijdens die renaissances en later, in de twintigste eeuw, geproduceerde werk is meer dan alleen imitatie: het is de belichaming van trots op een rijk, diepgeworteld gemeenschappelijk erfgoed, alle buitenlandse invloeden ten spijt', schrijft hij in Tijdslijn van de islamitische kunst en architectuur. Toch dateren de mooiste stukken uit de Khalilicollectie van vijf eeuwen vroeger. De prachtig verluchte kronieken uit de veertiende eeuw hoeven niet onder te doen voor de Vlaamse miniatuurkunst. Ze werden uitgevoerd onder de dynastie van de Ilkans (1256-1353), die regeerden over Iran, Irak en Oost- en Centraal-Anatolië. Vooral de verfijnde seculiere miniaturen geschreven door en geïllustreerd voor vizier Rashid Al-Din en fragmenten van de Demotte-Shahname, met hun stralend coloriet, bevatten een schat aan figuratieve afbeeldingen. Het wereldvermaarde manuscript van vizier Rashid Al-Din, dat bekendstaat als de Jami' Al-tawarikh (gebundelde kronieken), kocht Khalili in 1990 op een veiling van Sotheby's voor 10 miljoen dollar. Op een van de illustraties zien we Mohammed als aanvoerder van een leger, omgeven door engelen. Op een albumblad uit het begin van de vijftiende eeuw, een werk over profetenlegenden, staat Mohammed nog eens afgebeeld, dit keer broederlijk verenigd met Mozes en Jezus. Je zou het middeleeuwse cartoons kunnen noemen, maar dan zonder spot of humor. Toen kon dat nog. NASSER D. KHALILI, TIJDSLIJN VAN DE ISLAMITISCHE KUNST EN ARCHITECTUUR, AMSTERDAM UNIVERSITY PRESS, AMSTERDAM, 186 BLZ., 20,55 EURO. DOOR ERIC BRACKE