Stevent Albanië onherroepelijk af op een burgeroorlog ? De toege- vingen van president Sali Berisha komen in elk geval rijkelijk laat.
...

Stevent Albanië onherroepelijk af op een burgeroorlog ? De toege- vingen van president Sali Berisha komen in elk geval rijkelijk laat.In Albanië is de avondklok ingesteld. Samenscholingen van meer dan vier personen zijn verboden. Behalve Rijlinda Demokratika, de spreekbuis van de regering, liggen er geen Albanese kranten meer in de kiosken. De oppositiekranten, allemaal gecensureerd, kunnen of mogen niet meer verschijnen. De telefoonverbindingen op de redacties zijn doorgesneden. Heel wat journalisten zijn, bang om ineengeslagen te worden, ondergedoken bij vrienden en familieleden. De satellietuitzendingen van westerse radio- en televisiestations worden onderbroken en op FM is alleen een geruis te horen. De politie mag verdachten oppakken en 48 uur willekeurig vasthouden. Vooral op de wegen naar het zuiden, het roerigste deel van het land, zijn wegversperringen aangelegd die door soldaten worden bewaakt. In Albanië, 3,3 miljoen inwoners, heerst de noodtoestand. Hij werd uitgeroepen door een parlement waar de Democratische Partij van president Sali Berisha over 122 van de 140 zetels beschikt. Regeringstanks zijn vorige week naar de zuidelijke stad Saranda gestuurd om het oproer de kop in te drukken. Men bereidt zich voor op een veldslag in regel. In het weekeinde viel de zuidelijke stad Gjirokaster in handen van de opstandelingen. Pogingen van het regeringsleger om de stad te heroveren, liepen uit op een mislukking. Tientallen doden vielen bij gewelddadige confrontaties, veel meer slachtoffers dus dan de omverwerping van de dictatuur zeven jaar geleden heeft geëist. Wat zes weken geleden begon als een massademonstratie tegen enkele frauduleuze beleggingsmaatschappijen die over de kop waren gegaan, is uitgegroeid tot een een chaotische opstand tegen een politieke stijl en zijn vertegenwoordigers. In enkele weken tijd is Sali Berisha de meest gehate man van Albanië geworden. In de havenstad Vlora is zijn villa geplunderd en daarna door het gepeupel in brand gestoken. Berisha klampte zich (te ?) lang vast aan de macht. Pas vorige zondag kondigde hij in een televisietoespraak de vorming van een regering van nationale verzoening en nieuwe verkiezingen aan. Wellicht is het echter al te laat om de straat nog tot bedaren te krijgen. Alles wat naar overheid ruikt, is immers voortaan in de ogen van de Albanezen verdacht, slecht en zelfs misdadig. CRIMINELEN EN RODE BANDIETENOngeveer op hetzelfde ogenblik dat de noodtoestand inging, legde Sali Berisha, sedert 1992 president van Albanië, in het streng bewaakte parlement in Tirana vorige week maandag de eed af voor een tweede ambtstermijn. Zijn verkiezing werd door de meerderheid in het parlement begroet met het ritmisch handgeklap. Vijf jaar geleden knalden de champagnekurken toen de verkiezing van Berisha het definitieve einde van het dictatoriale tijdperk leek aan te kondigen. Nu knalden in het zuiden van het land de salvo's uit de Kalashnikovs en tal van zware wapens die woedende Albanezen op het leger hadden buitgemaakt. Ongeveer op hetzelfde moment beloofde president Berisha ten aanzien van het parlement de democratie, de vrijheid en de mensenrechten te beschermen en te ontwikkelen. Cynischer kon het niet. Berisha kan er niet van verdacht worden dat hij politiek handig heeft gemanoeuvreerd. Een dag voor zijn herverkiezing had hij nochtans beslist toe te geven aan de eis van de bevolking om de regering van premier Aleksander Meksi naar huis te sturen. Een beslissing die de president volgens velen al veel eerder had moeten nemen. Want de woede van de gefopte spaarders die hun spaarcenten in rook hadden zien opgaan nadat ze die in frauduleuze piramidemaatschappijen hadden belegd, had zich tegen de premier gekeerd. Vooral Meksi werd verweten dat hij nauwe relaties met de kopstukken van enkele dubieuze beleggingsmaatschappijen onderhield en dat zijn Democratische Partij van die maatschappijen miljoenen had gekregen om de onregelmatig verlopen parlementsverkiezingen van mei vorig jaar te financieren. Had Berisha de regering meteen naar huis gestuurd, dan had de volkswoede zich misschien niet tegen de president zelf gericht. Nu lijkt het ontslag van de regering veel te laat te komen. Ook de harde woorden van Berisha voor de opstandelingen zetten kwaad bloed. Op de televisie verklaarde de president dat hij met ijzeren hand zou optreden om de orde te herstellen, die bedreigd zou worden door criminelen en rode bandieten. Berisha beschuldigde de ex-communisten ervan dat ze de woede van de gedupeerde bevolking mobiliseerden tegen het wettige gezag. Maar de oppositie, een zevental groeperingen die in het ?Democratisch Forum? verenigd zijn, verwijt Berisha juist dat hij de Shik, de nieuwe geheime dienst, op zijn tegenstanders afstuurt. Vorige week zondag werd het gebouw van de belangrijkste oppositiekrant Koha Jone (Onze Tijd) geplunderd en in brand gestoken. Volgens BenBlushi, de uitgever, hadden 's nachts dertig man van de geheime politie het gebouw met brandende toortsen aangevallen. De krant, die belangrijke onthullingen deed over de banden tussen de Democratische Partij en de beleggingsmaatschappijen, besloot haar werkzaamheden ondergronds voort te zetten. Een paar dagen eerder had ze geschreven : ?Als we moeten sterven, laten we het dan niet als varkens doen. Er zal geen vrede zijn in Vlora of Albanië zolang Berisha aan de macht is.? De inboedel van Bar West, een café in Tirana, waar oppositieleden, journalisten en intellectuelen graag vertoefden, werd enkele dagen geleden helemaal vernield. Fatos Nano, de hervormingsgezinde leider van de ex-communisten die ten tijde van de overgangsperiode eerste-minister was, werd enige tijd geleden opgepakt en zit nu nog in de gevangenis op grond van weinig overtuigende beschuldigingen. De schilder en essayist Edi Rama, ook een tegenstander van het regime, werd op straat door onbekenden met ijzeren staven neergeslagen. BANDEN MET DE ITALIAANSE MAFFIANochtans had Berisha in 1992 beloofd dat de Sigurimi, de oude geheime dienst die ten tijde van dictator Enver Hoxha het land in een ijzeren greep hield, grondig zou hervormd worden. Die belofte leidde ertoe dat eerst Amerika en later Duitsland steun verleenden aan het op poten zetten van de veiligheidsdienst. Ten onrechte, blijkt nu, want de leden van de Shik worden voornamelijk gerekruteerd uit het gebied waarvan Berisha afkomstig is. Er wordt gefluisterd dat veel leden van de Shik banden hebben met de Italiaanse maffia en dat ze hand- en spandiensten leverden om de parlementsverkiezingen van vorig jaar ten gunste van Berisha's partij te vervalsen. Velen verdenken de Shik er ook van betrokken te zijn in de opbouw van de piramidenetwerken, in samenwerking trouwens met de Italiaanse maffia die inmiddels in het zuiden van Albanië diep verankerd is. Tegelijk zijn duizenden aanhangers van Berisha uit de Noord-Albanese bergen afgedaald om hun prominente streekgenoot te verdedigen tegen ?de Serviërs en de bandieten?, zoals het op de muren geschilderd staat. Vast staat dat de Shik zowat de enige partij is waarop Berisha inzake ordehandhaving echt kan rekenen. Dat geldt niet voor de politie, waarvan veel leden zelf geld hebben geïnvesteerd in de ineengeklapte piramiden. En het is ook niet duidelijk of de president wel echt het vertrouwen geniet van het 60.000 man sterke Albanese leger, dat voor een groot deel uit jonge dienstplichtigen bestaat. Ook in hun rangen bevinden zich heel wat gedupeerden. Hun motivatie zou niet erg groot zijn, wat blijkt uit de toedracht in de zuidelijke stad Saranda waar opstandelingen er in slaagden om een klein oorlogsschip te veroveren waarmee ze al schietend en onder applaus van de toeschouwers langs de kust paradeerden. Het zijn dan ook geen soldaten maar wel agenten van de Shik die in hun lederen vestjes 's nachts in de straten van Tirana patrouilleren, gewapend met automatische geweren, gemachtigd om te vuren op alles wat verdacht lijkt. Het zijn de agenten van Shik die buitenlandse journalisten en cameramensen aanpakken. Vorige week werden een paar Italiaanse en Duitse reporters door de geheime agenten in elkaar geslagen. Er heerst weer paranoia aan Albaniës politieke top. Dat de toestand in zijn land degenereert, is volgens president Berisha vooral de schuld van ex-communisten en buitenlandse spionnen. De binnenlandse problemen zouden volgens hem slechts een geringe rol spelen in het uitbreken van het oproer dat stilaan de contouren van een echte burgeroorlog begint aan te nemen. Berisha heeft altijd, zeker ten overstaan van het Westen, zijn imago van conservatieve, anticommunistische leider uitgespeeld. Daarmee had hij aanvankelijk succes, maar men begint stilaan door te hebben dat Berisha's acties tegen de spoken van het verleden vooral dienen om zijn eigen machtspositie en die van zijn partij te consolideren. Het prestige van de president heeft sedert de parlementsverkiezingen van vorig jaar, die volgens onafhankelijke waarnemers frauduleus waren en de oppositie benadeeld hebben, een flinke deuk gekregen. Vooral Washington maakt zich al een tijd grote zorgen over de toenemend autoritaire regeringsstijl van Berisha en zijn Democratische Partij. In een recent Amerikaans regeringsrapport over de mensenrechten werd geklaagd dat de onafhankelijkheid van het Albanese gerecht door de autoriteiten wordt beknot, dat justitie wordt blootgesteld aan politieke druk, dat het haar aan financiële middelen ontbreekt en dat ze in haar werkzaamheden gehinderd wordt door betutteling en corruptie. WEER EVEN ARM ALS VOOR VIJF JAAROok economisch gaat het sinds mei 1996 bergaf, omdat de regering zich steeds meer begon te fixeren op het handhaven van de macht in de plaats van op doeltreffend regeren. Vijf jaar geleden leek het er nog op dat het straatarme Albanië het zou redden. De verkiezing van Berisha werd overal toegejuicht. Overgangsmaatregelen die door het IMF, de Wereldbank en andere westerse instellingen waren aanbevolen, werden enthousiast uitgevoerd. Twee jaar geleden bedroeg de inflatie amper zes procent en bewonderend werd naar Albanië opgekeken omdat het economisch een van de snelst groeiende landen van het vroegere communistische Europa was. Dat beleid werd vorig jaar opgegeven. Omdat ze net voor verkiezingen in de gunst van de bevolking wou staan, ging de regering minder streng met de begroting om en steeg het deficit. De inflatie nam toe. De hervorming en de privatisering van de economie raakten in het sukkelstraatje. En de regering sloeg de waarschuwing van de centrale bank, die zich zorgen maakte over het verschijnsel van de overal opduikende piramidesystemen, vierkant in de wind. De nog wankele democratische instellingen werden geconfronteerd met toenemende wetteloosheid en overal om zich heen grijpende corruptie. Illegale drugshandel en wapenhandel bloeiden als nooit tevoren en hooggeplaatste Albanezen, onder wie waarschijnlijk ook ex-premier Meksi, verrijkten zich in de tijd van de VN-sancties met het smokkelen van olieleveringen naar Montenegro en Servië, ook al onderdrukte Belgrado met harde hand de twee miljoen etnische Albanezen in de Servische provincie Kosovo. De lek, de Albanese munt die tot voor kort een van de meest stabiele van Europa was, is gekelderd tot een derde van de waarde die hij voor enkele weken had. De economie draaide de laatste tijd bijna uitsluitend op de honderden miljoenen dollars die in het buitenland werkende Albanezen één op de tien naar Albanië hadden laten vloeien. De ineenstorting van de piramidesystemen heeft het land nu de das omgedaan. Experts gaan ervan uit dat vooral het ontbreken van een solide bankstelsel het verschijnsel van de malafide beleggingsmaatschappijen heeft veroorzaakt. De Albanese spaarders raakten in een roes toen hun werd verteld dat hun spaargeld in enkele weken kon verdubbelen. Ze verkochten hun bezittingen, huizen, land en veestapel en ze overlaadden hun oplichters met handenvol geld. Sommige lichtgelovigen gingen zelfs huizenhoge leningen aan. Volgens waarnemers werd een miljard frank in de frauduleuze maatschappijen gepompt, wat overeenkomt met een derde van het Albanese bruto nationaal product. Dat is een enorm bedrag voor een land waar het gemiddelde inkomen geen duizend frank in de maand meer bedraagt. De ineenstorting van de banken heeft een groot deel van de Albanese bevolking weer naar af gevoerd. Na vijf jaar hard werken en sparen zijn ze weer even berooid als toen ze in het begin van de jaren negentig aan de slag gingen. Al dat geld, dat had kunnen dienen om kleine ondernemingen op te richten, om aandelen te kopen in geprivatiseerde ondernemingen, om te investeren in de huisvesting en om de economie in het algemeen te stimuleren, is nu grotendeels verdwenen in de zakken van enkele profiteurs. Het uur van de ellende heeft weer geslagen in Albanië. Er is weer een tekort aan alles. In Vlora ontbreekt het al aan brood, en ook in Tirana staan de mensen weer in de rij voor de bakkerijen. De Albanezen hamsteren. De prijzen stegen vorige week op een dag tijd met 30 tot 40 procent. En in de naburige hoofdsteden heerst grote onrust over de vraag welk effect de Albanese chaos zal hebben op de labiele situatie in Zuid-Oost-Europa. Griekenland en Italië zijn als de dood dat duizenden wanhopige Albanezen hun land de rug willen toekeren en soelaas zullen zoeken over de grenzen. Zonder Europees voogdijschap tuimelt Albanië in een peilloze afgrond. Piet de Moor De Albanese vlag wordt in brand gezet : de overheid is verdacht.