Tijdens de zomer van 1999 vernamen zijn vrienden dat Johan Anthierens ernstig ziek was: lymfekanker. Sindsdien ging het met zijn wankele gezondheid steeds op en neer. Enkele maanden geleden kreeg hij van de dokters te horen dat zijn kanker overwonnen was. Maar luttele weken nadien moesten ook zij de handdoek in de ring gooien. Waarop zijn vrouw Elisabeth Johan terugbracht naar haar huis in Dilbeek.
...

Tijdens de zomer van 1999 vernamen zijn vrienden dat Johan Anthierens ernstig ziek was: lymfekanker. Sindsdien ging het met zijn wankele gezondheid steeds op en neer. Enkele maanden geleden kreeg hij van de dokters te horen dat zijn kanker overwonnen was. Maar luttele weken nadien moesten ook zij de handdoek in de ring gooien. Waarop zijn vrouw Elisabeth Johan terugbracht naar haar huis in Dilbeek.In een van zijn laatste interviews, een gesprek met Joël de Ceulaer over euthanasie, nam Johan Anthierens zijn ziekte stoïcijns op. 'Ik wil in geen geval een lijdensweg... Daar zie ik het leven zelf veel te graag voor.' Vorige maandag kwam een einde aan het zinloze lijden. Samen met de intussen ook overleden Frans Verleyen en Johan Struye behoorde Johan Anthierens tot een uitzonderlijke generatie journalisten. Johan Struye en Johan Anthierens hielpen Frans Verleyen Knack van de grond te krijgen. Het was de meest chaotische maar tegelijk boeiendste periode in het bestaan van dit blad. Johan Anthierens, jongste zoon uit een gezin van zeven zussen en vier broers, sloop onder een schuilnaam Knack binnen. Hijzelf had Verleyen erop gewezen dat zijn blad dringend een tv-kroniek behoefde. Anthierens was toen nog hoofdredacteur van Mimo en Bonne Soirée, twee vrouwenbladen van de Dupuis-groep waar ooit zijn oudere broers Jef en Karel regeerden.RAUWE WONDENToen al had Johan Anthierens de reputatie een zwerfkat en een journalistieke stokebrand te zijn. Broer Jef, die eind vorig jaar overleed, smokkelde hem de pers in. Voor hij bij Dupuis terechtkwam, werkte Johan onder meer bij De Post en De Standaard. Maar ze hebben daar niet zoveel aan hem gehad, want Anthierens verstond als geen ander de kunst om tijdens persconferenties op het verkeerde moment de verkeerde vragen te stellen. Waarop de hoofdredacteuren en eigenaars van de krant prompt woeste 'hoogwaardigheidsbekleders' aan de lijn kregen. Eind van de jaren zestig al bracht Johan Anthierens in een eigen radioprogramma de Vlamingen 'De charme van het chanson' bij - volgens Piet Piryns was hij daarin op z'n best. Hij liet zijn luisteraars proeven van de ondeugende teksten van Georges Brassens en Leo Ferré. Het aanprijzen van de liedjes van Jacques Brel, wiens naam alleen al in die jaren drommen Vlamingen over de IJzer joeg, getuigde toen van uitzonderlijke moed. Maar die periode lag achter hem toen Anthierens in 1974 zijn Ooggetuige-verslag in Knack begon te schrijven. Na een drietal afleveringen gaf Verleyen hem de wenk om zijn kroniek voluit te signeren. Van televisiekritiek was toen geen sprake meer. Ooggetuige werd een wekelijkse kroniek waarbij Anthierens vooral zichzelf, zijn kinderen, zijn familie, zijn vijanden, zijn vrienden en vriendinnen ten tonele voerde. Voor zijn vijanden - en dat waren er nogal wat - was hij spijkerhard. Voor zijn vrienden van een ontwapenende tederheid. Zo schreef hij ooit een lang afscheid aan zijn stervende vriend Toon van den Eynde, journalist bij Volksgazet. Waarop Van den Eynde hem in een dankbrief liet weten: 'Ik voel me nu fatsoenlijkheidshalve verplicht er binnen een redelijke tijd uit te stappen.' En als een echte heer hield Van den Eynde woord. 'Week na week schreef ik alles van mij af', vertelde Anthierens later. 'Ik bedekte de rauwe wonden met de ruwe mantel van het cynisme, zette mezelf te kijk maar was vooral streng voor anderen.' Van enige objectiviteit was in Ooggetuige geen sprake, want 'objectiviteit is voor het gros van de journalisten het schaamblad voor hun castratie.' Anthierens vulde op de duur niet alleen zijn kroniek, maar ook de lezersrubriek die bol stond van boze, soms uitzinnige reacties van zijn slachtoffers. Die werden nog bozer omdat hoofdredactie en eigenaars van het blad deze anarchist de vrije teugel lieten. Toen hij zichzelf tijdens de eerste aflevering van de Wies Andersen show voorstelde als 'vader van twee en gelukkig gescheiden' veerden de Vlamingen op uit hun zitzak, bevrijd of verontwaardigd. Het zou niet de laatste keer zijn. Want Johan Anthierens liet niemand onberoerd. Volgens de dandy Johan Struye was Ooggetuige dan wel 'van een stuitende onnozelheid', Hugo Claus liet zich ooit ontvallen dat Johan Anthierens een groter schrijver was dan het gros van de scribenten bij de Bezige Bij. In 1975 kreeg hij in elk geval de literaire Yang-prijs. Geheel terecht. Want duizenden Vlamingen kregen dankzij Anthierens zin in de literatuur. En dat is geen geringe verdienste.NIEUWE ZWERFTOCHTOp 9 december 1981 nam Johan Anthierens afscheid van Knack. Onbezonnen als altijd nam hij de leiding op zich van het satirische weekblad De Zwijger. Het was het begin van een nieuwe zwerverstocht. Anthierens kon nauwelijks 'nee' zeggen, en dat leidde tot tal van ondernemingen, zoals het tv-programma Noord-Zuid samen met de Nederlandse Mies Bouwman, waarvan haast elke aflevering de mist inging. De virtuositeit van zijn Ooggetuige-kronieken heeft hij naderhand zelden geëvenaard. Toch laat hij een aantal bijzondere publicaties na, zoals zijn republikeins gestemde Het Belgische domdenken, Brief aan een postzegel en Tricolore tranen, zijn strijdproza tegen de Vlaamse vervalsing van de Irma Laplasse-geschiedenis, tegen de IJzerbedevaart, maar vooral de verhalen over zijn passies, Willem Elsschot en Jacques Brel. Over Elsschot schreef hij, naar aanleiding van de openbare verkoop van delen uit diens literaire archief, een laatste fijnzinnig stuk in De Standaard der Letteren. Zijn gedweep met Brel heeft Johan Anthierens tot de dood volgehouden: net als Le moribond stierf hij bij het aanbreken van de lente. R.V.C.