Zeven januari 1990, ergens in de vroege namiddag. In de derde ronde van de Engelse FA Cup speelt Nottingham Forest die dag tegen Manchester United. De wedstrijd is niet om aan te zien. De middencirkel ziet eruit alsof er een pikdorser slipcursus op heeft gehouden. Met lange halen jassen beide ploegen de bal naar voren. De Schotse manager van Manchester United staat onder zware druk. Hij is op dat moment aan zijn vierde seizoen bezig, maar succes heeft hij de club nog niet kunnen brengen. De voorbije maand heeft Manchester United verloren van Arsenal, Crystal Palace, Tottenham en Aston Villa. De ploeg heeft sinds november 1989 geen match meer gewonnen. Op de tribunes zijn spandoeken te lezen: 'Drie jaar excuses en het is nog steeds klote.' Hij vermoedt dat hij deze match maar beter kan winnen, wil hij zijn job behouden. Vroeg in de tweede helft frommelt de twintigjarige Mark Robins de bal in doel: 1-0 voor de Mancunians. Enkele minuten voor het einde maakt Forest gelijk, maar het doelpunt wordt om onduidelijke redenen afgekeurd. Het blijft 1-0. De supporters zijn gesust, de manager behoudt zijn job. United zal de FA Cup dat jaar winnen.
...

Zeven januari 1990, ergens in de vroege namiddag. In de derde ronde van de Engelse FA Cup speelt Nottingham Forest die dag tegen Manchester United. De wedstrijd is niet om aan te zien. De middencirkel ziet eruit alsof er een pikdorser slipcursus op heeft gehouden. Met lange halen jassen beide ploegen de bal naar voren. De Schotse manager van Manchester United staat onder zware druk. Hij is op dat moment aan zijn vierde seizoen bezig, maar succes heeft hij de club nog niet kunnen brengen. De voorbije maand heeft Manchester United verloren van Arsenal, Crystal Palace, Tottenham en Aston Villa. De ploeg heeft sinds november 1989 geen match meer gewonnen. Op de tribunes zijn spandoeken te lezen: 'Drie jaar excuses en het is nog steeds klote.' Hij vermoedt dat hij deze match maar beter kan winnen, wil hij zijn job behouden. Vroeg in de tweede helft frommelt de twintigjarige Mark Robins de bal in doel: 1-0 voor de Mancunians. Enkele minuten voor het einde maakt Forest gelijk, maar het doelpunt wordt om onduidelijke redenen afgekeurd. Het blijft 1-0. De supporters zijn gesust, de manager behoudt zijn job. United zal de FA Cup dat jaar winnen. 23 jaar en 132 dagen later. Op 71-jarige leeftijd neemt Sir Alex Ferguson afscheid van zijn publiek. West Bromwich Albion tegen Manchester United wordt een galawedstrijd. United is drie speeldagen voor het einde al voor de twintigste keer kampioen geworden. De spelers lijken vastberaden hun manager met een knalprestatie uitgeleide te doen. Na 63 minuten staat het 5-2 voor de bezoekers. Ook in zijn laatste wedstrijd lijkt Ferguson op een zege af te stevenen. Tot Romelu Lukaku bij West Bromwich invalt en de United-verdediging drie keer aan stukken rijt. Het wordt 5-5: nooit eerder eindigde een Premier Leaguematch op zo'n absurde score. Ferguson probeert zich achteraf in de kleedkamer nog even boos te maken, maar de spelers doorzien hem. Stiekem tilt hij niet zwaar aan het puntenverlies. Het is voorbij. Zijn passage bij de club waar hij in 21 seizoenen dertien keer kampioen werd en record na record verpulverde, eindigt op een recordgelijkspel. Het had nauwelijks passender gekund. Dat het zover is gekomen, mag dus gerust een mirakel heten. Als voetballer was Ferguson immers zeker geen wereldster. Hij blijft zijn hele carrière in Schotland voetballen: daar word je ook in de jaren zestig en zeventig niet rijk van. Om de eindjes aan elkaar te knopen, werkt hij tussendoor in het café van zijn ouders in Govan, een arbeidersbuurt in Glasgow. Dat doet hij tot 1978: pas als manager van Aberdeen verdient hij genoeg om het zware werk achter zich te laten. Caféavonden in Govan verlopen niet zonder slag of stoot. De jonge Ferguson moet tussenkomen in menig handgemeen. Het aantal blauwe ogen en gapende hoofdwonden die hij tijdens die avonden oploopt, zijn niet op één hand te tellen. Toch zal Ferguson altijd met grote liefde en genegenheid over de arbeidersbuurt van weleer blijven praten. Hij leert er incasseren. De ruwe buurt helpt hem in zijn voetbalcarrière. In het Schotse voetbal horen doodschoppen er nu eenmaal bij, zeker als aanvaller. Ook op het veld is Ferguson een knokker met een kort lontje, die zijn medespelers op hun taken wijst, en ze geregeld verrot scheldt. Ondanks een behoorlijke loopbaan stopt Ferguson al op 32-jarige leeftijd met voetballen. Hij wordt manager bij East Stirlingshire. Aanvankelijk speelt hij zelf nog geregeld mee, maar nadat hij in een van zijn eerste wedstrijden na een invalbeurt van twee minuten wordt uitgesloten, blijft hij wijselijk in de dug-out. East Stirling-shire is een voetbaldwerg. De club telt nauwelijks twaalf spelers die voor welgeteld zes pond per wedstrijd spelen, de supportersschare beperkt zich tot een honderdtal enthousiastelingen en het veld mist nog enkele runderen, of het was ook letterlijk een weide geweest. Na enkele maanden trekt hij naar divisiegenoot St. Mirren, waar hij zijn salaris verhoogt naar twaalf pond per week. Onmiddellijk haalt hij de machete door de selectie. In zijn eerste seizoen alleen verkoopt hij 17 van de 35 spelers. Wanneer Ferguson in 1986 naar Manchester United komt, is de voetbalwereld bij wijze van spreken nog maar net de middeleeuwen voorbij. Hij vond er een club met een roemrucht verleden, met iconische spelers als Bobby Charlton, Dennis Law en George Best, maar die tijden waren al ver vervlogen. Manchester United was een club in verval. Voetbal was in die dagen een fundamenteel ander balspel. Spelers hadden nog snorren, voetbalschoenen waren nog gewoon zwart, Manchester City was nog een gezellige familieclub die tussen de eerste en tweede divisie pendelde. Er waren geen Roman Abramovitsjen of andere buitenlandse eigenaars die een schier oneindig aantal oliedollars in hun speeltjes pompten. De duurste speler aller tijden was op dat moment Diego Armando Maradonna. Hij was in 1984 voor 'amper' vijf miljoen pond (bijna zes miljoen euro) getransfereerd. Ter vergelijking: in 2009 verkocht Ferguson Cristiano Ronaldo voor 94 miljoen euro. Een van de eerste lessen van de historische kritiek bestaat erin egodocumenten altijd met de nodige argwaan te benaderen. De enige zekerheid bij egodocumenten is doorgaans dat wat erin staat minstens een gekleurde versie van de waarheid is. Toch is de autobiografie van Sir Alex Ferguson bijzonder leerrijk leesmateriaal. De feiten op zich zijn doorgaans bekend - zelfs die achter de schermen zijn ondertussen al in menige biografie aan het licht gekomen - maar het was lange tijd wachten op Fergusons weerwoord. Ferguson had een haat-liefdeverhouding met de pers. Die vond hij te kritisch, te opdringerig, te kneuterig ook. Anderzijds maakte hij ook dankbaar gebruik van de media-aandacht, om de druk op zijn tegenstanders op te voeren. Persconferenties in het Fergusontijdperk stonden garant voor quotes, gedrenkt in een stevig Glaswegian accent. Hij geniet van het eeuwige kat-en-muisspel. Provoceren is voor Ferguson een wezenlijk deel van het trainerschap. Zelfs op gezegende leeftijd kan Ferguson het niet laten om enkele stevige kletsen uit te delen. David Beckham noemt hij 'geen grote voetballer', omdat hij naar zijn smaak te veel met uiterlijkheden bezig was. 'Hij dacht dat hij groter was dan Alex Ferguson. Hij nam beslissingen die het moeilijk maakten om een echt groot voetballer te worden.' Ook voormalig Unitedkapitein Roy Keane krijgt een stevige veeg uit de pan. Keane komt naar voren als een halve psychopaat, die zijn slabakkende vormpeil niet kan verkroppen en de jongere spelers terroriseert. Voormalig Manchester Citymanager Roberto Mancini is dan weer een slapjanus, die zijn spelers niet onder controle heeft en alleen met veel geluk kampioen werd. Maar de voornaamste uithalen reserveert Ferguson voor gezworen vijand Liverpool. Stephen Gerrard, het absolute clubicoon van de Reds, noemt hij 'een matige speler, die tegen ons zelden een bal raakte'. Ook voormalig Liverpooltrainer Rafael Benitez krijgt een stevige stamp op de enkels: een arrogante kwast, die miljoenen aan nutteloze spelers uitgeeft en parasiteert op het werk van anderen. Wanneer Ferguson aantreedt, is Liverpool met zestien titels de onbetwistbare topploeg van Engeland. United heeft er op dat moment zeven, en de laatste dateerde alweer van 1967: een schijnbaar onoverbrugbare kloof. In 2011 behaalt Manchester United zijn negentiende titel, en stoot Liverpool (achttien titels) van de troon. Wanneer voetbalanalisten de succesfactor van Ferguson analyseren, roemen ze meestal zijn winnaarsmentaliteit. Sportjournalistiek is het walhalla van de gemeenplaats, en 'de wil om te winnen' is zonder enige twijfel een van de meest aangehaalde lofbetuigingen die succesvolle voetbaltrainers te beurt vallen. Die drang om te winnen (en bijbehorende pesthekel aan verliezen) kenmerkt élke manager op topniveau. Er valt meer voor te zeggen dat het net Fergusons vermogen om te verliezen was dat hem zijn successen bracht. Uiteraard haatte Ferguson verliezen, maar hij besefte als geen ander dat je een team niet zomaar bij elkaar koopt. Hij tolereerde dat het in sommige seizoenen wat minder was, in de wetenschap dat de ploeg in het seizoen erna klaar zou zijn om prijzen te pakken. In zijn carrière coachte Ferguson drie totaal verschillende topteams, volledig door hemzelf gesmeed en samengebracht. Niemand was belangrijker dan het team, en niemand was groter dan de manager: dat is zowat de filosofie waarmee Ferguson de club grootmaakte. 'Spelers denken als volgt: kan hij van ons winnaars maken? Kan hij van mij een betere voetballer maken? Is hij loyaal aan ons? Als het antwoord op die drie vragen 'ja' is, zijn ze bereid om moorden te tolereren.' Spelers die aan zijn controle dreigen te ontspringen, escorteert hij zonder de minste vorm van hartzeer naar de uitgang. David Beckham was eind 2003 de populairste voetballer ter wereld, maar mocht toch zijn koffers pakken. Als geen ander had Ferguson het vermogen te anticiperen en spelers te verkopen wanneer hun topperiode voorbij was. In 1999 en 2000 werd United kampioen onder impuls van het fenomenale spitsenduo Andy Cole - Dwight Yorke. Nauwelijks anderhalf jaar later had hij beide spelers alweer verkocht. Menig analist verklaarde hem gek, maar hij kreeg gelijk. Zowel Andy Cole als Dwight Yorke bleken bij hun nieuwe clubs maar een schim van wat ze ooit voor hem waren. Natuurlijk was het niet allemaal rozengeur en maneschijn op de transfermarkt. Na de winst in de Champions League van 1999 lijkt Ferguson zijn touch even kwijt. Na een decennium waarin hij iconen als Eric Cantona, Peter Schmeichel, Roy Keane, Jaap Stam en Ryan Giggs haalde, deed hij in enkele jaren tijd een serie transfers die om verschillende redenen compleet de mist ingingen. Die periode ging de geschiedenis in als The Djemba Djemba years, genoemd naar de totaal geflopte Franse middenvelder Eric Djemba-Djemba, die amper twintig wedstrijden speelde en na twee seizoenen afgeserveerd werd. Andere missers waren de Argentijn Juan Sebastian Veron, de Braziliaan Kleberson, en nobele onbekenden als Mads Timm, Dong Fangzhuo en David Bellion. Ferguson slaat aan het twijfelen. Hij kondigt zijn afscheid aan, maar keert op zijn stappen terug. Wanneer hij indommelt tijdens het kerstdiner wordt hij door zijn vrouw en zoons voor het blok gezet. 'We hebben net besloten dat je niet met pensioen gaat', deelt zijn vrouw hem mee wanneer hij wakker wordt. 'Je bent in goede gezondheid, ik wil je niet de hele tijd in huis, en je bent nog veel te jong.' Minstens zo mythisch als zijn palmares is Fergusons stijl. Die was op zijn zachtst gezegd charismatisch, al lijkt autoritair een geschiktere term. Ronduit legendarisch zijn de tirades waarmee hij minder presterende spelers tot de orde brulde. Wanneer Ferguson niet tevreden was met een prestatie, hanteerde hij een weinig diplomatische stijl om dat diets te maken. Thehairdryer treatment werd een begrip in het Britse voetbal. Het bleef echter niet bij schreeuwen. Zo bezorgde hij David Beckham ooit een gekloven wenkbrauw, toen hij een rondslingerende voetbalschoen in zijn gezicht trapte. 'Dat gebeurde geheel per ongeluk', zou hij altijd verklaren. 'Als ik het expres had gedaan, was ik nog steeds profvoetballer geweest.' Minstens even legendarisch als de haardroger was het begrip Fergie Time. Manchester United ontwikkelde onder Ferguson de eigenaardige specialiteit om winnende doelpunten in blessuretijd te maken. Bij die doelpunten had Ferguson doorgaans een aanzienlijke inbreng. Vaak gebeurde het dat de assistent-scheidsrechter klaarstond om drie minuten blessuretijd aan te kondigen. Na een praatje met Ferguson werden dat er bijna altijd vier. Vaak viel het bevrijdende doelpunt dan ook in de allerlaatste minuut van de wedstrijd. De culminatie van die eigenaardige specialiteit openbaarde zich in de Champions Leaguefinale tegen Bayern München van 1999. Bayern kwam vroeg in de wedstrijd op voorsprong en had de wedstrijd volledig onder controle, tot United in blessuretijd twee keer scoorde. Pandemonium in de tribunes, en ook Ferguson gaat helemaal over de rooie. De legende doet de ronde dat het clubbestuur van Bayern München al in de lift stond om de beker in ontvangst te nemen. Toen ze op de begane grond aankwamen, was het tot hun ontsteltenis Manchester United dat de wedstrijd had gewonnen. De treble van 1999 is zonder enige twijfel het hoogtepunt van zijn carrière. In één jaar wint Ferguson zowel de Engelse titel, de FA Cup en de Champions League. Ferguson wordt datzelfde jaar in de adelstand verheven, wegens zijn grote verdiensten voor het Britse voetbal. Twee keer krijgt hij de job van Engels bondscoach aangeboden. Als trotse Schot weigert hij resoluut. 'Als ik bondscoach van Engeland zou worden, zou ik ze laten degraderen', verklaart hij met een knipoog. Sinds mei 2013 is er geen Fergie time meer op Old Trafford. Ferguson koos zelf zijn opvolger: gouwgenoot David Moyes, tot vorig seizoen trainer van Everton. Zijn dauphin krijgt de machine voorlopig echter niet aan de praat. In de wedstrijd tegen Southampton incasseert United zelf in blessuretijd: de wereld op zijn kop. Na tien wedstrijden staat United op een teleurstellende achtste plaats. En dus gaan er al stemmen op die suggereren dat ook dit pensioen niet het einde van Sir Alex' carrière zal zijn. Geruchten die hij zelf in alle toonaarden ontkent, maar die wel eens waarheid zouden kunnen worden. Komt er in de Fergie Time van zijn leven nog een derde comeback? Dat zal de toekomst uitwijzen. Alex Ferguson, My autobiography, Hodder & Stoughton, 416 blz., 29,99 euroDOOR JEROEN ZUALLAERTOok op het veld is Ferguson een knokker met een kort lontje, die zijn medespelers op hun taken wijst, en ze geregeld verrot scheldt. In zijn carrière coachte Ferguson drie totaal verschillende topteams, volledig door hemzelf gesmeed en samengebracht.