Het arrest waarmee het Arbitragehof de nieuwe kieswet in Vlaams-Brabant naar de prullenmand verwees, was een blamage voor het zoveelste stukje knoeiwerk van de regering-Verhofstadt. Inzonderheid van haar grote grondwetspecialist den Baard, die hierover nog les geeft aan de universiteit ook. Zij het die van Gent.
...

Het arrest waarmee het Arbitragehof de nieuwe kieswet in Vlaams-Brabant naar de prullenmand verwees, was een blamage voor het zoveelste stukje knoeiwerk van de regering-Verhofstadt. Inzonderheid van haar grote grondwetspecialist den Baard, die hierover nog les geeft aan de universiteit ook. Zij het die van Gent. Het arrest heeft even doen dromen van de intrede in de nationale politiek van Adelheid Byttebier. Tot nu toe alleen Brussels parlementslid, en bij Agalev de enige vrouw met wat electoraal gewicht in Brussel-Halle-Vilvoorde. Helaas heeft Jos Geysels, 'de kloot' zoals Fatima Bali hem vriendschappelijk noemde, middels een nieuwe oekaze anders beslist: het wordt Lode Vanoost. Geen zevende vrouwelijke lijsttrekker. Waren wij van het ouderwetse gedachtepatroon, zoals onze chef-Wetstraat, wij zouden Vanoost typeren als enige man, of beter als enige niet-vrouw, op een Tupperwaredemonstratie. Adelheid Byttebier. Met nostalgie denken wij terug aan 'De persconferentie', een door uw dienaar geschreven reeks die maandenlang dit blad heeft ontsierd. Tot Sus Verleyen, onze directeur, plots doorhad hoe ze gemaakt werd en ze terstond verbood. Het ging om een luimige rubriek waarin wij een selectie maakten uit de honderden uitnodigingen voor persconferenties die naar Knack worden gestuurd, doorgaans met als eindbestemming de vuilnisbak. Elke dag gratis gaan eten en overal geschenken meegrissen, dat was onze aanvankelijke bedoeling, maar die werd na één week noodgedwongen bijgesteld. De eerste aflevering van 'De persconferentie' leverde de hoofdredactie namelijk zoveel boze brieven en telefoons op dat wij ons niet meer konden veroorloven wat dan ook aan te nemen of op te eten. Het zou de klagers een te gemakkelijk argument in handen hebben gespeeld. Aan dat rubriekje scheelde iets, dat voelde iedereen, maar niemand kon precies zeggen wat. Behalve ondergetekende, en die had zijn redenen om te zwijgen. Die redenen zijn negen jaar na datum stilaan vervallen, vandaar dat wij u nu het geheim zullen verklappen dat onze directeur zoals gezegd zelf ontsluierde: alle persconferenties die wij daadwerkelijk bezochten, lagen op metrolijn 1B, en wel binnen vijf haltes van het Montgomeryplein waar onze redactie toen kantoor hield. Van de conferenties die niet op deze as lagen, schreven wij hooguit de uitnodiging af, aangevuld met enkele door de betrokkenen meestal weinig geapprecieerde kwinkslagen. Zo hebben wij week na week verslag uitgebracht van de persontmoetingen van een minister die niemand kende: Jacques Santkin. Een PS'er uit Luxemburg die enkel minister was geworden omdat zijn provincie anders niemand in de regering had. Charles-Ferdinand Nothomb was in die periode kamervoorzitter. Santkin kreeg Volksgezondheid, een departement dat onder zijn bewind minder dan niets voorstelde, maar hij gaf wel elke week een stand van zaken aan de pers. De Franstalige kranten vaardigden alleen uit plichtsbesef hun minst getalenteerde medewerker af, en van Nederlandstalige zijde was er nooit meer dan één reporter aanwezig: steller dezes. Tot grote vreugde van de Nederlandstalige perschef, die naast zijn Franstalige collega in dienst was genomen om de minister te promoten in de Vlaamse media. Elke week legde die man trots het knipsel van Knack op het bureau van zijn baas en bewees zo zijn nut. Santkin begreep toch niet wat er in de tekst stond en de woordvoerder, die het maar al te goed begreep, liet het wel uit zijn hoofd om voor een volledige vertaling te zorgen. Laat staan om aan de minister uit te leggen waaraan hij de belangstelling van Knack dankte, te weten drie metrohaltes. Santkin heeft ons ooit apart genomen om te bedanken voor de aandacht die wij aan zijn beleid besteedden, terwijl andere Vlaamse media hem systematisch doodzwegen. 'Moet u op uw redactie veel tegenstand overwinnen?', vroeg de minister op fluistertoon. Wij hebben dat beaamd. Als we ooit één vriend in een regering hebben gehad, was het Jacques Santkin. Hij is bij een tragisch auto-ongeval om het leven gekomen. Op diezelfde metrolijn lagen Cauwelier & Byttebier, de Schatteman & Couvreur van Agalev. Dolf Cauwelier, veteraan van vele theologische en ecologische oorlogen en thans vooral begaan met het actiecomité 'Wakker Tervuren' tegen de nachtvluchten. En de toen nog jonge en mysterieuze Adelheid Byttebier, die wij op een avond op een of ander televisiekanaal bij wijze van sfeerbeeld eens het Zoniënwoud hebben zien instappen. Mannekes! Nooit is een vrouw zo het Zoniënwoud ingestapt als Adelheid Byttebier die avond. Wij waren tegelijk adem en zinnen kwijt. Sindsdien stond ze elke week in onze rubriek. En Dolf maar persconferenties organiseren. Over dit onrecht en over dat onrecht, en telkens weer zag hij met stijgende trots hoe hij moeiteloos binnen geraakte in de voor anderen zo ontoegankelijke kolommen van Knack. Tot op een dag dus Sus Verleyen met de metro naar het Centraal Station spoorde, en in een Zaurus-achtige flits ineens begreep hoe 'De persconferentie' in elkaar werd geflanst. Van pure opwinding stapte Sus de volgende halte af en keerde terug naar de redactie, waar hij met forse stappen ons bureautje op de zolder binnenbeende: 'Vriend, de vraag is wie het meest geniaal is. A) gij, die deze nooit geziene aberratie van luiaardij hebt bedacht. Of B) ik, die ze heb ontmaskerd. Ik tip op B. En vanaf morgen begint ge te werken.'Zodoende zijn wij Adelheid uit het oog verloren, maar het arrest van het Arbitragehof heeft een oude fascinatie opnieuw doen oplaaien. Is ze nog even mysterieus? Heeft ze eindelijk die vervelende Dolf vanachter haar kont geschopt? Is ze hopelijk gestopt bij de vier kinderen die ze toen tot onze ontzetting al had? Over de verkiezing van de extra groene lijsttrekker dit weekend is ze kort: 'Ik doe niet mee voor de eerste plaats. Ik heb al een mandaat in Brussel en wil mijn job naar behoren blijven doen.' Zeg nu zelf: waar vindt men nog zo een vrouw? Koen Meulenaere