Of een lang verhaal over hoe men confituur wel en niet mag maken.
...

Of een lang verhaal over hoe men confituur wel en niet mag maken. Een al te zoet onderwerp, zult u misschien vinden in deze barre tijden van volmachten en belastingverhogingen, maar vergeet niet, beste lezer, dat wij nog honderden jaren confituur zullen moeten eten en de volmachten niet. Erik, een verre vriend van vroeger we zijn mekaar uit het oog verloren, maar hoe gaat dat, wij zitten op hetzelfde spoor als er plots ergens een wissel verspringt en wij van mekaar wegstomen om soms wel maar ook soms nooit meer samen te komen. Dus, deze vriend Erik had een bijzonder rijke en vruchtbare fantasie en hij was tevens de fiere eigenaar van een voortand van porselein, wat op het eind van de jaren veertig niet zomaar vanzelfsprekend was. Wij raakten nooit moegeluisterd naar zijn verhalen over de gevangeniservaringen van zijn vader die als ?zwartzak? zoals dat toen heette een straf had uitgezeten. De man had enkele maanden achter de tralies doorgebracht, waarschijnlijk omdat hij een abonnent van ?Volk en Staat? was geweest of gezegd had dat Churchill een zuipschuit was. De vijf of zes maanden kot waren voor Erik een onuitputtelijke bron waaruit hij naar believen verhalen kon scheppen die altijd anders en voor ons bijzonder geestig waren. Hij beweerde onder meer dat de cipiers zo achterdochtig waren en beducht voor ontsnappingen, dat in de voedselpaketten geen aalbessengelei toegelaten werd omdat, meenden zij, met het zure bessensap de tralies konden doorgeëtst worden. Abrikozen en aardbeien mochten de gevangenispoort in en uit als gold het een duiventil. De razernij voor het hem aangedane onrecht borrelde nu en dan bij de gedetineerde zo onstuitbaar op, dat er stem moest aan gegeven worden, zodat hij zich op het schrijven van smaad- en schimpdichten wierp. Deze colerieke rijmen werden in houtskool op sigarettenvloeiblaadjes gesteld, zodat zij in tijd van nood konden opgerookt worden zonder het gevaar een lood- of inktvergiftiging op te lopen. Het waren naar het schijnt nogal bijbelse wraakbeelden in de aard van psalm 68 ?Sla hun ogen blind en hun lendenen lam? , en meer van dat moois als ?Ja doe hun naam verdwijnen, sla hun tenten neer en schrap hen uit het boek van alle leven?. Daarenboven deed hij er nog een persoonlijk schepje bij met naam en toenaam, opdat er zoals bij Dante geen twijfel zou over bestaan wie er naar welke hellecirkel zou gezonden worden. Als men in gevangenschap puntdichten wil maken, kan men niet voorzichtig genoeg zijn, meende Erik, en als boekhouder en man van cijfers had de pater familias om zijn wraakgevoelens op papier te werpen, beter een code gebruikt naar het voorbeeld van Sir Francis Bacon. Maar geef toe, wat voor soort troost brengt het reciteren van een getallenreeks als 3-6-3-9-17-36 of zelfs 100, wanneer het bloed van woede schuimt ? Nooit heeft iemand de pennenvruchten onder ogen gekregen, want toen er op een keer een grote inspectie in de gevangenis plaats vond, had hij de tijd niet om zijn geesteskinderen op te roken. Bliksemsnel smeerde hij de bezwarende rijmen in met aardbeienjam, kneedde ze tot een prop en metselde die in een scheur in de muur onder zijn brits. Dikwijls doen mensen iets overhaast en weldra kreeg hij groot heimwee naar zijn mini-scheppingen. Het voorbeeld van Dante Gabriël Rossetti navolgend, die ook te ras gehandeld had en zijn gedichten samen met zijn overleden vrouw had laten begraven en ze later met onnoemelijk veel last en moeite weer uit de groeve liet halen, ging pa Erik met de achterkant van zijn lepel onder de brits aan het werk. Maar de tombe waarin zijn uitgeschreven toorn rustte, bleek te sterk voor zijn geïmproviseerd werktuig. Moeder de vrouw had, om het gezinshoofd sterk en struis te houden, te veel suikers en pectine in de jam verwerkt, zodat zelfs een pneumatische boor machteloos zou hebben gestaan. De wraakoefeningen waren dus reddeloos verloren en enkel als hun schepper een beetje teveel gedronken had, kon hij er brokstukken van reciteren. Deze brokstukken waren echter zo fragmentarisch dat er geen touw aan vast te knopen viel. Dan waren er nog de verhalen van mislukte ontsnappingspogingen, mislukte voedselraids, mislukte grappen, kortom vrouw Fortuna had haar gelaat van deze kleininciviek afgewend en bekeek hem met de nek. Ik wil nu meteen eenieder geruststellen. De happy ending was toen nog niet dood en dame Fortuna is een wispelturig wezen. Nadat hij de poorten van zijn kerker achter zich gelaten had, wendde zij het hoofd weer om en hij werd, nadat hem enkele jaren de toegang tot het stemhokje ontzegd was, een succesvol boekhouder, die met gouden uurwerk, speech, schuimwijn en taart een roemvolle carrière beëindigde. Al het voorgaande moest eigenlijk dienen om een klare kijk te krijgen op het maken van perfecte aardbeienjam. Men kan niet zoals deze terecht bezorgde echtgenote zomaar naar believen suiker en pectine blijven gooien in de vruchtenmoes, die straks confituur zal heten. Dit brengt niets bij aan de kwaliteit, uitzicht of smaak van het eindproduct, en zoals u kon lezen ook niet aan de verlangens van haar veelgeplaagde man om zijn geesteskinderen te herwinnen. Laten wij daarom, nu het aardbeienseizoen eraan komt, de meester Jan De Gouy aan het woord. Caudelier, die nog vermaarder is, zegt in zijn kookboek slechts dat hij er niets zal over zeggen en dat men zijn boek ?Taarten en confituren? moet lezen. Daar ik dit niet bezit, komt de heer De Gouy als winnaar uit het jamdebat, ik respecteer de regels van het forfait. Voor deze keukenprins is aardbeienjam een koud kunstje, daarom ook maakt hij er niet veel woorden aan vuil. Hij zegt : ?Deze vrucht verliest veel van haren smaak en geur door het koken, maak hem dus niet in te grote hoeveelheid want na enige maanden geraakt hij in gisting, ten ware men er suiker in overvloed bijgedaan hadde, hetgeen haren goeden smaak ontneemt. Daarom plet in een terrine roode aardbeziën, versch afgeplukt, doe in een koperen ketel met 1 1/4 maal zijn gewicht aan suiker, laat 15 minuten hevig zieden, wel op den bodem van den ketel roerend. De confituur is gaar wanneer er men een droppel van op eene telloor laat vallen, hij zich niet uitspreidt in de vorm van pastil.? Zodra wij nu ook nog de vorm van een pastil kennen, maken wij de perfecte aardbeienjam. Gommaar Timmermans