Professor Hubert Bocken (Universiteit Gent) schreef vorig jaar een uitvoerig advies voor premier Jean-Luc Dehaene (CVP) over ministeriële verantwoordelijkheid. Dat is niet hetzelfde als politieke verantwoordelijkheid.
...

Professor Hubert Bocken (Universiteit Gent) schreef vorig jaar een uitvoerig advies voor premier Jean-Luc Dehaene (CVP) over ministeriële verantwoordelijkheid. Dat is niet hetzelfde als politieke verantwoordelijkheid. Hubert Bocken: Het beginsel van de ministeriële aansprakelijkheid staat al sinds 1831 in de grondwet. De bepalingen werden gewijzigd in 1998, na de Agusta-affaire. Artikel 103 zegt nu dat de wetgever moet vastleggen in welke gevallen en volgens welke procedure een vordering mogelijk is tegen een minister. Op strafrechtelijk vlak is de ministeriële aansprakelijkheid geregeld. Op burgerrechterlijk vlak is dat nog niet het geval. Er bestond lang een consensus dat ministers in principe nooit persoonlijk aansprakelijk konden worden gesteld.Bocken: Het was meer een kwestie van procedure dan van principe. Ook een burgerrechtelijke vordering tegen een minister moest volgens de tot voor kort gangbare mening voor het Hof van Cassatie worden gebracht. Dat was ook de procedure in het Agusta-proces. De nieuwe tekst van de grondwet ontkoppelt de aansprakelijkheidsvordering en de strafvordering. Zolang de bijzondere wet op de aansprakelijkheid van ministers niet werd uitgevaardigd, kunnen ministers voor hun fouten aansprakelijk worden gesteld op grond van het gemeen recht. Net zoals dat voor u en voor mij, voor een bedrijfsleider of een spelend kind van tien jaar het geval is. Wat betekent persoonlijke aansprakelijkheid?Bocken: Er is een onderscheid tussen de aansprakelijkheid van de overheid en de persoonlijke aansprakelijkheid van de minister. Wanneer een rechtspersoon als de staat een fout begaat, is dat altijd het gevolg van een menselijke tekortkoming van een ondergeschikte of van een politiek mandataris. De benadeelde kan meestal een schadevergoeding vorderen van de staat als rechtspersoon. Maar ook de persoonlijke aansprakelijkheid van de fysieke persoon die de fout maakte, komt in het geding. Dat kan op twee manieren. Indien de staat de benadeelde moest vergoeden, kan hij dat verlies proberen te verhalen op de fysieke persoon. Of de benadeelde zelf kan de fysieke persoon rechtstreeks aanspreken. In beide gevallen zijn er beperkingen: werknemers en ambtenaren zijn alleen persoonlijk aansprakelijk als zij een zware fout begingen. Het is niet omdat er schade is, dat de minister persoonlijk aansprakelijk is.Bocken: Politieke verantwoordelijkheid en burgerrechtelijke aansprakelijkheid zijn twee verschillende zaken. Er is maar aansprakelijkheid als de schade het gevolg is van een persoonlijke fout. He is dus niet omdat er een fout werd begaan in de controle op de voedselketen, dat de minister persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld. De schade moet het gevolg zijn van een persoonlijke fout van de minister: hijzelf, en niet alleen zijn administratie, wist wat er aan de hand was en nam vervolgens niet de gepaste maatregelen. Die persoonlijke fout is hier niet gemaakt?Bocken: De afgetreden ministers namen maatregelen. Dat het selectieve maatregelen waren, betekent niet dat de ministers een fout begingen. De overheid beschikt over een kleinere of grotere mate van beleidsvrijheid. Ze heeft de keuze tussen uiteenlopende maatregelen die alle binnen de perken van de wet blijven. Voor de aansprakelijkheid rijst dus de vraag: kan een rechter zich in de plaats stellen van de overheid die haar beleidsvrijheid uitoefent? Kan een rechter dat?Bocken: In beginsel wel. De rechter zal meestal wel een zekere terughoudendheid aan de dag leggen alvorens zijn eigen opvattingen in de plaats van die van de overheid te stellen. Maar deze beleidsvrijheid laat de overheid zeker niet toe om de wettelijk voorziene kennisgeving te verwaarlozen of de voorrang te geven aan economische belangen boven de volksgezondheid. Wat is de houding van de politici?Bocken: In het parlement gingen vorig jaar nogal wat stemmen op om de persoonlijke burgerrechtelijke aansprakelijkheid van politieke mandatarissen te beperken - zoals dat voor de werknemers is gebeurd. Het is voor ministers moeilijk om altijd gepaste maatregelen te nemen. Als ze om de haverklap aansprakelijk dreigen te worden gesteld, kunnen ze niet meer normaal functioneren. Dat was de vrees van de parlementsleden. In dit geval is de sluiting van de stallen een ramp voor de landbouwsector. Maar laat het beleid deze sector ongemoeid, dan bestaat het risico op een stijging van het aantal kankers. Maatregelen die één sector zwaar treffen, kunnen dus verantwoord zijn in het algemeen belang. Zijn de ministers dan aansprakelijk omdat ze tijd lieten verloren gaan? Aangenomen dat hier een fout werd gemaakt, moet een benadeelde aantonen dat de schade niet zou zijn opgetreden, als er sneller was gereageerd. Wat economische schade betreft, is dat niet zo evident.