De paarse top van de Nationale Bank - gouverneur Guy Quaden is een Franstalige socialist en vice-gouverneur Luc Coene is een Vlaamse liberaal - kan er niet van verdacht worden dat hij premier Guy Verhofstadt (VLD) en zijn regering voor de voeten loopt. Maar er zit wel een constante in de boodschap. Ruim een half jaar al waarschuwt de Nationale Bank voor een groeiende loonkostenhandicap tegenover Duitsland, Nederland en Frankrijk. Die handicap stond ook centraal in de economische vooruitzichten voor 2006, die Quaden in december voorstelde en die als spiegelbeeld terugkeren in het jaar...

De paarse top van de Nationale Bank - gouverneur Guy Quaden is een Franstalige socialist en vice-gouverneur Luc Coene is een Vlaamse liberaal - kan er niet van verdacht worden dat hij premier Guy Verhofstadt (VLD) en zijn regering voor de voeten loopt. Maar er zit wel een constante in de boodschap. Ruim een half jaar al waarschuwt de Nationale Bank voor een groeiende loonkostenhandicap tegenover Duitsland, Nederland en Frankrijk. Die handicap stond ook centraal in de economische vooruitzichten voor 2006, die Quaden in december voorstelde en die als spiegelbeeld terugkeren in het jaarverslag 2005 van de Nationale Bank. Volgens Quaden en co resulteert het Generatiepact weliswaar in 'een heilzame bewustwording', maar is er veel meer nodig om de kosten van de vergrijzing op te vangen en het hoofd te bieden aan de concurrentie vanuit opkomende landen zoals China en India. Ten eerste moet de overheidsschuld verder naar beneden en zijn dringend structurele begrotingsoverschotten nodig. Voorts moeten regering en sociale partners een 'competitiviteitspact' sluiten om de werkgelegenheid fors te verhogen. In dat pact worden nieuwe loonlastenverlagingen en loonmatiging het best gekoppeld aan grotere inspanningen voor innovatie en voor vorming en opleiding van werknemers. Ten slotte dient de werking van de overheid efficiënter te worden en kan de besparing die daaruit voortvloeit, worden aangewend om te investeren in infrastructuur, de loonkosten te verlagen en de belastingdruk te verminderen. De (politieke) realiteit stelt de samenhang in dit discours zwaar op de proef. Met betrekking tot de begroting kan Paars II enige moed putten uit een lichte verbetering van de economische groei, maar de doos met eenmalige ingrepen is stilaan leeg en vooral een algemeen voorspelde renteverhoging kan roet in het eten strooien. Een pact over de competitiviteit zal er evenmin op korte termijn zijn. Zowel de uitvoering van het Generatiepact als de discussie over een matiging van de lonen en over meer innovatie en opleiding zijn de inzet van een belangenstrijd tussen werkgeversorganisaties en vakbonden, waarvan de uitkomst niet voor het einde van dit jaar verwacht mag worden. Die strijd is ook al flink verzuurd door hun tegengestelde visies over een doelmatiger overheid: terwijl de werkgeversorganisaties een afslanking bepleiten, willen de vakbonden niet dat er aan de publieke dienstverlening wordt geraakt. De meerderheid van liberalen en socialisten laat zich door al deze evoluties en tegenstellingen niet opjagen en een immer optimistische premier Verhofstadt maakt van de nood een deugd. Hij beschouwt de inzichten van de Nationale Bank als 'een aanmoediging' voor zijn tien 'werven' om 'een meer competitieve en sociale samenleving' tot stand te brengen. Helaas is er op die paarse werven heel veel los zand en bijzonder weinig cement te vinden. Maar dat is stof voor een volgend jaarverslag van de Nationale Bank. PATRICK MARTENS