Premier Herman Van Rompuy (CD&V) wil dat zijn de regering na de regionale en Europese verkiezingen van 7 juni eindelijk de mouwen opstroopt. Een van de 'dringende' dossiers gaat over de vraag of de zeven kerncentrales in ons land langer open blijven. In 2002 had de paars-groene regering immers beslist om ze tussen 2015 en 2025 allemaal te sluiten.
...

Premier Herman Van Rompuy (CD&V) wil dat zijn de regering na de regionale en Europese verkiezingen van 7 juni eindelijk de mouwen opstroopt. Een van de 'dringende' dossiers gaat over de vraag of de zeven kerncentrales in ons land langer open blijven. In 2002 had de paars-groene regering immers beslist om ze tussen 2015 en 2025 allemaal te sluiten. Van Rompuy en zijn ministers hebben daarbij een kluif aan een 'vertrouwelijk inventaris' dat de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen (NIRAS) heeft gemaakt over de 'nucleaire passiva in de periode 2003-2007'. Dat rapport is klaar sinds december 2007, maar vond pas vorige week de weg naar de openbaarheid dankzij Kamerlid Tinne Van der Straeten van Groen! Omdat de NIRAS meende dat te veel commercieel gevoelige informatie over de elektriciteitsproducenten bekend zou worden, moest het Kamerlid wél een jaar lang aandringen. Eerst kreeg Van der Straeten gelijk van de Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie, en in april blokte de Raad van State de NIRAS af. Die omwegen waren niet eens nodig geweest. Het NIRAS-rapport werd ook tegen het licht gehouden door een Internationaal Wetenschappelijk Leescomité van het OESO-Agent-schap voor Nucleaire Energie. Dat comité onder leiding van agentschapsbaas Claudio Pescatore raadde al in een nota van november 2007 aan om, zoals in andere landen, de beschikbare informatie publiek te maken zodat 'de bevolking de uitdagingen, de problemen en de geboekte vooruitgang beter zou begrijpen'. De NIRAS heeft sinds eind 1997 de opdracht om vijfjaarlijks een inventaris te maken van de nucleaire installaties, het radioactief afval, de kosten van de ontmanteling van de installaties en van het opslaan en het beheer van het afval, en ten slotte ook van de middelen die door de producenten opzij worden gezet om die nucleaire kosten te dekken. Voor die provisies werd in 2003 de vennootschap Synatom opgericht. De toenmalige regering-Verhofstadt II, die na het faillissement van Sabena druk op zoek was naar kapitaal voor SN Brussels Airlines, moest daarbij aanvaarden dat Synatom een 100 procentdochter werd van Electrabel, de grootste elektriciteitsproducent in ons land en sinds 2005 volledig in handen van eerst Suez en nu de Franse energiegroep GDF Suez. Van de provisies die bij Synatom terechtkomen, gaat ook 75 procent terug naar Electrabel onder de vorm van leningen. Om het kluwen nog ingewikkelder te maken, zijn er ook een Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en een extra waakhond, de Commissie voor Nucleaire Voorzieningen (CNV). Maar die commissie functioneert nauwelijks sinds de vorige minister van Energie, Marc Verwilghen (Open VLD), er drie Synatomleden in dropte en omdat er maar geen regeling voor haar aansprakelijkheid wordt gevonden. Ze komt dan ook amper samen. De CNV-jaarverslagen van 2006 en 2007 telden respectievelijk elf en veertien bladzijden. Het NIRAS-rapport bevat een repertorium van 824 sites (goed voor 18.200 kubieke meter geconditioneerde radioactieve stoffen, 50.700 kubieke meter niet-geconditioneerde stoffen en 11.800 hoog- en laag-actieve ingekapselde bronnen). De grootste zijn de Electrabelsites van Tihange (3 kerncentrales) en Doel (4 kerncentrales). Op de lijst prijken voorts andere energieproducenten en bijvoorbeeld ook de deeltjesversnellers van universiteiten (voor wetenschappelijk onderzoek en medisch gebruik), een stortplaats van Umicore in Olen (200.000 kubieke meter met radium besmette grond) en sites van Belgoprocess in Mol en Dessel die al sinds de jaren negentig ontmanteld en gesaneerd worden (totale kostprijs 1,4 miljard euro, waarvan een groot deel wordt gefinancierd met een federale heffing op facturen voor niet-groene elektriciteit). De nucleaire kosten van al die sites worden geraamd op net geen 8 miljard euro. Daarvan is driekwart of 6 miljard voor rekening van de kerncentrales. De nieuwe raming ligt globaal 2,4 miljard hoger dan in het eerste NIRAS-rapport van 2002. Voor de kerncentrales liggen de kosten zelfs 50 procent hoger. Een en ander zou te wijten zijn aan onder meer extra kosten in 'de postoperationele fase' (793 miljoen), meer radioactief afval van de kerncentrales (913 miljoen) en meerkosten op de al genoemde sites van Belgoprocess (216 miljoen). De NIRAS noemt de ramingen de best mogelijke schatting. Het Leescomité is veel kritischer en heeft vragen bij het ontbreken van provisies voor de toekomstige productie van radioactief afval, de 'onverklaarbare verschillen' qua de afvalhoeveelheden in Tihange en Doel in vergelijking met soortgelijke centrales in Zwitserland, en bij het feit dat Electrabel bij een ontmanteling slechts tot op een diepte van één meter diepte zou saneren terwijl dat in de rest van de wereld twee meter is. Ontnuchterend zijn de vaststellingen over de provisies. 'Er bestaat momenteel geen algemene wetgeving die de dekking van de nucleaire kosten organiseert', merkt de NIRAS zelf op. Merkwaardig is dan wel dat de instelling over een nucleair passief (kosten waarvoor geen enkele provisionele dekking bestaat) van slechts 234 miljoen spreekt, terwijl het Synatomfonds volgens het rapport 4,5 miljard bevat. Zelfs nu dit bedrag eind 2008 opgelopen zou zijn tot 5,2 miljard, is dat nog altijd 2,7 miljard minder dan de kosten. Dat is des opmerkelijker omdat de NIRAS ook zegt dat uit 'de jaarrekeningen van de financieel verantwoordelijken' niet kan worden afgeleid welke 'parameters ze gebruiken om hun boekhoudkundige voorzieningen aan te leggen'. NIRAS maakt zelfs 'voorbehoud bij de toereikendheid van de aangelegde voorzieningen' omdat ze betrekking hebben op 'een gegroepeerde ontmanteling' en er onduidelijkheid heerst over de foutenmarge bij de berekening van de 'deklasseringskosten'. Niet alleen de 'theoretische' toereikendheid van de provisies zijn een probleem. Nog grotere vraagtekens worden gesteld bij hun beschikbaarheid. Die is volgens de NIRAS 'gering' en 'afhankelijk van de beslissingsbevoegdheid van de ondernemingen'. Het Leescomité doet er een schep bovenop: het stelt dat er 'in de ingewikkelde en weinig transparante constructie' sinds 2003 geen enkele garantie bestaat dat de leningen van Synatom aan Electrabel ooit worden terugbetaald, en dat 'in het ergste geval de provisies uiteindelijk zero zullen bedragen'. Komt het zover, dan draait onvermijdelijk de belastingbetaler op voor de nucleaire passiva. Ons land heeft zich daartoe trouwens verbonden door een internationaal verdrag van 1997. 'Er zijn genoeg redenen om te stoppen met alle geheimzinnigheid rond de NIRAS-rapporten', vindt Tinne Van der Straeten. 'Ik steun trouwens de aanbevelingen van die instelling en van het Leescomité om de regelgeving over de dekking van de nucleaire kosten veel duidelijker en meer coherent te maken. Tegelijk wordt het Synatomfonds beter weggehaald bij Electrabel en ondergebracht bij de NIRAS.' In het vooruitzicht van een beslissing over de 'kernuitstap' is het NIRAS-rapport aanbevolen lectuur voor premier Van Rompuy en de meerderheidspartijen, die het tot nog toe niet eens waren over een verlengde levensduur van de kerncentrales. Liberalen en christendemocraten zijn voor, de PS is tegen. Van Rompuy zelf liet in het VBO-blad Forward als zijn persoonlijk standpunt noteren 'dat men bepaalde reactoren langer moet openhouden omdat er geen andere manier is om onze energievoorziening veilig te stellen'. Veel marge om te beslissen heeft de regering niet op een elektriciteitsmarkt die gedomineerd wordt door de Franse strategische belangen. GDF Suezdochter Electrabel heeft weliswaar productiecapaciteit afgestaan aan het Duitse E. ON AG, maar blijft dominant. Een andere Franse energieonderneming, Electricité de France, heeft haar oog laten vallen op een meerderheidsbelang in de kleinere Belgisch-Britse producent SPE-Luminus. Over het destijds door de regering-Verhofstadt II bedongen 'gouden aandeel' (met vetorecht) in GDF Suez is intussen bekend dat het nooit bestaan heeft. En dan is er ook nog het geschil tussen GDF Suez/Electrabel en de Belgische overheid over een taks voor kernenergieproducenten (250 miljoen in 2008 en 500 miljoen dit jaar). Daarover zal het Grondwettelijk Hof oordelen. Als Electrabel gelijk haalt en niet hoeft te betalen, is dat een extra streep door de overheidsrekening, en zo door een ander prioritair regeringsdossier. DOOR PATRICK MARTENS