Beste eerstejaarsstudent,
...

Beste eerstejaarsstudent, Wat heb ik te zeggen tegen de huidige generatie studenten? 'Niets, want we zeggen al zo veel loze dingen', zegt een collega wiens oordeel doorgaans scherp en juist is. Een wit blad dus. Dat is niet meteen wat Knack verwacht. 'Goed, maar onthoud hen dan tenminste de flauwe clichés over de grote stap in het leven en zo.' Oké, afgesproken. Geen holle praatjes. Geen verdoken gemoraliseer. Want als een professor studenten toespreekt, hoor je vaak die onuitstaanbare toon van de gearriveerde die diegenen de les leest die het allemaal nog moeten bewijzen. Je wilt niet weten wat er onder professoren in de wandelgangen over jullie wordt gezegd. Studenten worden jaar na jaar dommer. Het gaat allemaal naar de filistijnen. En dan die dt-fouten! In onze tijd... Wel, in onze tijd werden er ook dt-fouten geschreven. In onze - excuus: mijn - tijd wist ik even veel en even weinig als de studenten die ik vandaag ontmoet. Blijft dan alles altijd hetzelfde? Nee. Als historicus kan ik bevestigen dat mensen en samenlevingen wel degelijk veranderen en dat verandering niet per definitie gelijkstaat aan verbetering, maar dus ook niet aan verslechtering. Het moet geval per geval bekeken worden, en 'beter' of 'slechter' past meestal niet bij de complexiteit van verandering. Neem nu de flexibilisering van het hoger onderwijs. De kans is groot dat je ouders bezorgde vragen stellen over studiepunten en de voortgang van je studie. Hoezo, je neemt een vak mee? Ben je er nu door of niet? Want in onze tijd... Welja, in onze tijd konden een paar punten te weinig een heel jaar studie naar de verdommenis helpen. Leve de flexibilisering dus, al heeft elk voordeel ook weer zijn nadeel. Dat is het complexe. Uitstelgedrag wordt in de hand gewerkt, menen sommigen. Studenten moeten te veel zelf plannen, zeggen anderen. Iedereen heeft er een mening over, vaak gekruid met persoonlijke anekdotiek. Vlaanderen telt zes miljoen ministers van Onderwijs die weten hoe het beter kan. Onderwijskundigen die proberen al die meningen te onderbouwen of te weerleggen met empirisch onderzoek, worden nogal eens weggehoond. Zij zijn de doodgravers van het onderwijs, wordt gezegd, ook onder professoren - maar dan buiten de afdelingen waar de onderwijskundigen hun brood verdienen. Empirie is goed voor ingenieurs. Meningen over onderwijs worden liefst gevormd in het losse zand van clichés. Het onuitroeibare idee bijvoorbeeld dat Latijn toch het beste voorbereidt op hoger onderwijs. De slaagcijfers liegen toch niet? Maar wat zeggen die cijfers eigenlijk over de vormende waarde van Latijn, als door het beruchte watervalsysteem in die richting de beste leerlingen overblijven, omkaderd door uitstekende leraars en meestal afkomstig uit gezinnen die veel investeren in de opleiding van hun kinderen? Boze mails zullen mijn deel zijn. Want meningen over onderwijs liggen gevoelig. Dat komt omdat onderwijs en ideologie nauw verbonden zijn. Niks nieuws trouwens. Denk maar aan de schoolstrijd van katholieken en vrijzinnigen. Vandaag gaat het niet meer om 'de ziel van het kind', maar om marktaandeel. Hogescholen en universiteiten zijn bedrijven die de klant -dat ben jij! - willen verleiden. Lees maar de zegebulletins die vooral de Vlaamse universiteiten met de regelmaat van een klok rondsturen om mee te delen dat ze de beste zijn of de grootste of het hoogst geplaatst in de ranking die hen het beste uitkomt. Loze dingen, holle praat. Daar zou ik dus over zwijgen. Hoogleraar UGent ? 53 jaar ? Studeerde geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Gent. van Bruno De WeverMeningen over onderwijs worden liefst gevormd in het losse zand van clichés.