'Ikzelf en mijn medewerkers moeten eerst van elke blaam gezuiverd zijn', zei Yves Leterme (CD&V) toen hij vorige zondag bekendmaakte dat hij geen kandidaat was om zichzelf op te volgen als premier. Naar verluidt is Leterme overtuigd van zijn onschuld. Of zijn overtuiging nog stand houdt na de parlementaire onderzoekscommissie over de zaak-Fortis, die politiek zo goed als onvermijdelijk is geworden, is zeer de vraag. De lijst met mogelijke vormen van politieke beïnvloeding die onderzocht moet worden, is ellenlang.
...

'Ikzelf en mijn medewerkers moeten eerst van elke blaam gezuiverd zijn', zei Yves Leterme (CD&V) toen hij vorige zondag bekendmaakte dat hij geen kandidaat was om zichzelf op te volgen als premier. Naar verluidt is Leterme overtuigd van zijn onschuld. Of zijn overtuiging nog stand houdt na de parlementaire onderzoekscommissie over de zaak-Fortis, die politiek zo goed als onvermijdelijk is geworden, is zeer de vraag. De lijst met mogelijke vormen van politieke beïnvloeding die onderzocht moet worden, is ellenlang. Met zijn brief van 17 december (zie kader) gaf Leterme zelf een eerste voorzet. En ook de nota's van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie (Ghislain Londers) en in mindere mate het rapport van de procureur-generaal van het Brusselse hof van beroep (Marc de le Court) staan bol van de elementen die om uitleg vragen. Politiek zijn er al koppen gerold: de voltallige regering is opgestapt als gevolg van één rapport. Maar ook aan de kant van justitie is collateral damage niet uit te sluiten. Het rapport van Cassatie heeft naar verluidt de doos van Pandora opengetrokken. 'Dit is pas het begin', klinkt het daar. Dat de onderzoekscommissie voor een zeer zware opdracht staat als ze met serene resultaten wil komen, daar twijfelt niemand aan. Aan een aantal thema's ontkomt ze zeker niet. In zijn brief van 17 december tracht Yves Leterme zichzelf vrij te pleiten van elke vorm van politieke inmenging. Maar wat hij eigenlijk brengt, is een lange biecht van alle contacten die zijn kabinet, het kabinet Financiën en het kabinet Justitie met bronnen bij het gerecht hebben gehad. Zelf had hij naar eigen zeggen géén contact met welke magistraat ook. Hij viseert dan maar het kabinet van minister van Financiën Didier Reynders (MR). In zijn brief schrijft Leterme dat Reynders' beleidscel het kabinet van de premier al op 6 november op de hoogte bracht van de strekking van de uitspraak in eerste aanleg in de zaak-Fortis, terwijl die pas plaatsvond op 18 november (de eis om inspraak van de minderheidsaandeelhouders werd verworpen; Fortis mocht ontmanteld worden om verkocht te worden). Het kabinet-Leterme was dus wel ingelicht, maar deed volgens de premier niets met de informatie. Of liever, Leterme zélf deed niets met de informatie. Hij pleit zichzelf vrij, maar de anderen moeten het ontgelden. Het was zijn kabinetschef, Hans D'Hondt, zo meldt hij in zijn brief, die contacten had met Jan De Groof, de echtgenoot van de rechter van het hof van beroep, Christine Schurmans. Volgens de reine Rechtslehre had D'Hondt dat feit aan de minister van Justitie moeten doorgeven, die dat op zijn beurt aan de procureur-generaal van het hof van beroep had moeten melden. Dat is niet gebeurd. Leterme wast zijn handen in onschuld. Zijn kabinetschef dreigt echter in een moeilijk parket te raken. D'Hondt is behalve voorzitter van de Kanselarij ook bestuurder bij de Federale Investerings- en Participatiemaatschappij (FIPM), en maakt zich daarmee schuldig aan belangenvermenging, zo suggereert de nota van Cassatie. Kan het trouwens toeval zijn dat de advocaten van de FIPM kort na het laatste contact tussen De Groof en D'Hondt een verzoekschrift indienden om de debatten te heropenen, en zo mogelijk de zaak te beïnvloeden? Minister van Justitie Jo Vandeurzen (CD&V) verschuilt zich achter het feit dat hij gebruik maakte van artikel 140, wat hem normaal gezien toelaat om informatie bij het parket in te winnen. Ghislain Londers, de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, denkt daar in zijn rapport duidelijk anders over. Hij ziet in de belangstelling van Vandeurzen voor het verloop van het proces een manier om het arrest voor het hof van beroep te beïnvloeden. Hij vindt het geen toeval dat de procureur-generaal, al dan niet in opdracht van Vandeurzen, probeert om de debatten te heropenen met een volledig nieuw samengestelde kamer van raadsheren. Deze versie van het Hof van Cassatie over de mogelijke bedoelingen van Vandeurzen wordt vanuit diverse hoeken in twijfel getrokken. Volgens de brief van Leterme en het rapport van Cassatie zou ook minister van Financiën Didier Reynders (MR) boter op het hoofd hebben. En dat om meerdere redenen. Zo zou hij Letermes kabinetschef Hans D'Hondt - eventueel via zijn advocaten bij de FIPM - mogelijk op de hoogte hebben gebracht van de problemen bij het hof van beroep. Daarop zou hij de advocaten van de FIPM gevraagd hebben zo snel mogelijk een verzoekschrift in te dienen om de debatten te heropenen en een nieuwe kamer van raadsheren aan te stellen, in de hoop de verkoop van Fortis alsnog veilig te stellen. Via zijn advocaat Christian Van Buggenhout zou Reynders bovendien meermaals getracht hebben om Mischaël Modrikamen, de advocaat van circa 2200 minderheidsaandeelhouders van Fortis, te intimideren. 'Het was ons onbekend dat Van Buggenhout Reynders' advocaat was', zegt Laurent Arnauts van het advocatenkantoor Modrikamen. 'Nadat we met het kabinet-Reynders hadden gebeld om hen te waarschuwen dat er een stormloop was van klanten op Fortis Bank, en met de vraag om de publieke opinie gerust te stellen door de steun van de staat te bevestigen, kregen we een brief waarin gesteld werd dat we aan beursmanipulatie van het aandeel BNP Paribas trachtten te doen.' Is het de minister dan niet om de financiële gezondheid van de bank te doen? Alle ogen zijn dezer dagen gericht op het arrest voor het hof van beroep in de zaak-Fortis, waarbij de aandeelhouders in het gelijk werden gesteld en de mogelijke verkoop aan BNP Paribas werd bevroren. Toch rijzen ook grote vragen bij de gang van zaken in eerste aanleg. Daar viel een voor de Belgische staat gunstige uitspraak. Francine De Tandt, de voorzitster van de Brusselse kamer van koophandel van Brussel, oordeelde er dat de ontmanteling en de gedeeltelijke verkoop van Fortis de beste garantie was om de bankverzekeraar veilig te stellen. Maar was dat haar eigen overtuiging? Is er mogelijk een tussenkomst geweest. En zo ja: door wie? Een hardnekkig gerucht wil immers dat er twee versies van dit vonnis bestaan - een voor de staat gunstige, en een voor de staat ongunstige versie. 'Een paar dagen voor de uitspraak deden inderdaad geruchten de ronde dat een eerste beschikking, in het voordeel van de minderheidsaandeelhouders, herschreven zou zijn in hun nadeel', zegt een ingewijde. 'Uiteraard was het een gerucht, en bovendien kan een rechter ook plots van mening veranderen. Er circuleren ook geruchten over onaanvaardbare druk op het parket.' Bronnen die anoniem willen blijven, stellen bovendien vragen bij de rol van Francine De Tandt en die van advocaat Chris-tian Van Buggenhout. 'Van Buggenhout, die niet optrad als advocaat in deze zaak, deed tijdens het proces aan overkill en deed meer dan normale inspanningen voor een partij die niet betrokken was', klinkt het. Hij zette zich zeer ijverig in voor de Belgische staat. Zal de nota van Ghislain Londers, de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, iets in beweging brengen binnen de magistratuur, vragen veel interne bronnen zich af. Zal Justitie in een versneld tempo hervormd worden? Dat zal moeten blijken na afloop van de parlementaire onderzoekscommissie. Velen betreuren alvast dat ze door de gebeurtenissen een bijzondere minister van Justitie zijn kwijtgespeeld, die de hervormingen al goed op gang had gebracht. Toch blijven ook daar nog grote interne spanningen en mijnenvelden bestaan. Hooggeplaatste magistraten zouden zich bij de top van de magistratuur over andere magistraten hebben beklaagd. De onderzoekscommissie, als ze eenmaal is opgericht, staat voor lange dagen en lange nachten. DOOR INGRID VAN DAELE