Dimitris Psarras (journalist en kenner van de Gouden Dageraad): Die dag heeft de samenleving indringend veranderd. Na de moord op Fyssas realiseerden de Grieken zich: het kan ook ons overkomen. Fyssas was niet gewelddadig, hij was geen anarchist, maar slechts zijdelings betrokken bij een antifascistische beweging - een extreem profiel had hij niet. De Gouden Dageraad verlegde haar mikpunt van immigranten naar Grieken en ineens kwamen maatschappij, politiek en justitie in opstand.
...

Dimitris Psarras (journalist en kenner van de Gouden Dageraad): Die dag heeft de samenleving indringend veranderd. Na de moord op Fyssas realiseerden de Grieken zich: het kan ook ons overkomen. Fyssas was niet gewelddadig, hij was geen anarchist, maar slechts zijdelings betrokken bij een antifascistische beweging - een extreem profiel had hij niet. De Gouden Dageraad verlegde haar mikpunt van immigranten naar Grieken en ineens kwamen maatschappij, politiek en justitie in opstand. Psarras: Ja, een moord als deze was een kwestie van tijd - ik wachtte erop. In de week ervoor toonde de Gouden Dageraad zich overambitieus: op een avond sloeg ze een groepje communisten dat in Piraeus pamfletten uitdeelde met honkbalknuppels, een paar dagen daarna zocht ze ruzie met een gematigder extreemrechtse organisatie bij een herdenkingsdienst voor doden tijdens de burgeroorlog. De Gouden Dageraad voelde: dit is het moment om opnieuw een stap vooruit te zetten, om meer publieke ruimte in te nemen, om uiteindelijk de symbolische leiderspositie op rechts van regeringspartij Nieuwe Democratie over te nemen. Immigranten waren niet langer interessant, ze wilde de Griekse samenleving veroveren. Ze raakte overmoedig, voelde zich onaantastbaar - politie en justitie beschermden de partij. Tot aan de moord. Psarras: Nikos Michaloliakos, 'de kleine Führer', eiste een dode, dat was zijn intentie. Ik weet niet of hij specifiek Fyssas op het oog had, maar hij gaf zonder twijfel bevel of toestemming om iemand uit het linkse milieu te vermoorden, om de toon te zetten. Zijn loopjongens hadden nooit gedurfd een aanval uit te voeren zonder zijn jawoord - justitie laat duidelijk zien dat die avond de leider van het lokale bureau met een parlementslid belde, die vervolgens Michaloliakos op de hoogte bracht. Ook alle klopjachten op immigranten verliepen volgens deze piramidestructuur. Psarras: Het is erg treurig en ietwat cynisch, maar het klopt: er moest eerst een Griek sterven. De Gouden Dageraad doodde eerder ten minste drie immigranten, daarvan ben ik zeker, en hoogstwaarschijnlijk nog talloze meer. Veel Grieken staan vijandig tegenover buitenlanders, anderen proberen hen als onzichtbaar te beschouwen, als niet-bestaand. Zelfs politiek links zegt geregeld: ze blijven hier niet, ze zijn op doortocht naar andere Europese landen, dus we hoeven hen geen baan te bezorgen, geen onderdak, geen eten. Zodoende stopt de regering hen weg in detentiecentra. De Griekse samenleving was ooit ongekend gastvrij, maar de mentaliteit is omgeslagen: laat ik voor mezelf en mijn familie zorgen, is de gedachte. Psarras: Hij was vatbaar voor de beloften die Gouden Dageraad bood. Roupakias werkte voor lage lonen als vrachtwagenchauffeur, als vishandelaar, maar was begin 2012 ontslagen. Rond de verkiezingen sloot hij zich zoals zovelen bij de partij aan. Hem werd wat geld beloofd en hij begon in de kantine van een lokaal partijbureau in Piraeus te werken, net als zijn vrouw. Samen deelden ze op straat eten uit, alleen aan hongerige Grieken. Hij hoefde zich niet eerst met straatgevechten te bewijzen, zoals de harde kern dat vroeger moest, maar ging mee op trainingskampen in de bossen. Uiteindelijk stak híj Fyssas neer, maar het had iedereen kunnen zijn met eenzelfde profiel, uit wanhoop zondebokken zoekend, meegesleept door de ambities van de partij. Psarras: De daders zijn anoniem, niemand heeft enig idee wie ze zijn. Antifascisten begrijpen dat zo'n vergelding slechts averechts werkt. Samenzweringstheorieën gaan rond dat Gouden Dageraad de daad zelf uitvoerde, om de slachtofferrol aan te nemen. Dat is niet onmogelijk, maar onwaarschijnlijk. Opmerkelijk is dat de nachtelijke charges zijn gestaakt. Gouden Dageraad voelt zich bekeken, de militante vleugel is wat verlamd nu drie leiders in voorarrest zitten, onder wie Michaloliakos. Zelfs de leiders die op borgtocht vrijkwamen, zoals partijwoordvoerder Ilias Kasidiaris, zeggen nu: we zijn niet gewelddadig, we dragen een pak en een stropdas, geen camouflagebroek. [Al sloeg Kasidiaris meteen na de vrijlating een cameraman en schopte hij een fotograaf, nvdr. ] Het probleem is: ze kunnen niet veranderen in een gematigde variant van zichzelf, want ze zijn immers fanatieke nazi's. Ze willen hun ideeën ten uitvoer brengen, het zijn geen theoretici. De oudere leden blijven onderling zulke signalen geven. Na de moord op hun twee partijgenoten belegden ze een ceremonie. Tussen de kaarsen legden ze ook een vlag met het embleem van Hitlers Sturmabteilung-divisie, een symbool van de dood. Iedereen ziet zo'n vlag liggen, maar alleen zij, de nazi's, doorzien de boodschap. En ik. Psarras: Die tegenmoorden draaiden de zaak om. Na de dood van Fyssas werd de partij een maand lang verguisd, liepen haar kiezers weg. Nu misbruikt de Gouden Dageraad haar eigen twee doden als martelaren, ze pronkt er haast mee. Niet alle aanhangers zijn nazi's, veruit de meesten zijn wanhopig of ultranationalistisch, maar iedereen weet dat het een extreme partij is - dat is waarom ze haar steunen. Ze geven níéts om het geweld tegen immigranten of linkse activisten, sterker: ze juichen het toe. Een extreme nationalist ziet in iemand als Fyssas een verrader, ziet hem niet voor volledig Grieks aan. Psarras: Justitie neemt de zaak serieus, gelukkig, maar dat had ze tien jaar geleden al moeten doen. Niemand geloofde dat de partij zo gevaarlijk was totdat Fyssas werd neergestoken. De minister van Publieke Orde heeft 32 zaken over de Gouden Dageraad naar het Hooggerechtshof gestuurd. Zijn intentie: bekijk of de partij de facto een criminele organisatie is en berecht individuele leden; vooral de leiding. Het gaat onder meer om moord, chantage, witwassen, wapenhandel. In 1998 ontving ik van een oud-lid het interne document waarin de Gouden Dageraad haar grondbeginselen vastlegde, dat in 1987 is opgesteld en bezegeld, en tot vandaag de dag geldt. Daarin staat dat de partij uit een politieke en militante vleugel bestaat, en dat die twee samenkomen bij Michaloliakos, volgens het Führerprinzip. Alles geheel naar het model van de NSDAP in nazi-Duitsland. Ik schreef daar al eerder over, maar toen interesseerde niemand zich ervoor - de partij was klein en onbeduidend. Ik gaf het aan het Hooggerechtshof en dat baseert de aanklacht erop. Het onderzoek zal tot februari of maart duren. Het is schandalig als een veroordeling uitblijft, maar dit is Griekenland: alles is mogelijk. Niet alleen de maatschappij beleeft een morele crisis, ook de rechtspraak leidt niet per definitie tot recht en rechtvaardigheid. De partij heeft nog steeds goede contacten in de rechtbank, maar haar manoeuvreerruimte neemt af. Psarras: Zijn Nieuwe Democratie maakt dezelfde fout als veel andere conservatieve partijen in Europa. Toen Samaras in de aanloop naar de verkiezingen de Gouden Dageraad op 7 procent zag staan in de peilingen, vroegere of potentiële kiezers van hem wervend, voerde hij plotseling campagne tegen immigratie. Hij zei dat immigranten de tirannen van de samenleving zijn, dat we ze moeten verwijderen. Dat we onze steden moeten heroveren. Hij sprak dezelfde taal als Michaloliakos, die hij daarmee haast salonfähig maakte. In zekere zin is Nieuwe Democratie ook schuldig aan de moorden, door het legitimeren van hatelijke retoriek. Psarras: Pasok, de socialistische coalitiepartner van Samaras, verliest zetel na zetel - ontevreden parlementsleden stappen op vanwege het crisisbeleid. Veel mogelijkheden voor een ander kabinet bestaan er niet, alleen Syriza zou een voorstel kunnen ontwerpen - maar deze regering is onstabiel, omdat de gehele situatie dat is. En die kritieke toestand zal volgend jaar alleen nog verder verslechteren; de werkloosheid zal verder oplopen, ik vrees dat zelfs enkele grotere bedrijven zullen omvallen. Samaras spreekt van een 'succesverhaal', van herstel, maar dat is onzin: hij speelt met cijfers en feiten. De alsmaar groeiende uitzichtloosheid kan de onderklasse verder in handen van de Gouden Dageraad drijven. Justitie kan die partij en haar leden vervolgen, dat doet ze goed en dat is hoopvol, maar ze kan niet de beweging en haar gedachten uitwissen.