Chris Michel (maker van de reportage): Ik hoorde voor het eerst over de 'nodding disease' toen ik in de zomer van 2012 een andere documentaire draaide in Oeganda. Ik nam me voor om terug te keren om de afschuwelijke ziekte in beeld te brengen. Toen ik een jaar later weer daar was, had nog niemand de moeite gedaan om het fenomeen onder de aandacht te brengen. Als de ziekte in Europa of de Verenigde Staten zou optreden, zoals aids of de gekkekoeienziekte, dan stond de wereldgemeensch...

Chris Michel (maker van de reportage): Ik hoorde voor het eerst over de 'nodding disease' toen ik in de zomer van 2012 een andere documentaire draaide in Oeganda. Ik nam me voor om terug te keren om de afschuwelijke ziekte in beeld te brengen. Toen ik een jaar later weer daar was, had nog niemand de moeite gedaan om het fenomeen onder de aandacht te brengen. Als de ziekte in Europa of de Verenigde Staten zou optreden, zoals aids of de gekkekoeienziekte, dan stond de wereldgemeenschap al lang in rep en roer. Nu kijkt ze de andere kant op. Michel: De ziekte treft Afrikaanse kinderen tussen vijf en vijftien jaar, voornamelijk in Zuid-Soedan, Noord-Oeganda en Tanzania. Kinderen die aan de ziekte lijden, krijgen epileptische aanvallen bij het zien van water of voedsel, ze gaan overvloedig kwijlen, ze beginnen te knikkebollen. Bij elke aanval raken hun hersenen meer beschadigd en ze groeien niet meer. Een man van 25 ziet eruit als een jongen van acht. De kinderen veranderen uiteindelijk in zombies, die niet meer spreken, amper eten en sommigen dolen op straat rond. Ik heb met ouders gesproken die zes of acht kinderen hebben die symptomen van de ziekte vertonen - het is een menselijk drama. Tienduizend kinderen stierven al, minstens evenveel zijn ziek. Die mensen moeten dringend hulp krijgen. Michel: De ziekte is voor het eerst gesignaleerd in de jaren zestig. De laatste vijftien jaar vallen er steeds meer slachtoffers. Maar onderzoekers hebben tot op vandaag nog geen oorzaak kunnen detecteren. Zieke kinderen kunnen dus ook niet genezen. Alleen de symptomen van epilepsie kunnen momenteel aangepakt worden. Verschillende sporen worden onderzocht - schimmels in de voeding, virussen, parasieten - maar sluitend bewijs ontbreekt. Michel: Ik heb al veel schrijnende situaties meegemaakt in Afrika. Maar ik krijg nog steeds tranen in de ogen als ik deze beelden bekijk. Omdat ik meteen weer ter plekke ben bij die ouders en hun verdriet. Afrikanen zijn doorgaans vrolijke mensen, die heel erg van dag tot dag leven. Maar in sommige gezinnen is er niets meer om vrolijk over te zijn. Michel: Dat is niet duidelijk. Maar voorlopig wijst alles erop dat ze te maken heeft met lokale factoren, zoals insecten en ondervoeding. Dat maakt natuurlijk dat de westerse wereld niet snel ingrijpt. Voor de farmaceutische wereld is het niet interessant om medicijnen te ontwikkelen voor Afrikanen die dat toch niet kunnen betalen.