Bij het begin van de coronacrisis, in maart, annuleerden honderden internationale modebedrijven last minute hun uitstaande orders bij textielfabrieken. Ook vijftien Belgische merken deden dat bij leveranciers in Bangladesh, zo blijkt uit onderzoek dat journaliste Sarah Vandoorne deed in opdracht van MO* en COSH!, een onlineplatform dat de manier onderzoekt waarop kledingmerken produceren.
...

Bij het begin van de coronacrisis, in maart, annuleerden honderden internationale modebedrijven last minute hun uitstaande orders bij textielfabrieken. Ook vijftien Belgische merken deden dat bij leveranciers in Bangladesh, zo blijkt uit onderzoek dat journaliste Sarah Vandoorne deed in opdracht van MO* en COSH!, een onlineplatform dat de manier onderzoekt waarop kledingmerken produceren. 'Die annulaties waren dramatisch voor de arbeiders', zegt Vandoorne. 'Maar ik begrijp ook dat de modesector het door de sluiting van de winkels bijzonder moeilijk had.' De Belgische bedrijven die hun bestellingen in Bangladesh uitstelden of annuleerden, waaronder Bel&Bo en LolaLiza, benadrukken dat ze dat in overleg met hun leveranciers hebben gedaan. 'Alle bedrijven die ik erover kon spreken zeggen ook dat ze al hun orders, ondanks uitstel of annulering, intussen betaald hebben,' zegt Vandoorne, 'al heb ik dat niet zwart-op-wit bewezen gezien.' Niki De Schryver, de oprichtster van COSH!, vindt het verontrustend dat sommige bedrijven niet weten welke impact het uitstellen of annuleren van hun bestellingen heeft gehad op de lonen van de arbeiders die hun kleren maken. 'Zeker als het gaat om bestellingen waarvoor de kosten al zijn gemaakt, is de kans reëel dat de fabriek geen cash meer overheeft om de lonen te betalen. En een sociaal vangnet zoals technische werkloosheid bestaat in de meeste productielanden niet.' 'Het is niet omdat ze niet op je payroll staan dat je geen verantwoordelijkheid hebt tegenover de mensen die je producten maken', vindt De Schryver. 'Het is onaanvaardbaar dat bedrijven die jarenlang de vruchten plukken van goedkope arbeid hun problemen afschuiven op de zwakste schakel in de ketting.' Voorlopig is dat niet verboden. Zogenoemde ketenzorg wordt wel aanbevolen, onder meer in de richtlijnen van de OESO voor internationaal opererende Europese bedrijven, maar die zijn niet bindend. 'De coronacrisis heeft eens te meer pijnlijk duidelijk gemaakt dat zelfregulering niet werkt. Wetgeving is noodzakelijk als we willen komen tot een duurzame en eerlijke productie in de hele keten', zegt Sara Ceustermans van de Schone Kleren Campagne, een coalitie van ngo's, vakbonden en consumentenorganisaties die ijvert voor betere arbeidsomstandigheden in de textielsector wereldwijd. Europees commissaris voor Justitie en Mensenrechten Didier Reynders (MR) heeft eerder dit jaar aangekondigd dat hij werk zal maken van een Europese zorgplichtwetgeving. Die zou bedrijven ertoe verplichten om verantwoordelijkheid op te nemen voor hun hele toeleveringsketen. 'Als ze wordt goedgekeurd, zullen Europese bedrijven verplicht zijn om ook de werknemers van hun onderaannemers te beschermen, bijvoorbeeld tegen onverwacht inkomenverlies', zegt Sara Ceustermans. Meer op Knack.be/textielfabrieken. Raadpleeg het volledige onderzoek op Cosh.eco en Mo.be.