stap 1. In de zorg staat de patiënt altijd centraal.
...

stap 1. In de zorg staat de patiënt altijd centraal. stap 2. Kijk uit voor gevaarlijke aandoeningen (alarm: rode vlaggen). stap 3. Houd rekening met de mentale toestand. stap 4. Gebruik beeldvorming alleen als er goede redenen voor zijn. stap 5. Onderzoek de fysieke en neurologische conditie met testen voor spierkracht, mobiliteit en coördinatie. stap 6. Stel op basis van de resultaten een behandelingsplan op met meetbare doelen. stap 7. Informeer de patiënt grondig over de aandoening en alle behandelingsmogelijkheden. stap 8. Zorg voor ondersteuning bij lichaamsbeweging en trainingsoefeningen. stap 9. Verstrek manuele therapie alleen als een aanvulling of ondersteuning van behandelingen waarvan het nut wetenschappelijk bewezen is. stap 10. Verstrek eerst niet-chirurgische zorg, met ruime voorafgaande informatie aan de patiënt, tenzij er geen andere optie overblijft dan chirurgische zorg van bewezen kwaliteit. stap 11. Zorg ervoor dat de patiënt aan het werk kan blijven of ernaar kan terugkeren.