Wat?

In 2016 bestormde de burger het wereldtoneel. Tot voor enkele jaren leek het een ongeloofwaardig idee: als puntje bij paaltje komt, zijn de mensen alleen geïnteresseerd in hun eigen straat, en in de afstandsbediening van de tv. Plots bleek die straat te klein en was tv-kijken iets van de vorige generatie. De burger wilde meepraten over grote thema's.

In april stemden de Nederlanders in een referendum tegen een economisch verdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne, ook al vonden de opstellers het volstrekt onschuldig. In juni kozen de Britten ervoor om uit de EU te stappen. En in november verkoos een minderheid van de Amerikanen met Donald Trump een president die de komende vier jaar de liberale wereldorde in chaos kan storten. Telkens lieten de kiezers de politici en commentatoren danig schrikken. Vrijhandel en globalisering werden door academici als een soort natuurkracht beschouwd: 'Iedereen wordt er beter van, dus niemand hoeft eraan te twijfelen.' Dat bleek buiten de boze burger gerekend.

In Vlaanderen werd de globalisering ook even een halt toegeroepen, toen een tot dan onomstreden deal tussen het nutsbedrijf Eandis en het Chinese staatsbedrijf State Grid in september plots door politici van alle partijen werd betwist. Scepsis onder de bevolking zal zeker hebben bijgedragen tot de bocht van veel politici, maar het is nog altijd niet duidelijk waar die plotse bezorgdheid vandaan kwam. In Wallonië voelde minister-president Paul Magnette (PS) zich gesterkt door de bevolking om een vuist te maken tegen de internationale wereldorde. Aanhoudend protest tegen de onderhandelingen over TTIP en CETA, twee handelsverdragen die de EU probeerde te sluiten met respectievelijk de VS en Canada, dwong hem de ratificatie van CETA voor enkele dagen uit te stellen. Magnette eiste aanpassingen en, in de eerste plaats, garanties voor een aantal basisprincipes van de Waalse en bij uitbreiding Europese politiek. Magnette werd zo in 2016 de eerste Belgische politicus van het establishment die luisterde naar de kritiek van zijn kiezers op de internationale gang van zaken. Er wordt nog altijd over gediscussieerd of hij werkelijk iets heeft binnengehaald, maar je kunt er niet omheen: hij liet het economische raderwerk even vastlopen, en beïnvloedde de manier waarop er in de toekomst over handelsakkoorden onderhandeld zal worden.

Wie?

De antiglobalisten die in 1999 in Seattle bij de gebouwen van de Wereldhandelsorganisatie betoogden, zagen er al een bont gezelschap uit, maar de burgers die vandaag hun hakken in het zand zetten, zijn nog veel diverser.

Degenen die nu van zich laten horen, zijn niet in de eerste plaats de slachtoffers van de globalisering voor wie de andersgloablisten het zeiden op te nemen - de derdewereldlanden waren niet in staat om de koers van de globalisering te veranderen. Nee, het zijn kiezers in het Westen die erachter zijn gekomen dat ze in de luren zijn gelegd. De dromen en beloftes die hen werden voorgehouden zijn niet (altijd) uitgekomen. Zij zijn het die het Verenigd Koninkrijk uit de EU hebben gestemd. Zij zijn het die een Amerikaanse president aan de macht hebben gebracht die zich in geopolitieke relaties als een olifant in een porseleinwinkel gedraagt.

Maar ook ter linkerzijde klinkt de roep om een andere geopolitiek nog altijd luid. Paul Magnette is daar in België het beste voorbeeld van - naast Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn over het Kanaal. Het is geen bondgenootschap te noemen, maar er ontstaat een bevreemdende coalitie van nieuwkomers die de decennialange consensus openbreekt.

Waarom?

Er staat weer iets op het spel: zo eenvoudig is het. En niemand die het kon voorspellen. Het idee dat de geschiedenis eindigt in een liberale democratie is nog even weinig waard als politieke peilingen die de onvrede keer op keer onderschatten. De storm die burgers hebben veroorzaakt, is bij momenten oorverdovend. Het is alleen maar een goede zaak dat burgers zich überhaupt laten horen, en dat de verliezers van een spel waarvan de regels nooit duidelijk zijn geweest op tafel slaan.

Het hoeft trouwens niet bij stemmingen en verkiezingen te blijven. Volgens professor internationale politiek Jonathan Holslag, die zich eerder al verzette tegen het wereldwijde verdienmodel van Primark, is er een handig alternatief. 'We hebben eindeloze mogelijkheden om positieve projecten een duw in de rug te geven via sociale media', schreef hij (hoe toepasselijk) in een post op Facebook die massaal gedeeld werd. 'En we hebben onze economische macht. Wat wij als Belgen per jaar besteden aan onze aankopen, is 200 miljard euro. (De sluitingen van) Caterpillar en ING verdwijnen erbij in het niets. Elke euro is een stem: gebruik ze!'

Tekst PETER CASTEELS, illustratie ZAZA

Je kunt er niet omheen: Paul Magnette en zijn achterban lieten het economische raderwerk even vastlopen.

Het is goed dat de verliezers van een spel waarvan de regels nooit duidelijk zijn geweest op tafel slaan.